Opsporingsteam kan olie-vervuilers niet achterhalen

DRIEBERGEN, 15 FEBR. Het Justitieel Opsporingsteam Milieudelicten Noordzee (JOMN) heeft in 1992 geen van de drie veroorzakers van grote olievlekken voor de Nederlandse kust kunnen achterhalen. Het laatste onderzoek, naar een olievlek in oktober 1992 voor Den Helder en naar aangespoelde olie op de stranden van Texel en Vlieland, is zonder resultaat afgesloten.

Het opsporingsteam onderzoekt alleen olielozingen waarvan de dader onbekend is en waarbij grote bedragen aan reinigingskosten zijn gemoeid. Tientallen schepen zijn door het team onderzocht, ladingpapieren gecontroleerd en restanten van olieladingen bemonsterd om te worden vergeleken met de geloosde olie, maar alle sporen liepen dood.

Een voorlichter van het JOMN noemt als belangrijkste oorzaak dat het opsporingsteam wel gegevens over binnenlopende en uitvarende schepen heeft, maar niet beschikt over gegevens van langsvarende schepen die olie vervoeren. “Die schepen hoeven zich niet verplicht te melden. Als dat wel het geval zou zijn, zou dat veel schelen.”

Ten tweede verstrijkt er veel tijd voordat het opsporingsteam een schip heeft achterhaald. Als er dan monsters worden genomen, kan er al nieuwe olie zijn geladen waardoor de oorspronkelijke "vingerafdruk' van de olie in het schip overeenstemt met de chemische samenstelling van de geloosde olie op zee. Het gebeurt volgens de JOMN-voorlichter ook dat de kapitein van het schip opzettelijk deze chemische samenstelling verandert, door het schip te laten schoonmaken. Door vermenging van olie met schoonmaakmiddelen loopt ook dan het spoor dood.

Bovendien wordt het zoeken naar een schip bemoeilijkt doordat onbekend is welke oliesoorten uit welk olieveld afkomstig zijn. “Als er een centrale databank zou zijn waar alle gegevens in stonden, konden we het wingebied van de geloosde olie achterhalen en kijken welke schepen het laatst hadden gebunkerd bij dat veld”, aldus de voorlichter. Volgens haar wordt er gewerkt aan een dergelijke databank door de directie Noordzee van Rijkswaterstaat en het Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater.

Het justitieel opsporingsteam is sinds 1989 op afroep beschikbaar. Het is elk jaar enkele malen in actie gekomen om de herkomst van grote olielozingen voor de Nederlandse kust te onderzoeken, maar is er nog nooit in geslaagd een vervuilend schip te achterhalen.

In 1992 onderzocht het opsporingsteam een vlek van zes bij drie kilometer op 6 februari voor de Belgische en Nederlandse kust, een vlek van vier kilometer bij 300 meter bij Scheveningen op 1 juli en de al genoemde vlek voor Den Helder van vijf bij twee kilometer.