Alleen oogcontact is voor Bergkamp en Jonk al voldoende; Als twee-eenheid naar Inter

AMSTERDAM, 16 FEBR. Ze zijn een twee-eenheid geworden bij Ajax. Dennis Bergkamp hoeft maar een kort gebaar te maken met de hand, of een beweging van het lichaam, en hij wordt aangespeeld. Alleen oogcontact kan al voldoende zijn. Dan kijkt hij naar Wim Jonk en sprint weg. Onmiddellijk volgt de dieptepass. Dat is eigenlijk ook het mooiste. Zoals een paar weken geleden in De Meer tegen Vitesse, toen Jonk zijn spits op kniehoogte in het strafschop aanspeelde en Bergkamp de bal op de zijkant van zijn wreef controleerde alvorens de keeper met een lob te passeren. Dat was kunst.

Als twee-eenheid spelen Bergkamp en Jonk volgend jaar voor Internazionale, de club waarvoor eind jaren veertig hun landgenoot Faas Wilkes uitkwam. Of ze in het veld zonder elkaar kunnen is voorlopig geen vraag meer.

Ze gaan er van uit dat Inter Milaan het voorbeeld van AC Milan, rivaal en huisgenoot in het Giuseppe Meazza-stadion, zal volgen en de aanval zoekt. Dat moet het antwoord zijn van de nerazzuri op de macht van de rossoneri. Zoals de ene Milanese club altijd heeft gereageerd op de andere Milanese club.

Bergkamp (23) en Jonk (26) zijn allebei gevoelsvoetballers, ze spelen op hun intuïtie. De techniek laat hen zelden in de steek. De een groeide op in Amsterdam-West als straatvoetballer, de ander in Volendam, wat min of meer op hetzelfde neerkomt.

Beiden zijn laatbloeiers. Bergkamp omdat hij als junior niet die grote talenten leek te hebben die hij nu etaleert. Jonk, "Spijker' voor de Volendammers, omdat hij nog maar vier jaar geleden zijn debuut maakte in het eerste van Ajax en pas anderhalf jaar geleden de kans kreeg zijn echte kwaliteiten te tonen.

Pag 11: Bergkamp koos voor status, beleving en het mooiste shirt

Jonk werd zelfs door Johan Cruijff uit het tweede van Volendam geplukt toen hij daar de aansluiting met het eerste voorgoed leek te gaan missen. Hij werd door Ajax ontdekt bij het jaarlijke pinksterjeugdtoernooi van Blauw Wit. Onder Beenhakker zat Jonk vooral op de bank. Maar Van Gaal vond de oplossing en zette de Volendammer zelfs op de plaats van de eigenlijk onmisbare Wouters. Jonk is na Gerrie en Arnold Mühren de derde stilistische voetballer die het IJsselmeerdorp verlaat voor een carrière in het buitenland. Met zijn spelinzicht, de spreiding en de traptechniek heeft hij in korte tijd Europa veroverd. Sinds zijn fabuleuze doeltreffende afstandsschot in de eerste wedstrijd van de UEFA-Cupfinale tegen Torino kent iedereen in het voetbalparadijs Italië Wim Jonk.

Voor topscorer Dennis Bergkamp gelden andere criteria. Hij wordt in het buitenland vergeleken met Van Basten en Cruijff alsof er buiten Nederland geen voetballers van allure meer zijn. Hij zou ook zonder Jonk waarschijnlijk tot zijn recht komen. Want Bergkamp kan eigenlijk alles. Hij is geen natuurtalent, hij heeft niet het charisma van de grote voetbalster. Hij heeft zijn gaven ontwikkeld, langzaam, via omwegen, in de schaduw, op alle posities in het elftal. Hij speelde voordat hij in het grote Nederlands elftal kwam nooit in nationale jeugdselecties. Misschien is het zijn natuurlijke bescheidenheid.

