The making of Wim

“Wat voor das zal ik omdoen?”

“Een das? Ben je gek Wim! Het is zondag, je gaat het bos in. Leisure wear.”

“Dus, wel een jasje, geen das, bovenste knoopje los.”

“Nee, te veel Rottenberg- like. Zo loopt tegenwoordig het halve partijbureau er al bij. Heb je geen trui?”

“Nee, uhh dat wil zeggen alleen nog een oude rode uit mijn vakbondstijd.”

“En dat zegt hij nu pas! Fantastisch, een rode trui. Past er helemaal bij. We zijn niet bang meer, we laten niet meer met ons sollen, uit het defensief.”

“Ja, maar...”

“Nou doe je het weer Wim. Weg die twijfel, weg die aarzeling. Dat is het beeld waar je nu juist van af moet. Zelfverzekerdheid, dat zou je toch uitstralen? Initiatief nemen, aan de bal blijven, hit and run, weet je nog wel?”

“Okay, okay, maar toch...”

“Houd daar nu onmiddellijk mee op! Wat zegt het NIPO?”

“28 Zetels.”

“Juist, dus?

“We gaan er voor.”

“Nee, nou zeg je het weer verkeerd. We gaan voor goud. Dat zou je zeggen.”

“Weet ik, maar maken we ons daar niet een beetje belachelijk mee?”

“Nog één keer Wim: wij zijn er voor de campagne. Laat dat nou maar ons over. Je hebt het toch gezien. Je roept iets over het financieringstekort en het CDA is weg. Lubbers valt je niet af, en Brinkman is in totale verwarring. Zo moet het. Uitroken gaan we dat CDA.”

“En mijn geloofwaardigheid dan? Een ijzeren randvoorwaarde noemde ik de daling van het tekort een paar maanden geleden. Zelfs de Volkskrant citeerde die uitspraak van mij nog.”

“Niks van aantrekken Wim. Dat is alleen maar voor de Haagse incrowd. Je kan toch nu niet in Eindhoven aankomen met het financieringstekort? Werkgelegenheid, daar scoor je mee. Trouwens, we gaan het daar niet meer over hebben. Nu ga je je beschikbaar stellen. We hebben de KRO beloofd dat ze het exclusief krijgen.”

“Maar ik was toch al...”

“Wat kunnen jullie politici toch soms naïef zijn. Laat maar verder. Vergeet niet Brinkman te waarschuwen dat hij ook nog in de oppositie kan komen.”

“Zullen we dan nu maar naar dat bos toegaan?”

“Nee, we hebben nog wel een half uurtje. Kunnen we nog mooi even met de saxofoon oefenen.”