Weerbare en kwetsbare kinderen van fotografe Esther Kroon

T/m 7 maart bij Stichting Tentoonstellingsruimte Veem, Van Diemenstraat 410, Amsterdam. Info: 020-6851384. Geopend van wo. t/m zo. van 11 tot 17 uur. Boek: ƒ 40,-.

AMSTERDAM, 15 FEBR. Soms lachen ze, meestal niet. Ze zijn een jaar of zes of acht, niet veel ouder, maar wel jonger. Ze spelen buiten, omhelzen elkaar als vriendjes voor het leven, hangen verveeld rond in zo'n bomenloze dwarsstraat of betonnen buitenwijk. Allemaal hebben ze recht in de camera gekeken van Esther Kroon, die Nederlandse fotografe die vorig jaar, 25 jaar oud, bij een roofoverval in Guatemala werd doodgeschoten.

Gisteren is een tentoonstelling van haar werk geopend in de tentoonstellingsruimte Veem in Amsterdam-Diemen. Familieleden en vrienden hebben samen met uitgeverij Duo/Duo ook een boek laten verschijnen. Een mooi fotoboek met de opnamen van die kleine kinderen, eerst in Barcelona in 1988, waar Esther Kroon haar eerste kinderportretten maakte, en een jaar later in Amsterdam. Want op basis van die Spaanse opnamen had ze van het Fonds voor de Kunst een opdracht gekregen. De jongste fotografe, die daarvoor tot dan toe in aanmerking was gekomen.

Veel kinderfoto's van vroeger, van Eva Besnyö en Kees Scherer bijvoorbeeld, accentueren vaak een aandoenlijke argeloosheid. Te kleine jongetjes die met te grote dingen sjouwen. Er trekt er eentje de wereld in met een manshoge cello, de andere torst een houten tafel op zijn hoofd. Zó ben ik ook geweest, kwetsbaar en onschuldig, zal de toeschouwer denken. En zó zal het nooit meer zijn. Het kwaad is geschied en die jongetjes zal het niet anders vergaan. Daar helpt geen lieve moer aan. En daar word je niet vrolijk van.

De kinderen die Esther Kroon in Barcelona portretteerde weten al wat er zo'n beetje te koop is. Ze moeten zich al handhaven, op straat, met een grimmig hoofd en een echt lijkend pistool in de aanslag. Zelfs voor de fotografe zijn ze af en toe op hun hoede, je weet het maar nooit met die grote mensen. Zigeunerkinderen zijn het, snel afgeholpen van hun fantasieën. Een van hen houdt een piepklein zusje in een wurggreep, ze huilt. Een andere vijfjarige staat er net zo achterdochtig bij als zijn vader, wijdbeens, met een macho-leren jack en hoge laarsjes aan. Voorlopig zal hij zich tegen zijn sterkere maten op straat alleen met dat scherpe mondje van hem kunnen weren.

Ook de Amsterdamse kinderen lijken eerder weerbaar dan kwetsbaar te zijn. Een meisje in het Vondelpark dekt bedeesd met haar handen haar borstjes af, die nog lang niet te voorschijn komen. Zij is een van de weinigen die nog die automatische reflex vertoont wanneer er een camera in de buurt is. Een reflex die bij foto's van vroeger thuishoort, toen kinderen hun best deden om beminnelijk te glimlachen, zodat hun braafheid beloond werd met aandacht en genegenheid. En toen ze vooral beleefd tegen de grote mensen moesten opkijken. Op de foto's van nu kijken ze op ons neer.

Je zou willen weten hoe Esther Kroon die kinderen zonder die fratsen voor haar lens heeft gekregen. Ze poseren niet, ze gedragen zich zoals ze thuis op hun kamertje onopgemerkt en in zichzelf gekeerd met iets in de weer kunnen zijn. En hoe is het gelukt om op sommige kindergezichten de melancholie, de verwondering, de agressie, de bescheidenheid of de vitaliteit te laten sluimeren; een eigenschap, zo lijkt het, die later de overhand zal krijgen.

Dankzij het flitslicht staan ze vlak voor ons in het zonnetje, ernstig en veel te zorgelijk. Een tijd om niet naar terug te verlangen. Het is knap dat Esther Kroon die illusieloze én verwachtingsvolle momenten in beeld heeft kunnen brengen. Het is meer dan jammer dat het bij dit beperkte aantal foto's heeft moeten blijven.