Zijn vader was een Feyenoord-fan. Ajax was voor Dennis toen hij nog een jongetje was de club van de poen, de bontjassen, de patsers en de kapsones. Illustratief voor zijn nog altijd heersende afkeer van uitbundig vertoon. Hij komt uit een echte voetbalfamilie. En voetballen kunnen ze, de Bergkamps. Zoals bijvoorbeeld Ronald een van zijn drie oudere broers die de bal nog altijd aan een draadje houdt. Zoals vader Wim die een hartstochtelijke midvoor was bij Wilskracht SNL, de club van het Sint Nicolaas Lyceum in Amsterdam waar Dennis de vwo volgde, de club naast het Ajax-stadion. Op verzoek van zijn broers werd hij Dennis genoemd, naar Denis Law, de beroemde Schotse spits van Manchester United in de jaren zestig.

Dennis Bergkamp had geen zin in Ajax toen de grote club hem vroeg over te stappen. Toen hij uiteindelijk wel als twaalfjarige op eigen initiatief via een leider van het C3-elftal een Ajax-training meemaakte, bleek zijn vooroordeel misplaatst geweest. Bij Wilskracht SNL was hij een midvoortje dat graag en gemakkelijk scoorde, maar bij de Ajax-jeugd moest hij als rechtsbuiten geprobeerd, als middenvelder, als voorstopper, als vleugelverdediger en als linksbuiten. Het was goed voor zijn ontwikkeling, want hij leerde links en rechts te trappen en vooral wat er op andere posities van hem verlangd wordt.

Hij maakte niet de logische stappen van C1 naar B1, maar maakte tussenstapjes van C1 naar B2 enzovoort. Op 14 december 1986 debuteerde Dennis Bergkamp als zestienjarige in de hoofdmacht, onder Johan Cruijff. Hij viel halverwege de tweede helft van de competitiewedstrijd tegen Roda JC in. Een week later stond hij in de basis, als rechtsbuiten. Hij had talent dat was duidelijk. Maar toen de verdedigers vat kregen op de jonge Ajacied, verloor hij zijn zelfvertrouwen. “Het is een jongen met een lief karakter. Dat zie je op het veld vaak terug”, zei de toenmalige jeugdtrainer Spitz Kohn.

Met het vertrek van Cruijf bij Ajax verloor Bergkamp zijn plaats in het eerste elftal. De nieuwe technische man, Kurt Linder, zag niets in de vleugelspits. Hij liet Ajax daarom ook met slechts twee aanvallers spelen. Soms mocht Bergkamp invallen, maar dat kwam zijn zelfvertrouwen niet ten goede. Onder Linders opvolgers Louis van Gaal en Spitz Kohn vierde hij zijn rentree, zelfs als middenvelder. En eigenlijk zette zijn ontwikkeling toen pas door. Uiteindelijk werd Bergkamp de schaduwaanvaller die vanaf het middenveld komt en scoort, zowat altijd scoort.

Eigenlijk zijn doelpunten van Dennis Bergkamp altijd mooi, zijn ze met de jaren steeds mooier geworden. Geen wedstrijd of Bergkamp "stift' de bal over een wanhopig graaiende doelman. Misschien is het ook de lichaamsbeheersing, dat moeiteloze, dat sierlijke, dat afgewogen dat een extra dimensie toevoegt aan zijn acties en doelpunten. Dat is ook wat Italianen aanspreekt, die kunstzinnigheid. Vorig jaar werd Bergkamp al in verband gebracht met een transfer naar Real Madrid. Maar zelfs de beroemdste club ter wereld kon hem niet verleiden. Hij toonde zijn nuchterheid en besloot nog niet naar het verre, eenzame zuiden af te reizen. Zonder familie, zonder Jonk, nee daar was hij nog niet aan toe.

Spitz Kohn noemde hem een “koele kikker”. Misschien wekt hij de indruk zijn emoties te onderdrukken. Maar vraag hem naar zijn collectie voetbalshirtjes, naar een van zijn favoriete spelers, Andy Möller bijvoorbeeld en hij blijkt een voetbaldier. Hij noemt zich een instinctieve voetballer. ,Het is niet zo dat ik bij elke actie nadenk over wat ik doe en over hoe ik het moet doen. het is een natuurlijke manier.” Zijn gevoel zegt hem ook dat hij (tot nu toe) altijd de juiste beslissingen heeft genomen. Het is niet Juventus geworden, eigenlijk zijn favoriete club, niet Barcelona, met zijn favoriete trainer, maar Internazionale. Een club met status, beleving en een sportieve toekomst. En een heel mooi shirt. “Het mooiste shirt”, vindt Wim Jonk.