"Wij in Oezbekistan zijn nog niet aan de pauze toe'

TASJKENT / MOSKOU, 15 FEBR. De grondwet van Oezbekistan is niet “perfect” - de grondwet van Oezbekistan is “bijna perfect”. Minister van buitenlandse zaken Sadik Salichovitsj Savajev schaamt zich derhalve niet. “De rechten van de mens worden in Oezbekistan gerespecteerd. Iedereen heeft het recht het land te verlaten, zijn wensen te uiten en zijn mogelijkheden te benutten”, zegt Sadik Savajev woensdagmiddag.

Ruim een etmaal later blijkt dat de 39-jarige minister, die in Harvard heeft gestudeerd, òf geen greep heeft op zijn eigen ondergeschikten òf liegt, want onmiddellijk nadat we een aantal vertegenwoordigers van de oppositie hebben gesproken, krijgen we een "staart': ongeveer dertig man worden ingezet om fotograaf Oleg Klimov en mij te volgen, te arresteren en uiteindelijk het land uit te zetten.

Bij het verlaten van het kantoor van de partij Erk (Vrijheid) en de volksbeweging Birlik (Eenheid) aan de Chamzastraat vorige week donderdagavond in Tasjkent valt het al op. Er blijken ineens een paar auto's met mannen voor de deur te staan. Het verbaast niet. Tijdens het vraaggesprek heeft Erk-woordvoerster Ischakova Delerom met het ministerie van binnenlandse zaken gebeld om opheldering te vragen over het lot van voorzitter Moechamed Salech. Salech is een dag eerder door de KGB opgepakt en zit nog steeds vast, zonder dat er een aanklacht is ingediend. Ischakova Delerom wil de aanwezigheid van een buitenlandse journalist gebruiken om de druk op te voeren.

Nog geen uur later beginnen in onze hotelkamer de anonieme telefoontjes binnen te komen. 's Avonds wordt Klimov, als hij bij een kennis op bezoek gaat, gevolgd door twee mannen in een witte Lada met het kenteken zj-4020-TN, een nummerbord dat door de kleine letters aan het begin moet suggereren dat we te maken hebben met een particuliere auto. Klokslag middernacht komen twee KGB-agenten van de immigratiedienst op de hotelkamer de papieren controleren. Alles is in orde. Het duo zal vervolgens niettemin de hele nacht voor de deur de wacht houden. Om één uur meldt de eerste prostituée zich met de vraag of ik een woman nodig heb. Met ijzeren regelmaat herhaalt dit telefonische aanbod zich. De fase van de provocaties is begonnen.

Vrijdag om half acht 's ochtends dient het ministerie van buitenlandse zaken zich telefonisch aan. Of we langs willen komen. We weigeren wegens tijdgebrek. We hebben om tien uur een afspraak op de Amerikaanse ambassade en moeten daarna meteen door naar Fergana, het centrum van het islamitische fundamentalisme en de katoenteelt in het oosten van Oezbekistan waarvoor we zowaar een visum hebben gekregen. De consulaire afdeling herhaalt het verzoek een half uur later. Tijdens de thee in het buffet van het hotel schuift een geheime agent aan - gehuld in leren jack en alleen al daarom ogend als een lokale racketeer - en begint een praatje over de kwaliteit van de yoghurt. In Moskou hebben ze vruchtenyoghurt, weet hij. “Die krijgen we hier binnenkort ook.”

Om tien voor half tien blijkt het departement van minister Savajev er genoeg van te hebben. Perssecretaris Achmadzjon Loekmanov wenst een gesprek. De inmiddels tot vijf man uitgedijde KGB-groep zet het verzoek kracht bij. Weigeren is er niet meer bij. In dezelfde witte Lada van gisteravond worden we naar het ministerie gevoerd. “U heeft het programma geschonden”, roept Loekmanov staande achter zijn bureau. Waarom? “In het programma staat niets over een ontmoeting met de oppositie.” Hij bladert in het dossier om de visumaanvraag te vinden, die hij tot op dat moment steeds had ontkend te hebben ontvangen. We antwoorden dat er van enig programma geen sprake is, alleen van een aantal verlangens van de kant van deze krant, maar dat antwoord vermurwt hem niet. “Verlangens hebben we allemaal. Wij wensen orde. U wordt wegens schending van het programma Oezbekistan uitgezet.” Een schriftelijke verklaring wordt niet verstrekt. De paspoorten worden ingenomen. Het bellen van de Amerikaanse ambassade om de afspraak af te zeggen wordt verboden. Wat wel nog is toegestaan is het betalen van het hotel: honderd dollar per nacht, 8,33 dollar per aangetroffen kakkerlak. De etagedame excuseert zich. “Ik ben niet schuldig”, fluistert ze.

