Bergingsbedrijven willen marktpositie veiligstellen; Kleine duikbedrijfjes uit Amerika bedreigen de markt van grote bergers

ROTTERDAM, 16 FEBR. Het bergen van schepen en het opruimen van wrakken dient alleen nog maar te worden overgelaten aan een beperkt aantal gekwalificeerde bergingsbedrijven. Alleen door bergingsopdrachten te gunnen aan een vaste groep maatschappijen kan de bedrijfstak in zijn huidige omvang behouden blijven.

Deze aanbeveling doet een studiegroep met vertegenwoordigers van verzekeringsmaatschappijen, rederijen, oliemaatschappijen en bergers. Deze partijen hebben voor het eerst gezamenlijke conclusies opgesteld over de toekomst van de bergingsindustrie. Het rapport is vanmiddag in Londen gepresenteerd.

Uit een onderzoek dat in opdracht van de studiegroep door een onafhankelijk bureau is verricht, blijkt dat er van de ongeveer veertig leden van de internationale bergersvereniging, eigenlijk nog maar drie bedrijven (Semco in Singapore, Bugsier in Hamburg en Smit Tak in Rotterdam en Singapore) in staat zijn wereldwijd schepen te bergen en wrakken te ruimen, de zogeheten droge en natte berging. En zelfs deze bedrijven hebben grote moeite om hun operaties op de huidige manier te kunnen blijven voortzetten, zegt lid van de studiegroep en directeur van Smit Tak, K.J. Reinigert.

De aanbeveling is er volgens Reinigert op gericht “de gele gidsbergers” als concurrenten uit te schakelen. “Vooral in de Verenigde Staten stikt het van de duikbedrijfjes die samen met een kraanbedrijf een ponton huren en op jacht gaan naar opdrachten om het kleinere, niet moeilijke spul te kunnen bergen. Maar wij kunnen de competitie van die kleine firma's moeilijk winnen want zij hebben geen hoge onderhouds- en investeringskosten en hoeven geen dure verzekeringen of trainingen te betalen.”

De kleinere en middelgrote klussen moeten een bedrijf als Smit Tak ongeveer de helft van de omzet bezorgen. “Er gebeuren te weinig omvangrijke rampen om de grote bergingsbedrijven draaiende te houden”, zegt Reinigert. “Die kleine firma's trommelen na een ramp snel enkele glazenwassers uit het café, bemannen er een boot mee en krijgen van overheden of verzekeraars zo een klus omdat ze iets goedkoper werken. Maar dit soort praktijken steunen is penny wise, pound foolish.”

Als het lot van de bergingsindustrie verder wordt overgelaten aan de krachten van de economische markt zal het verval van deze bedrijfstak in rap tempo voortzetten. Deskundigheid en professionalisme zal verdwijnen, zo staat in het rapport te lezen.

De studiegroep beveelt daarom verder aan dat de vergoedingen voor bergingswerk omhoog moeten. Ook wordt landen aangeraden om op regionale basis afspraken te maken over het op verschillende lokaties beschikbaar houden van bergingsmateriaal. Frankrijk en Zuid-Afrika kennen al zo'n systeem waarbij sleepboten klaar liggen om bij calamiteiten onmiddellijk te kunnen optreden. “Het redden van mensenlevens en eigendommen en het voorkomen van vervuiling zijn zaken van groot algemeen belang. Landen moeten daarom samenwerken om maximaal voordeel te halen uit het aanwezige bergingsmateriaal”, aldus het rapport.

Aan de vooravond van de presentatie van het rapport van de studiegroep toont directeur Reinigert van Smit Tak zich een opgetogen man. Hij noemt het uniek dat mede op zijn initiatief partijen met zo veel verschillende belangen gezamenlijk een rapport hebben weten op te stellen. “Het duurde alleen al negen maanden voor er een geschikte datum kon worden gevonden waarop met alle partijen in Londen voor het eerst kon worden vergaderd”, zegt Reinigert.

Reinigert zegt vier jaar geleden, na zijn benoeming tot voorzitter van de internationale bergersvereniging, het initiatief tot de brede studie te hebben genomen omdat hij de indruk had dat voortdurend klagen over de moeilijkheden van de bergingsindustrie geen of zelfs een negatief effect had. “We hebben als bedrijfstak natuurlijk toch een onhandig imago. Een bedrijf dat profiteert van ongelukken dat roept te veel associaties op met aasgieren, lijkenpikkers. Als je dan maar blijft roepen dat je te weinig geld krijgt voor je werk gaan de mensen je een vervelend zeur vinden”.

Toch, beklemtoont Reinigert, is er alle reden je zorgen te maken over de economische positie van zijn bedrijfstak. De “dramatische daling” van het aantal ongelukken op zee betekende in de jaren tachtig niet meteen minder werk doordat de Golfoorlog zich tot alternatieve werkverschaffer ontpopte. Maar door structureel te lage vergoedingen, keiharde concurrentie en een in zijn algemeenheid sterke verbetering van de veiligheid van het scheepvaartverkeer zijn de vooruitzichten somber.

Toch wordt voorspeld dat in de jaren negentig vooral de ongelukken met de steeds ouder wordende tankers bergingsbedrijven meer werk kunnen bezorgen. In de jaren zeventig zijn namelijk erg veel tankers gebouwd. Onder andere door de steeds dalende vrachtprijzen ontbreekt het rederijen aan geld voor nieuwe investeringen. De oude schepen met bovendien een niet altijd even ervaren bemanning betekenen de nodige risico's.

Recente ervaringen lijken die sombere voorspellingen ook te rechtvaardigen. In de eerste vijf maanden van het vorige jaar wist Smit Tak geen enkele noemenswaardige bergingsklus te bemachtigen maar de afgelopen drie maanden hebben zich drie grote tankerongelukken voorgedaan. De Aegean Sea kwam in moeilijkheden bij La Coruña, de Braer bij de Shetland eilanden en de Maersk Navigator verloor tonnen olie voor de kust van Sumatra. Voor alle drie debergingsopdrachten werd Smit Tak ingeschakeld.

Het is volgens Reinigert te vroeg om uit de jongste ontwikkelingen te concluderen dat een periode van grote tankerrampen is aangebroken. Veel recente ongelukken gebeurden bij extreem slecht weer dat ook brandnieuwe tankers in grote moeilijkheden zou hebben gebracht. Een groot probleem is volgens Reinigert vooralsnog meer de moderne communicatie waardoor een kapitein het gezag over zijn schip heeft verloren. “Vroeger kon zo'n man zelf beslissen of hij hulp van een sleepboot zou inroepen maar nu gaat hij eerst bellen naar de eigenaren van het schip. Maar voordat die allemaal in vergadering bijeen zijn, koffie hebben ontvangen en een beslissing hebben genomen, kan er veel misgaan.”