Organisatiebureau krijgt 1,1 miljoen vergoed van Vrom

DEN HAAG, 15 FEBR. Het organisatiebureau Terpstra en Tukker krijgt van het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer nog ruim 1,1 miljoen gulden vergoed, hoewel het al het sinds 18 december van het vorig jaar geen werkzaamheden meer voor dit departement verricht.

Dit blijkt uit antwoorden die minister Alders en staatssecretaris Heerma vanmiddag hebben gegeven op schriftelijke vragen van de Tweede-Kamerleden Van Erp (VVD) en Versnel-Schmitz (D66). De vergoeding geldt voor de periode 18 tot en met 31 december 1992 (128.700 gulden) en voor 1 januari tot 1 mei 1993 (één miljoen gulden). Voor de werkzaamheden die het organisatiebureau in de jaren 1990-1992 wel had verricht, is het ministerie bijna 6,8 miljoen gulden kwijt. Volgens de accountantsdienst van het ministerie staat de rechtmatigheid van deze kosten in voldoende mate vast, al zijn de voorgeschreven procedures bij opdrachtverstrekking “ten dele niet nageleefd”.

Terpstra en Tukker waren in die periode nauw betrokken bij de reorganisatie van het Directoraat-Generaal voor de Volkshuisvesting (DGVH). Hun werkwijze schoot betrokken ambtenaren in het verkeerde keelgat. Directeur-generaal Kokhuis verbrak de relatie met het organisatiebureau op 17 december 1992. Directe aanleiding was een interview met de adviseurs in NRC Handelsblad, waarmee ze de afspraak schonden dat ze niet met de media zouden praten.

Hoewel de relatie tussen Terpstra & Tukker en het DGVH per dag opzegbaar was, is het volgens Alders en Heerma toch terecht dat de adviseurs een vergoeding krijgen voor de periode na 17 december. Het adviesbureau mocht er volgens de bewindslieden aanvankelijk terecht van uitgaan dat het nog het hele jaar 1993 voor het departement zou werken. Het ministerie is verplicht, aldus de bewindslieden, de verplichtingen die het bureau reeds was aangegaan, te verrekenen. “Het gaat daarbij om onvermijdbaar te maken kosten in personele en materiële sfeer van het bureau voor deze periode.” In overleg tussen beide partijen zijn deze kosten “naar redelijkheid en billijkheid” vastgesteld op ruim 1,1 miljoen gulden.

Alders en Heerma blijven erbij dat directeur-generaal Kokhuis vorige maand terecht “van alle blaam is gezuiverd”, nadat hij wegens zijn banden met Terpstra in opspraak was gekomen. Als gemeente-secretaris van Den Bosch en bij de fusie van een aantal scholen in Den Bosch had Kokhuis bij reorganisaties al eerder te maken met Terpstra. Hij is bovendien bestuurslid geweest van de stichting SGOP, waarvan Terpstra directeur was.

Alders en Heerma wijzen erop dat Kokhuis zijn banden met deze stichting heeft verbroken voordat hij bij VROM in dienst trad. Zij baseren zich daarbij op notulen, gedateerd 25 oktober 1989, van een vergadering van het stichtingsbestuur. Daarin kondigde Kokhuis zijn vertrek aan; in december ging hij bij VROM werken. SGOP heeft hiervan pas in juli 1990 bij de Kamer van Koophandel melding gemaakt en afwijkend van deze notulen een andere datum (1 april 1990) voor het opstappen van Kokhuis genoemd.