Antilliaans nummer Preludium, Antillennummer. 144 ...

Antilliaans nummer Preludium, Antillennummer. 144 blz. ƒ 19,50, Postbus 7343 Breda, 076-878973

De kunst is uitgegroeid Hollands Maandblad 1993/1. Uitg.Veen, 43 blz.ƒ 9,25

Boekje met monstertjes Atlantis 1. Uitg. Arena, 191 blz. ƒ 4,95

Antilliaans nummer

Preludium uit Breda zal het voor zijn subsidie voortaan helemaal van de provincie Noord-Brabant moeten hebben en van de Stichting Lira. De commissie die voor WVC's Literair Produktie- en Vertalingenfonds onlangs de jaarlijkse 525.000 gulden verdeelde onder de literaire tijdschriften vond Preludium niet goed genoeg. Het nieuwe nummer, een dubbele aflevering over de Nederlandse Antillen, werd gemaakt met financiële hulp van Nederlands-Antilliaanse instanties, zoals ook anderssoortige hulp werd gevonden bij instellingen en personen buiten het tijdschrift.

Preludium besteedde al eerder aandacht aan de Nederlandstalige Antilliaanse literatuur; Tip Marugg en Boeli van Leeuwen werden door Aart G. Broek geïnterviewd in de jaargang 1990, Frank Martinus Arion droeg een jaar later een stuk over Multatuli bij. Broek, sinds een jaar of tien leraar Nederlands op Curaçao en auteur van een rij boeken en artikelen over Antiliaanse literatuur, is gastredacteur van dit dubbelnummer.

Volgens kenners komen de Antilliaanse en Surinaamse literatuur beter tot hun recht binnen de Caraïbische context - hiermee verdedigde Ton Anbeek drie jaar geleden in zijn "literatuurgeschiedenis van compromissen' het ontbreken van deze afdelingen in de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur tussen 1885 en 1985. "Een vermeend emancipatorisch gebaar' waarmee Anbeek de "gelijktijdige verbondenheid' van de Antilliaanse met de Nederlandse literatuur wegvaagt, zo veroordeelt Broek Anbeeks oplossing. “Met de hedendaagse, moederlandse angst om voor "koloniaal' of "imperialistisch' te worden versleten, wordt eveneens onderzoek neergesabeld naar de feitelijke invloed van het koloniale moederland op de literatuur van Caraïbische gebiedsdelen en naar de mogelijkheid van Antilliaanse en Surinaamse beïnvloeding op de Nederlandse letteren.”

Dat er ook wel degelijk invloed van de Antillen naar Nederland uitgaat blijkt volgens Broek uit werk van bijvoorbeeld Esther Jansma en Yvonne Keuls, en schrijvers die enige tijd op een van de eilanden werkten: Bouke Jagt, Alex Reinders ("Curaçao is nog zo onaf; Nederland tracht het af te maken') en de filmmaker René van Nie, die aan de verfilming van Boeli van Leeuwens roman Schilden van leem werkt. Keuls dichtte en vertaalde samen met de toneelspeelster Nydia Ecury tijdens een Film- en Boekenweek op Curaçao in 1992 - grote invloed daarvan op haar nieuwe Jan Rap, een Floortje Bloem of David S. moeten we nog maar afwachten.

Vanzelfsprekend zijn omgekeerd Nederlandse trekken bij Antilliaanse auteurs gemakkelijker aan te wijzen. Broek nam in dit geslaagde dubbelnummer korte fragmenten op van bekende schrijvers, maar ook van aankomende debutanten. Het goede nieuws: de zeventiger Boeli van Leeuwen werkt aan een nieuwe, autobiografische roman (zijn zwaarmoedige Rots der struikeling flopte helaas in de goedkope Rainbow-reeks), net als zijn leeftijdgenoot Marugg - “Ik heb laf leren leven met een eeuwigdurend gemis en elke nacht voor ik inslaap neem ik mij voor de volgende dag minder te drinken en minder sigaretten te roken.” Het slechte "nieuws': Frank Martinus Arion werkt aan zijn dissertatie (taalkunde) alsmede een kunstenaarsbiografie en heeft dus nog steeds geen tijd voor de literatuur.

Wanneer komt Aart G. Broek eens met een West-Indische Spiegel?

