Akkoord over Duits pact verder weg

BONN, 16 FEBR. De Duitse regeringspartijen hebben de gisteren gepresenteerde voorstellen van de SPD voor een Solidariteitspact voor de opbouw van Oost-Duitsland en het herstel van de Westduitse economie zó radicaal afgewezen dat niet meer op een breed politiek akkoord in "gewone' onderhandelingen wordt gerekend.

De CDU/CSU noemde de SPD-voorstellen “een moordaanslag op de conjunctuur”, de FDP sprak van “onverantwoordelijk populisme”.

Omdat de coalitie een ruime meerderheid heeft in de Bondsdag, maar de SPD in de Bondsraad sterker is, moet de beslissing over de uiteindelijke inhoud van het pact nu waarschijnlijk over een paar maanden worden genomen in de zogenoemde Vermittlungsausschuss. Die wordt in zo'n patsituatie gevormd uit de beide kamers van het Duitse parlement. Daar wordt dan als het ware een compromis van de grote partijen afgedwongen.

Vooral het feit dat de SPD, ondanks bezwaren die daartegen tot enkele dagen geleden ook binnen haar top leefden, nog dit jaar (op 1 juli) ondanks de slechte conjunctuur de belastingen wil verhogen, is voor CDU/CSU en FDP onaanvaardbaar. Zij willen dat niet voor 1995. Vorige week was er enige hoop op een breed politiek akkoord ontstaan nadat SPD-onderhandelaars als Oskar Lafontaine (premier Saarland) en Rudolf Scharping (premier Rijnland-Palts) openlijk zeiden dat wegens de slechte conjunctuur nu de belastingen beter niet konden worden verhoogd. Maar zij hebben, zo bleek uit de voorstellen die de SPD-top gisteren lanceerde, dat standpunt niet kunnen vasthouden. Partijvoorzitter en kanselierskandidaat Björn Engholm (premier Sleeswijk-Holstein) gaf gisteren toe dat de SPD-voorstellen er mede op waren gericht om “meer interne eensgezindheid” te demonstreren.

De grootste oppositiepartij wil per 1 juli 1993 een belastingopslag van tien procent invoeren voor hogere inkomens. Tevens wil zij het volgens haar a-sociale karakter van de regeringsplannen wijzigen door minder in de sociale zekerheid te korten en aan vrije beroepen, ambtenaren en politici een "compensatie-bijdrage' van 2 procent op te leggen. Deze maatregelen raken volgens de SPD de inkomens van 16 procent van de bevolking.

Daarmee moet 12 miljard binnenkomen, die de SPD nodig heeft om voor 16 miljard ('93) aan extra programma's in de sfeer van woningbouw en industriepolitiek te financieren ('94: 40, '95: 110 miljard). De in '93 ontbrekende 4 miljard moet komen uit meer bezuinigingen op overheidsuitgaven (subsidies) en het schrappen van fiscale aftrekposten. Die beide laatste maatregelen moeten in volgende jaren veel meer opleveren ('94: 22 miljard).

Daarom kon ook niet tot na '93 worden gewacht met belastingverhoging, aldus Engholm. Zijn voorganger als SPD-voorzitter, Hans-Jochen Vogel, zei dat de overheidsfinanciën van de Bondsrepubliek zich nu in een nog nooit vertoonde noodtoestand bevinden, terwijl het dringend noodzakelijke succes van de opbouw van Oost-Duitsland wel eens “beslissend voor de stabiliteit van het Duitse regeringsstelsel” zou kunnen worden. Engholm daarover: “De komende jaren worden zeer moeilijk voor alle Duitsers”.