Parlementariërs verbaasd over aanpak zaak overleden Turk; Turkse delegatie kritiseert burgemeester

DEN HAAG, 15 FEBR. De Turkse parlementaire commissie voor de mensenrechten die afgelopen week een bezoek aan Nederland heeft gebracht, is “verbaasd en verdrietig” over de trage afhandeling van het onderzoek naar de dood van Huseyin Köksal, de Turkse inwoner van Venlo die op 8 januari daags na zijn arrestatie is overleden. Dit zei de voorzitter van de delegatie, Ugur Aksöz, zaterdag na een bezoek aan Venlo op een persconferentie in Den Haag.

De Turkse delegatie heeft afgelopen week gesproken met leden van de Nederlandse parlementaire commissie voor de mensenrechten en de ministers Dales (binnenlandse zaken), Kooijmans (buitenlandse zaken) en Hirsch Ballin (justitie). Ook heeft de commissie een onderhoud gehad met burgemeester J. van Graafeiland van Venlo, de hoofdofficier van jusititie in Roermond W. Zeyl en leden van de Turkse gemeenschap in Venlo. Commissievoorzitter Aksöz noemde het “zeer bedroevend” dat de agenten die verdacht worden van nodeloos geweld bij de arrestatie van Köksal, ondanks eerdere toezeggingen van Van Graafeiland dat de zaak spoedig zou worden afgehandeld, nog steeds niet geschorst zijn.

Ook zei hij verbaasd te zijn over het externe adviesbureau dat Van Graafeiland heeft ingehuurd, hoewel volgens Aksöz uit de autopsierapporten en het rapport van de officier van jusitie blijkt dat de zes agenten en een medewerker van een particuliere bewakingsdienst grote fouten hebben gemaakt. “Er zijn inmiddels bewijzen te over dat de politie onjuist heeft gehandeld. De officier van justitie en de rijksrecherche hebben hun mening over de zaak gegeven en desondanks wordt de zaak in handen van een speciaal bureau gegeven. Het duurt zo lang voor deze zaak tot een oplossing komt, dat het lijkt alsof men deze in de doofpot wil stoppen. Wij hopen op een spoedige uitspraak zodat de Turkse staat en de Turkse gemeenschap in Nederland worden gerustgesteld”, aldus Aksöz.

De Venlose burgemeester J. van Graafeiland haalde zich zaterdag het ongenoegen van de Turkse gemeenschap op de hals door te verklaren dat de dood van Hüsseyin Köksal niets te maken heeft met het optreden van de Venlose politie: “De heer Köksal is niet overleden als gevolg van politieoptreden, dat staat voor mij vast. Dat blijkt ook nergens uit het gerechtelijk onderzoek tot nu toe. De heer Köksal is overleden aan een hersenbloeding, waarvan de neurologen zeggen dat er ook niets meer aan te doen viel.”

De burgemeester was zaterdag naar het cultureel centrum De Maaspoort gekomen om de Turkse inwoners van zijn stad uit te leggen waarom hij nog geen maatregelen heeft genomen tegen de zes leden van zijn politiekorps die op 7 januari bij de gewelddadige arrestatie van Köksal betrokken zijn geweest. De agenten worden door justitie verdacht van dood door schuld en het achterlaten van een persoon in hulpeloze toestand. Twee van hen worden bovendien verdacht van mishandeling. Volgens justitie is bij de arrestatie "disproportioneel geweld' gebruikt en werd de arrestant in strijd met de regels tien uur lang medische verzorging onthouden.

“Vanaf het moment dat vaststaat dat er verwijtbare fouten zijn gemaakt, worden daar de consequenties uit getrokken,” beloofde de burgemeester. Hij zei nu nog geen disciplinaire maatregel te kunnen treffen omdat hij daarmee zou vooruitlopen op een strafontslag: “Ik kan die maatregel niet treffen tegen de enige functionaris bij wie dat aan de orde is, omdat die ziek thuis ziek zit”.

De advocaten van de nabestaanden toonden zich zaterdag eveneens "verbijsterd' over de uitspraken van de Venlose burgemeester. Volgens hen wordt in het sectierapport van het gerechtelijk laboratorium in Rijswijk de mogelijkheid opengelaten dat de hersenbloeding van Köksal is verergerd door het geweld dat tijdens de arrestatie tegen hem is gebruikt. Een nader neurologisch moet daar duidelijkheid over verschaffen, alsmede over de vraag of Köksals leven gered had kunnen worden als hij meteen medische verzorging zou hebben gekregen. Volgens de advocaten blijven er buiten de schuldvraag over de dood van Köksal nog genoeg gronden over om direct maatregelen tegen de agenten te nemen. Volgens een van de advocaten, mr. G. Knoops, gaat de burgemeester voorbij aan het hogere belang van de geschokte rechtsorde en aan het gevaar dat hiermee een precedent wordt geschapen. Knoops wees erop dat twee belangenorganisaties, de coornhert Liga en de Europese Organisatie ter bescherming van de Rechten van Gedetineerden een verzoek hebben ingediend bij de minister van Binnenlandse Zaken om aandrang uit te oefenen op de Venlose burgemeester.

De Turkse delegatieleden willen niet zover gaan als sommige leden van de Turkse gemeenschap in Venlo, die boze opzet en racistische motieven in het politie-optreden jegens Köksal zien. Afgevaardigde Recep Kiris: “De Turkse gemeenschap maakt zich zorgen over de vijandschap die in Duitsland bestaat tegenover buitenlanders. Ze zijn bang dat het ook in Nederland die kant op gaat en ze vragen dan ook om maatregelen tegen de agenten. De zaak-Köksal is een soort examen voor de Nederlandse justitie.”