Onder bewaking van de adjunct worden we naar het vliegveld vervoerd. “Politiek is een gevaarlijke en fijngevoelige zaak”, legt hij uit. Hij levert ons, nu in een witte Moskvitsj (662060 TN, dat wil zeggen, wel een staatsauto) af op het vliegveld. Daar is het wachten nu op het eerste vliegtuig naar Moskou. Dat zal pas negenëneenhalf uur later opstijgen. Bellen mag nog steeds niet. Een lagere politiefunctionaris zal zich in de loop van de middag wel bereid tonen voor harde dollars bier te halen.

De eerste KGB'er vervoegt zich bij ons voor wat hij noemt een “filosofisch” gesprek. Het is een Rus. “Het is allemaal erg ingewikkeld. Oezbekistan is Europa niet. We hebben hier te maken met het fundamentalisme. Je moet het zien als een voorstelling in twee bedrijven in het Bolsjoi-theater. Voor de pauze is de sfeer van de opera soms heel anders als na de pauze, als het publiek een glas champagne heeft gedronken en een boterham met kaviaar heeft gegeten. Wij in Oezbekistan zijn nog niet aan de pauze toe”, analyseert Aleksandr Ivanovitsj. Hij speelt de rol van de good guy die vooral tot taak heeft uit te horen. Hij suggereert dat de uitzetting nog kan worden teruggedraaid. Tussen de gesprekken door voert hij onduidelijke gesprekken met even onduidelijke mannen, van wie er één zelfs een zonnebril draagt.

Zijn Oezbeekse collega Abdoeseta, die anders dan Aleksandr Ivanovitsj niet verheimelijkt dat hij KGB'er is, vervangt hem aan het begin van de avond. Hij zwijgt vooral. Abdoeseta is slechts bereid te bevestigen dat de dienst het hele zaakje ook met een provocatie (een vechtpartijtje op straat bijvoorbeeld, of erger) had kunnen oplossen. Dat zou veel onaangenamer zijn geweest. Abdoeseta is de bad guy.

Even na acht uur worden we naar de vertrekhal geëscorteerd en krijgen we onze paspoorten terug. Nu pas valt op dat er op het vliegveld van Tasjkent meer KGB'ers zijn dan passagiers. Een poging om de ontkenning dat we zijn gearresteerd uit te testen stuit op de harde handen van een overste, zijn sergeant en een KGB'er. De laatste twee zullen de vliegtuigtrap blijven bewaken, totdat de Iljoesjin van de Oezbeekse luchtvaartmaatschappij om negen uur klaar staat. Op de valreep vervoegt zich een nieuwe regenjas bij hen. Heftig gesticulerend richt hij zich tot de anderen, alsof hij ruzie maakt. Als de vliegtuigtrap wordt weggehaald, haalt hij met een machteloos gebaar de schouders op. Zou Aleksanr Ivanovitsj dan toch een eerlijke missie hebben gehad?

Hoe dan ook: er is geen weg meer terug. Een officieel document is ons al die uren niet verstrekt. We zijn dus helemaal niet tegen onze wil vastgehouden en uitgewezen, alles kan desgevraagd onbeschroomd ontkend worden, zoals het een politiestaat-in-wording betaamt. Er is ons bovendien geen haar gekrenkt. Het is gewoon een administratieve actie gebleven. De oppositie in Oezbekistan, wat je ook van haar politieke opvattingen mag vinden, kan dat over zichzelf niet zeggen. Die heeft de laatste maanden minder milde ervaringen. Minister van buitenlandse zaken Sadik Savajev heeft ons de betekenis van dat onderscheid woensdag, zo blijkt nu, op voorhand al uitgelegd: “Er is geen absolute waarheid waarmee je het niveau van de democratie kan beoordelen”.