Sleeze Beez bij hun terugkeer in Paradiso door publiek bekogeld

Concert: Sleeze Beez. Bezetting: Andrew Elt (zang), Chris van Jaarsveld en Don van Spall (gitaren), Ed Jongsma (bas), Jan Koster (drums). Gehoord: 14/2 Paradiso, Amsterdam.

Eigenlijk zouden we trots moeten zijn op een hardrockgroep van eigen bodem, die het al tamelijk ver heeft geschopt in de Verenigde Staten. Zo'n groep die Back Home van Golden Earring als toegift speelt, om te benadrukken dat het kleine Holland hen nog altijd het meeste waard is. Na een afwezigheid van drie jaar stond Sleeze Beez niettemin een weinig eerbiedig onthaal te wachten. In een redelijk gevuld Paradiso werd het langharige vijftal bekogeld met bierviltjes, plastic bekers en andere projectielen. Het hoort er kennelijk bij, want zanger Andrew Elt vraagt eromaan met obscene handgebaren en de gewoonte om zijn publiek om de haverklap voor "motherfuckers" uit te maken. Het klinkt nogal onvriendelijk, maar bij hardrock horen nu eenmaal stoere jongensmanieren.

Zoals andere jongetjes dromen van een toekomst als buschauffeur, was Andrew Elt in de wieg gelegd voor de rock & roll. In 1985 won hij de Grote Prijs van Nederland met zijn toenmalige groep Gin On The Rocks, die Amerikaans georienteerde hardrock maakte naar het voorbeeld van Van Halen. Nog altijd heeft Elt veel weg van voormalig Van Halen-zanger David Lee Roth, met zijn lange blonde manen en lijzige, maar o zo lenige postuur. Bij Sleeze Beez kon hij zich ontplooien tot een ware podiumpersoonlijkheid, met juist genoeg humor om de in de hardrock gebruikelijke hanigheid te relativeren. Zijn groep van veteranen uit de Hollandse hardrockwereld, beheerst alle benodigde cliché's tot in de puntjes. Zodanig zelfs, dat het pasverschenen derde album Powertool de vergelijking met de gelikte produkties van Def Leppard of Poison kan doorstaan.

Terwijl titels als Raise a little hell een hoge mate van opwinding suggereren, draaide Sleeze Beez op het podium een enigszins voorspelbaar programma af. Het leukst klinken ze in ordinaire stampers als This house is on fire, waar het kinderlijke spreekkoor van de bandleden herinnert aan AC/DC en andere rumoerige feestmuziek. Verder strekken de pretenties van Sleeze Beez niet en wie er de lol van in zag, kon dat laten blijken door bier naar het podium te gooien. Betere hardrock wordt er in Nederland niet gemaakt. De vraag is alleen, of dit soort ouderwetse hardrock als beproefd genre nog wel artistieke perspectieven biedt.