Wereldkampioen Zandstra groots maar niet onklopbaar

HAMAR, 15 FEBR. De Zilvervloot was weer eens gewonnen. Zwaaiend met rood-wit-blauwe vlaggen, zingend en juichend dansten de beschilderde oranje-fans gisteravond door de straten van Hamar. De honderden namen het Noorse stadje in bezit en als het aan hen lag werd hun schaatsende held tot burgemeester verheven. Alles draaide om Falko Zandstra, 's middags in het omgekeerde Vikingschip gekroond als wereldkampioen bij de allrounders. Opgewonden gebruikten de supporters het ene superlatief na het andere om hun waardering uit te spreken voor de gespierde spijker uit Heerenveen, die drie weken geleden al zijn (tweede) Europese titel veroverde.

De pas eenentwintigjarige rijder is bezig aan een bliksemcarrière. Door zijn grote talent - de Friezen houden vol dat hij dat heeft van zijn grootvader Jouke de Groot - zijn zelfvertrouwen en zijn onbekommerdheid lijkt hij momenteel onaantastbaar. Maar dat is wel eens schijn, vertelde Zandstra na afloop van het gala. “Mijn benen waren leeg”, bekende hij de internationale sportpers, “nog nooit ben ik zo diep gegaan.” Hij doelde op de afsluitende rit van de tien kilometer, waarop hij om klassementsleider te blijven maximaal zeven seconden mocht verliezen op zijn aartsrivaal Johann Olav Koss. De Noorse krachtpatser besloot, zeer tot Zandstra's verrassing, zijn venijnige aanval te bewaren tot het tweede deel van de race, waarin hij enkele malen spectaculair versnelde. Zandstra kon perfect antwoorden, zij het met moeite: “Koss sloopte mij, dat is waar, maar hij sloopte ook zichzelf.”

Hoewel Zandstra kon terugkijken op een fantastisch toernooi, met de gewonnen 5.000 meter als hoogtepunt, had hij in Hamar niet eens een superdag. Dat kon ook bijna niet, gelet op de aanloop naar het WK. De Fries was al met keelklachten uit Davos naar Noorwegen gereisd. Eenmaal aangekomen werd hij opnieuw geteisterd door lichamelijk ongemak. Bondscoach Ab Krook kreeg er naar zijn zeggen het zweet van in de handen: “Midden in de nacht van afgelopen vrijdag op zaterdag zat Zandstra onder de uitslag. Overal pukkeltjes, vermoedelijk als gevolg van allergie voor een of ander voedsel. Hij heeft met natte lappen over zijn voeten gezeten en deed geen oog dicht.”

Desondanks verliep de openingsdag bijna vlekkeloos. Op het slechte ijs noteerde hij 38 seconden rond op de 500 meter en beëindigde hij de 5.000 meter in 5.43,86. De altijd zo zorgeloze Zandstra had 's avonds onverwachts last van enige druk. Althans volgens Krook: “De fysiotherapeut, de arts en ik moesten ineens afleidende opmerkingen in het midden gooien. Bij het EK in Heerenveen loste hij dat probleem zelf op. 't Leuke was”, vervolgde de trainer gisteren, “dat hij vandaag na de 1500 meter, toen het door Koss' zege moeilijker voor hem werd, ineens juist veel meer ontspannen was. Lag hij bijna te slapen op de massagetafel.”

De wonderlijke en soms lekker naïeve Fries - tijdens het EK vroeg hij Krook of rijden na de dweilpauze een voordeel of een nadeel is - is momenteel terecht 's werelds beste, dat bekennen ook de Noren. Is er al sprake van het begin van een tijdperk-Zandstra, van een ongrijpbare ster hoog aan de hemel, die à la Ard Schenk of later Eric Heiden jaren lang een schrikbewind zal voeren? Zandstra zelf denkt van niet. Akkoord, geeft hij toe, hij is nu doorgebroken. “Maar onklopbaar? Welnee. De anderen trainen ook door. Misschien is Rintje Ritsma volgend jaar even sterk. Een schaatser is geen machine die je aanzet en die vervolgens een Europese titel produceert. Van Koss meldden ze in '91 dat hij de komende vier jaar de baas zou zijn. Het is anders gelopen. Schenk en Heiden? In hun tijd was de concurrentie kleiner. Nu zitten we met de punten dicht op elkaar, Koss, Ritsma en ik.”

Krook sloot zich bij die woorden aan. “Heiden”, verduidelijkte hij, “reed in zijn toptijd bijvoorbeeld 6.59 op de vijf kilometer, de nummer twee had 7.10 nodig en de volgende schaatser 7.11. Dat zie je niet meer.” Er is in zijn ogen wel een kloof ontstaan tussen de experts op de vijf en tien kilometer, Bart Veldkamp, Koss, Zandstra, Ritsma en de rest. De coach prees zich gelukkig dat hij Zandstra en Ritsma, in een tijdspanne van niet veel meer dan een jaar, met name door hoogtestages bij dat eliteclubje heeft kunnen voegen. Die ontwikkeling opent perspectief voor de Olympische Winterspelen van 1994, waarvan de schaatswedstrijden in het Vikingschip van Hamar worden afgewerkt.

Zandstra, Ritsma, Koss en wellicht de dan weer topfitte Geir Karlstad zullen dan meedingen naar de hoofdprijzen op de lange afstanden. Maar ook Veldkamp voelt zich een groot kandidaat, gesterkt als hij is door zijn goede stayerswerk van het afgelopen weekeinde. Hij werd derde op de vijf kilometer en regeerde op de tien kilometer, die hij in Albertville op zijn naam schreef. Veldkamp, bij het WK achter coming-man Ritsma vierde in de eindrangschikking: “Ga je hier weg met een baggertijd, dan is ook je vertrouwen verdwenen. Maar ik reed op de 10.000 meter met 13.46.34 wel een Nederlandse record, was zelfs lang dichtbij de beste wereldprestatie. Die twee jongens na mij, Koss en Zandstra, kwamen niet eens in de buurt. Qua verloop was dit de beste race uit mijn carrière.”

Hoewel hij nog klaagde over zijn techniek (“ik ga te veel rechtop door de bochten”) is Haagse Bartje na een tegenvallend seizoen op weg weer de oude te worden. In Hamar ziet men hem terug in '94. Eerst, hoopt hij, als lid van de Nederlandse ploeg bij het EK allround. Want dan heeft hij de kans te wennen aan het Vikingschip en zijn wisselvallig ijs. En later als olympisch deelnemer. “Daar zet ik dan alles op”, zei hij vastberaden. Verderop stond Zandstra, weer geheel ontspannen. “De Olympische Spelen? Eén gouden medaille zou al heel mooi zijn. Dan denk ik aan de 1500 meter, dat is normaal gesproken mijn sterkste onderdeel. Maar ook mijn 5.000 en 10.000 meter zijn goed. Misschien slaag ik wel drie keer.” In dat geval zou Hamar vast te klein zijn voor de binnenvarende Zilvervloot en al die Nederlandse feestvierders.