Ploeg die zo diep is gezonken, schaamt zich niet meer voor zijn lelijkheid; PSV straft Amsterdamse hoogmoed af

EINDHOVEN, 15 FEBR. Zelfingenomenheid hoort bij Ajacieden. Geen houding die zo mooi is. Die past bij hun trotse manier van voetballen. Bijna alle tegenstanders laten zich erdoor betoveren. Ze dragen grote nederlagen als het onvermijdelijke noodlot. Ze vragen zich niet af of er middelen zijn die de betovering kunnen verbreken. Zoals PSV, gehard in beladen confrontaties, gesard door de Amsterdamse hoogmoed.

Gisteren had PSV geen andere keus dan terug te grijpen naar de elementaire beginselen van strijd. Wie zo diep is gezonken, wie zo dicht bij de dood is graait om zich heen en schaamt zich niet meer voor zijn lelijkheid. Verliezen van Ajax was het laatste dat de kampioen zich kon veroorloven. Die vernedering moest kost wat kost worden vermeden. Dat zou pas echt gezichtsverlies zijn.

Zo agressief als gisteren speelde PSV zelden tegen zijn kwelgeest. Zoveel bezieling toonde PSV dit seizoen niet eerder. Vooral in de tweede helft, de periode waarin het elftal door de rode kaart van Heintze met een man minder moest spelen. Zo lichtzinnig als Ajax toen meende het karwei te kunnen klaren, zo verbeten vermande PSV zich. Met als Eindhovense apotheose het beslissende doelpunt (2-1) vlak voor tijd van Linskens, die ook al de eerste voor zijn rekening had genomen.

Een noeste werker als match-winnaar, de symboliek van een topduel. Misschien was hij niet de beste speler bij PSV, maar hij scoorde wel waar specialist Romario miste en hij prikte en passant alle lyrische verhalen over het fenomeen Jonk, zijn tegenstander, door. Misschien was Kieft wel de beste, gisteren de furieuze straatvechter die bijna geen bal verspeelde, ondanks de vele giftige tikken tegen zijn hielen.

Of Popescu, die eindelijk weer eens liet zien dat hij de mooiste voetballer van Nederland is. Zo gracieus, zo vol beheersing als hij de bal op zijn borst smoorde, die dansende tred. Ook dat was PSV. Popescu was onvermoeibaar dit keer. Hij had zowaar geen last van opspelende beenspieren. Hij was agressief en soms de gewenste leider op het middenveld.

En De Ron, de doelman. Te klein? “Hou nou toch eens op.” Nou, die stift van Bergkamp dan? Bij 1-0. “Gewoon kansloos”, wist De Ron. Bijna had hij gisteren niet gespeeld. Zaterdag liep hij een blessure op bij zijn onderste rib toen hij bij het wegtrappen van de bal zijn rug verdraaide. 's Avonds werd de pijn zo erg dat hij besloot alarm te slaan. Besloten werd de warming-up voor de wedstrijd af te wachten. Mocht de pijn niet te harden zijn dan zou zowaar Van Breukelen zijn teruggekeerd in het doel, maar dan wel met een verdovende injectie in zijn hand.

De Ron voelde zich uiteindelijk in staat te spelen. Maar bij de eerste bal die hij pakte, had hij toch weer pijn gekregen. De uittrappen van de grond besloot hij toen aan Van Tiggelen over te laten. In de rust kreeg hij alsnog een pijnstillend tabletje. Toen voelde het beter, toen ook ranselde hij met felle reflexen de ene na de andere bal uit zijn doel. Gesterkt ook door de luidruchtige aanwezigheid van Van Breukelen op de reservebank.

De betrokkenheid van Van Breukelen neemt heldhaftige vormen aan. Vorige week maandag had hij de spelers bijelkaar geroepen voor een confronterend gesprek. Zo kon het niet langer. Twee eerdere sessies op initiatief van de trainers Westerhof en Arnesen hadden niet het gewenste resultaat opgeleverd. De trainers waren er dit keer niet bij. “Hans heeft iedereen persoonlijk aangepakt, recht op de man af gezegd wat hij fout deed”, vertelde De Ron. “Dat heeft echt geholpen.”