Preludium, Antillennummer. 144 blz. ƒ 19,50, Postbus 7343 Breda, 076-878973

De kunst is uitgegroeid Preludium, Antillennummer. 144 blz. ƒ 19,50, Postbus 7343 Breda, 076-878973

De kunst is uitgegroeid

D. Kraaijpoel, schilder en docent aan de Groningse Academie voor Moderne Kunst: “Het wezen van de moderne kunst is een radicaal verlopend reductieproces, en de piek daarvan was bereikt in de periode 1912-1914, met Kandinsky, Malewitsch en Duchamp. Daarna komen de surrealisten nog met een paar aardige experimenten en dan is het afgelopen. Jonge kunstenaars vroegen mij ongerust: maar als alles al gedaan is, wat blijft er voor ons dan nog te doen? Iets leuks, zei ik, ga doen waar je zin in hebt. Vernieuwing hoeft niet meer. Wees blij dat je eraf bent.”

Kort maar sterk zet Kraaijpoel in Hollands Maandblad de kwestie van het "schon Dada gewesen' in de beeldende kunst aan de orde. De ontwikkeling van de kunst is tot staan gekomen, het einde van de kunstgeschiedenis als vooruitgangsgeloof is daar, maar daarmee is de kunst zelf niet dood. Ze is er zelfs levendiger op geworden, vrijer, vindt Kraaijpoel. “Iedere kunstenaar heeft in principe de kunst van de hele wereld en van alle tijden voor zijn neus om zijn voorbeelden uit te kiezen. Geen cultuur heeft ooit zo'n ruimte gehad.” Wat valt er nog te klagen? De kunstenaar zwemt in een zee van mogelijkheden, als principe geldt hooguit het eclecticisme, en alleen de kunsttheoreticus die per se een ontwikkeling van A naar B wil waarnemen hoeft zich ongelukkig te voelen. Kraaijpoel, schrijver van het al even eigenzinnige boekje De Nieuwe Salon, vergelijkt de kunst hier met het schaak- en het rugbyspel.

Eveneens bondig, maar niet prikkelend dwars, schetsen M.C. Brands en M.A.P. Nollen in dit nummer de twintigste-eeuwse geschiedenis van Oost-Europa - “Hoe vaak werd al niet beweerd dat het niet erger zou kunnen worden? Steeds weer heeft de geschiedenis zulke uitspraken op korte termijn gelogenstraft.”

Tussen het literair proza in dit nummer valt het sfeerrijke maar doelloze "Zomer in Alaska' van Geert van der Kolk op, dat speelt rond de zalminvriesfabrieken waar seizoenarbeiders hun ziel afdraaien en beren tussen het afval grazen. Henry Sepers ging op pelgrimage naar het klooster van Taizé waar duizenden jongeren opgewekt het paasfeest vierden maar de "ik' zijn meisje kwijtraakte. Ook Sepers' verhaal had wel een doel of clou kunnen gebruiken. Geestig in dit verband is het spottende tekstje vol aangestipte dramatische gebeurtenissen van Hennie Bekker: “Nooit, nee nooit zou zij iets prachtigs kunnen schrijven. Want, wie weinig beleeft heeft weinig te verhalen.”

Hollands Maandblad 1993/1. Uitg.Veen, 43 blz.ƒ 9,25

Boekje met monstertjes

In navolging van uitgeverijen in het buitenland brengt Arena een sampler uit. Atlantis is een grappig gebonden boekje in de Arena-huisstijl met voorpublikaties uit de boeken die bij de uitgeverij op verschijnen staan. Zo'n "monsterboekje' is ontzaglijk veel gemakkelijker te maken dan een echt literair tijdschrift, en waarschijnlijk commercieel nog interessanter ook. Of het de van oudsher aan uitgevers gebonden literaire tijdschriften zal gaan verdringen valt toch te betwijfelen: redacties én lezers verlangen meer dan dat wat er toch al aan komt. Hoewel een groep van niet minder dan tweehonderd Amerikaanse uitgevers inmiddels al brood ziet in een gezamenlijk uit te geven sampler, het fragmenten-blad Current Books.

Anders dan het viermaandelijkse Het Seizoen van Meulenhoff, dat vooral kleine wervende stukjes óver enkele op stapel staande boeken bevat, zal het halfjaarlijkse Atlantis louter fragmenten met minimale biografische notities bieden. Het kon niet gratis: ƒ 4,95 kost de bloemlezing uit dertien gekozen romans, waarmee de lezer alvast een "blik in de keuken van de literatuur' werpen kan. Zeker lijkt het een zinniger manier van boekpromotie dan die vloedgolf van posters, nog eens posters, folders, kartonnen displays, mobiles, streamers, dump-bins en andere wegwerprotzooi die de moderne boekhandel overspoelt.

Atlantis 1. Uitg. Arena, 191 blz. ƒ 4,95