Serviërs houden VN-hulp moslims tegen

SARAJEVO, 15 FEBR. De VN proberen vandaag opnieuw een hulpkonvooi met voedsel en medicamenten naar de door de Serviërs belegerde moslim-inwoners van de stad Cerska in het oosten van Bosnië te krijgen. Gisteren mislukte een eerste poging: het konvooi werd door de Bosnische Serviërs tegengehouden.

Cerska wordt al tien maanden door de Serviërs belegerd en heeft tot nu toe nooit voedsel ontvangen. Volgens de Bosnische radio zijn al 166 inwoners van de stad van honger en kou gestorven - een melding waarover de VN overigens hun twijfels hebben.

Gisteren vertrok vanuit Belgrado een konvooi van tien vrachtwagens met hulpgoederen naar het 40.000 inwoners tellende Cerska. Het konvooi slaagde er echter niet in de stad te bereiken. In Zvornik, aan de grens tussen Servië en Bosnië, werd het tegengehouden door Bosnische Serviërs, die aanvoerden dat ze niet tijdig van de komst van het konvooi op de hoogte waren gesteld.

In Sarajevo lag gisteren voor de derde opeenvolgende dag de distributie van hulpgoederen stil. De Bosnische autoriteiten hebben de distributie gestaakt als teken van protest tegen het feit dat meer dan 100.000 moslims in het oosten van Bosnië al maandenlang niet van hulp zijn voorzien. De aanvoer van nieuwe hulpgoederen naar de Bosnische hoofdstad is inmiddels gestaakt, omdat de distributiecentra overvol zijn en aangevoerd voedsel al begint te rotten. Een woordvoerder van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, José-Maria Mandiluce, uitte dit weekeinde zware kritiek op de Bosnische autoriteiten, die de 380.000 inwoners van Sarajevo bewust voedsel onthouden. Hij bestempelde de beslissing als “een belediging” van de bevolking van Sarajevo, omdat die niet over de maatregel is geraadpleegd en zei dat VN-militairen elke dag hun leven wagen om het voedsel van het vliegveld naar de stad te krijgen. “Het is moeilijk mijn collega's te vragen hun leven te riskeren als niemand zich druk maakt over het leven van de bevolking”, aldus Mendiluce.

Niettemin lijken de inwoners van Sarajevo het besluit van de autoriteiten te steunen. Inmiddels hebben ook de autoriteiten in een tweede Bosnische stad, Tuzla, besloten geen hulpgoederen meer te accepteren uit solidariteit met de hongerende bevolking van het oosten van Bosnië. In Tuzla verblijven duizenden moslim-vluchtelingen die in het kader van de "etnische zuivering' uit hun woonplaatsen in het oosten van Bosnië zijn verdreven.

De VN-commandant in Sarajevo, de Franse generaal Philippe Morillon, heeft de moslim-strijdkrachten zaterdag beschuldigd de aanval op een (Franse) VN-patrouille op donderdag te hebben gepleegd. Toen werd nabij het vliegveld van Sarajevo een pantserwagen met vier blauwhelmen door een motiergranaat getroffen. De vier Fransen werden ernstig gewond; één van hen stierf later. Morillon zei dat de granaat door moslims in de wijk Butmir werd afgevuurd. Hij diende een officieel protest in bij de Bosnische president Izetbegovic, die een officieel onderzoek beloofde.

Izetbegovic sprak gisteren zijn veto uit over een uitwisseling van gevangenen waarover de Franse minister van humanitaire actie, Bernard Kouchner, overeenstemming had bereikt met de Serviërs. Bij de uitwisseling zouden de Serviërs 54 moslim-gevangenen vrijlaten in ruil voor de vrijlating van 54 Serviërs die door de moslims gevangen zijn genomen en 108 Serviërs die zich in handen van de Bosnische Kroaten bevinden. Izetbegovic stak een stokje voor de uitwisseling. Hij motiveerde zijn besluit met het argument dat de Serviërs “concentratiekampen” hebben en “hele steden en dorpen in gijzeling houden, terwijl de moslims slechts (Servische) “criminelen” gevangen houden.

De Kroatische president Franjo Tudjman heeft zaterdag ingestemd met een verlenging van het VN-mandaat in Kroatië. Tudjman zei akkoord te gaan met de verlenging van het mandaat tot eind maart en bereid te zijn zijn troepen in gebieden die de Serviërs in 1991 hebben veroverd tien kilometer van de bestandslijn terug te trekken. In ruil daarvoor eist hij dat de Joegoslaven langs de gemeenschappelijke grens met Kroatië hetzelfde doen. Het leger van Joegoslavië (Servië en Montenegro) zou zich in de grensgebieden langs de Donau en in Montenegro tien kilometer van de grens moeten terugtrekken.

Het mandaat van de VN-troepenmacht UNPROFOR loopt op 21 februari af. De secretaris-generaal van de VN, Boutros-Ghali, heeft een verlenging van het mandaat tot 31 maart voorgesteld om onderhandelingen over de toekomst van de door de Serviërs gecontroleerde gebieden een kans te geven.

Een van de leiders van de Serviërs in Kroatië, Slobodan Jarcevic, “minister van buitenlandse zaken” in de eenzijdig uitgeroepen republiek Krajina, heeft zaterdag gezegd dat de Kroatische Serviërs volledige onafhankelijkheid zullen blijven eisen en geen enkel compromis zullen accepteren dat voorziet in een voortleven binnen de republiek Kroatië. (Reuter, AP, AFP)