In dergelijke wedstrijden kan het verschil in ervaring en rijpheid doorslaggevend zijn. De ervaring van geharde PSV'ers als Van Tiggelen, Van Aerle, Popescu en Kieft versus de kwetsbare jeugd van de Ajacieden. Toch verweet Ajax-trainer Van Gaal het vooral zichzelf dat hij zijn spelers niet heeft kunnen overtuigen. Hij had er voor de wedstrijd nog voor gewaarschuwd dat PSV getergd op de loer lag. En in de rust had hij er op gewezen dat een van de PSV'ers die al een gele kaart had (Faber, Heintze of Popescu) zeker een rode kaart zou krijgen. En dat de spelers juist dan geconcentreerd, snel en “vanuit hun taak” moesten blijven voetballen.

Het was alsof hij een slecht voorgevoel had gehad. Vijf minuten na rust schoot De Ron slecht uit, net over de middenlijn in de voeten van Petersen. De Ajacied passeerde meteen Heintze, die in wanhoop zijn tegenstander beetpakte. Scheidsrechter Van der Ende kon er niet omheen: rode kaart. Dat had het signaal voor Ajax moeten zijn om PSV te slachten. Maar met de zelfgenoegzaamheid van een zojuist bekroonde artiest is het lastig realistisch te blijven. “Bluf en arrogantie horen bij Amsterdammers. Dat vind ik het sterke aan Ajax”, zei een gepijnigde Van Gaal. Maar dit keer werd het te ver doorgevoerd. “PSV heeft de ruimte gebruikt die wij hebben gegeven.”

In de eerste helft speelde Ajax nog wel snel, geconcentreerd, gedisciplineerd en liet het elftal zich niet intimideren door de agressieve speelwijze van PSV. Hoewel bijvoorbeeld de lichtvoetige Marc Overmars langzaam aan begon te lijden onder het doortrapte, fysieke geweld van Van Aerle en uiteindelijk geen voet meer aan de grond kreeg.

Het fraaie doelpunt van Bergkamp was voor Ajax aanleiding naar hogere sferen te reiken. Een minuut later kon Numan de bal zomaar op het hoofd leggen van Linskens, die van de hele Ajax-verdediging incluis de weifelende doelman Menzo alle vrijheid kreeg en gemakkelijk scoorde. Verdedigen blijft voor Ajacieden iets minderwaardigs. Zeker wanneer de triomf van onsterfelijkheid lonkt.

Menzo nam revanche door even voor de rust een strafschop van Romario met een goed gegokte katachtige duik onschadelijk te maken. Want zo kun je ook het missen van een strafschop beoordelen. De aanleiding (de val van Linskens over Menzo's armen) was discutabel, maar lag in de lijn van Van der Endes arbitrage: elk duwtje en schopje werd bestraft. Alleen, vroeg doelman De Ron zich af, “waarom kreeg Menzo een gele kaart en geen rode? Hiele van Dordrecht kreeg die laatst wel bij een soortgelijke sitiuatie”.

Of Van der Ende inconsequent was of te tolerant? Westerhof en Van Gaal zeggen “principieel” niets over de scheidsrechter. “Je speelt zo hard als de scheidsrechter toelaat”, haalde Van Gaal een oude regel aan. De nederlaag afwentelen op de tegenstander of de scheidsrechter ligt niet in zijn aard. Zoek de schuld bij jezelf, houdt hij zichzelf en zijn spelers voor.

Waarom heeft Ajax bijvoorbeeld zoveel moeite met een numeriek overwicht? Thuis tegen MVV en uit tegen Den Bosch werd met elf tegen tien spelers gelijkgespeeld. Thuis werd zelfs zo van Twente verloren en nu dan van PSV, de meest schokkende en beschamende van alle nederlagen. Dat kan toch niet alleen lichtzinnigheid of zelfingenomenheid zijn. Dat zou te weinig eer zijn voor de potentie van PSV en voor Westerhof, die de dreigende geselingen mogelijk alleen al door zijn sensitieve houding heeft kunnen afwenden.