Beschermen met call- èn put-opties

Het volk mort omdat er weinig te beleven valt op de beurs. Een beleggingsadviseur uit Enschede onderstreept desgevraagd die onvrede: “De hoge koersen? Allemaal lucht.

We moeten eerst een tik van dertig procent krijgen om de particulieren wakker te schudden. Instituten kopen alleen maar kwaliteit en aandelen waar ze geen buil aan kunnen vallen. Zo blijven de beurzen op peil, want de grote jongens verkopen voorlopig niet.” Met dat verhaal krijgt een adviseur zijn klanten niet in beweging. Dus heeft hij deze slotregels: “Maar die koersen staan wel op het bord! Waarom zouden ze dan niet nog verder omhoog gaan?”

Ieder beroep heeft een eigen logica en geheimtaal die je als buitenstaander moet leren, voordat je begrijpt wat er allemaal gebeurt. De ING Bank helpt zoekenden een beetje op weg met een verklarend zakwoordenboek vol termen uit financiële artikelen. Dat Beleggersalfabet is gratis te bestellen via de kantoren van de bank. Misschien het begin van een reeks die uit kan groeien tot een Brede INGang tot de Beleggerswereld?

Wat zegt de man uit Twente? “Ik begrijp niet waarom de beurs zo hoog staat, maar kopers betalen de gevraagde prijzen. Dat is de werkelijkheid.” Zo praat een voetbaltrainer ook: “Goed of slecht gespeeld? Het resultaat (de koers) telt en komt in de boeken.” Met andere woorden: het kan op de beurs vriezen als het moet dooien en andersom. Gelukkig zijn er heel veel, bijna alle beleggers, weermannen en -vrouwen die weten hoe het weer er morgen uit zal zien.

Door als regel een positie op te zetten die naar beneden en boven kans op rendement biedt, zoals meer beschreven in deze rubriek, voorkomt een belegger slapeloze nachten, een slecht humeur en (papieren) verliezen. Wellicht van belang voor de houders van aandelen ABN Amro, Aegon, Ahold, Amev, CSM, Elsevier, ING, Unilever, VNU en Wolters Kluwer, die op of vlak bij hun top in de afgelopen twaalf maanden staan.

Wie die aandelen bezit heeft een hausse positie die alleen in waarde stijgt als de koers oploopt en verder dividend geeft. Die is op twee manieren om te zetten in een hausse/baisse, min of meer neutrale, positie: door put-opties te kopen of callopties te schrijven. Deze strategieën verschillen sterk.

De koper van een put lijkt op iemand die een polis afsluit om zijn aandelen te verzekeren tegen koersdaling: hij betaalt een premie voor vijf jaar of korter en mag zijn bezit tijdens de looptijd altijd verkopen op de uitoefenprijs van de optie.

Voorbeeld: de Unilever put oktober 1997 uitoefenprijs 185 gulden, premie 1.000 gulden per 100 aandelen, geeft bijna vijf jaar het recht Uni's te verkopen op 185 gulden, ongeacht de koers. Een geruststelling die 1 procent per jaar kost op een koers van 197 gulden. Van het dividendrendement (2,83%) blijft dan slechts 1,83 % over, tenzij de aandelen op een veel lagere prijs zijn gekocht en het werkelijke rendement hoger ligt.

De call-schrijver verkoopt zijn aandelen op de uitoefenprijs aan de koper van de optie, wanneer die er om vraagt. Tot dat verzoek profiteert de eigenaar van de opbrengst (dividend) van de stukken. Papieren koerswinsten kunnen door de houder van de call verzilverd worden door de stukken op te vragen en ze op de beurs te verkopen, zoals blijkt uit dit voorbeeld.

De Unilever call oktober 1994 uitoefenprijs 150 gulden, premie (opbrengst voor de schrijver!) 5.500 gulden per 100 aandelen, geeft een optie-houder het recht Uni's voor 150 op te vragen en ze desgewenst direct op de beurs voor 197, met 4.700 gulden winst, weg te doen. Dat lijkt mooier dan het is: de optie doet 5.500 gulden en je verdient dus meer door die te verkopen. Conclusie: als een optie meer kost dan het verschil tussen uitoefenprijs en beurskoers, zullen de stukken bijna nooit opgevraagd worden. Tenzij een spoedige uitkering van dividend dat verschil compenseert.

Waarom geven geschreven calls bescherming? Omdat de ontvangen premie vast een beperkt (puts geven onbeperkte bescherming!) voorschot is op een eventuele daling en ook nog rentegevend weggezet kan worden. Daalt de koers van de aandelen, dan kan de call voor minder (met winst) terug gekocht worden.

Waar gaat het nou om in dit verhaal? Houders van de genoemde aandelen kunnen overwegen koerswinst te beschermen met put- of call-opties wanneer men niet wil verkopen. Het heeft voordelen op een deel van een portefeuille nu call-opties met een uitoefenprijs diep onder de beurskoers te schrijven. Beleggers vinden dat vaak moeilijk te begrijpen. Wat is er op tegen om vast een paar opties te schrijven en het verloop te volgen?