Ondernemende overheid

FOKKER IS op een oor na gevild. Na een jaar van touwtrekken is de verkoop van de Nederlandse vliegtuigbouwer aan het Duitse Dasa vrijwel rond. Tussen het uitstel van betaling bij DAF en de problemen bij andere merknamen van het Nederlandse bedrijfsleven heeft de overheid het dossier-Fokker nagenoeg afgerond. Dat is met fors verlies aan geld en reputatie gepaard gegaan. Niet alleen omdat Fokker van meet af aan zijn zinnen had gezet op een overname door Dasa, waardoor Fokker en Dasa één front vormden tegenover het ministerie van Economische Zaken, evenmin omdat Dasa spijkerhard onderhandelde met de wetenschap dat bij het moederconcern Daimler Benz een paar financiële hobbels zijn op te lossen. Dasa en Fokker gedroegen zich als bedrijven, terwijl de verkopende partij, de Nederlandse overheid, onderhandelde alsof het om tri-partite overleg met de sociale partners ging.

De onderhandelingspositie van de overheid was van meet af aan zwak. Toen Fokker enkele jaren geleden in Den Haag om steun vroeg, kreeg het van de toenmalige minister van EZ te horen dat het een buitenlandse partner moest zoeken. Maar toen Erik-Jan Nederkoorn, de hebzuchtige zakenman die het personeel en de vakbeweging bij Fokker achter zich wist, begin vorig jaar met Dasa kwam aanzetten, aarzelde de overheid. Veel tijd ging verloren - en tijd is geld in dit métier. Want intussen verslechterde de situatie op de internationale vliegtuigmarkt en schroefde Dasa zijn eisen op. Dat kon mede omdat de overheid geen kant op kon. Het alternatief, behoud van Fokker, zou de staat zeer veel geld kosten en Nederland geeft liever een miljard per jaar uit aan wachtgeld in het onderwijs dan aan steun voor een vliegtuigfabriek.

In Den Haag ontbrak een strategie, speelde nostalgie om het verlies van eigendomsrecht over een stukje nationaal gevoel aanvankelijk een rol, bleef vroegtijdige sondering van mogelijke andere gegadigden uit en deed de traagheid van de politiek de rest. Iedere keer werd de verkopende partij verder in het defensief geschoven. Het principe-akkoord van vorige zomer was voor de overheid gunstiger dan het principe-akkoord van oktober. Het eindbod van vorige week levert de overheid in het somberste geval 400 miljoen gulden minder op dan het contract van oktober.

MINISTER ANDRIESSEN hield zich persoonlijk met de onderhandelingen bezig - alsof het tactisch gezien verstandig is dat een minister met een (onder)directeur van een werkmaatschappij de contracten uitwerkt. Eind vorige week verbaasde hij zich over de precisie van de Duitsers, die over iedere punt en komma tot de laatste cent onderhandelden. Verbazingwekkender is evenwel dat de Nederlandse overheid de zaak-Fokker steeds in eigen handen heeft gehouden. Bij Economische Zaken werken ongetwijfeld toegewijde ambtenaren, maar zij vormden geen partij voor de geslepen zakenlieden waarmee ze van doen hadden. Ook niet met de Landsadvocaat en de Nationale Investeringsbank als adviseurs die door EZ werden ingeschakeld.

Terwijl de overheid voor ieder wissewasje een extern adviesbureau aantrekt, is bij deze miljoenen-transactie geen beroep gedaan op de expertise van investeringsbankiers. Overnemingen en fusies worden in de wereld van het grote geld door bankiers en advocaten uitgevochten en iedere ondernemer die op het overnamepad gaat of zich belaagd weet, haalt daar een nationale of buitenlandse investeringsbankier bij. Die vragen weliswaar exorbitante beloningen, maar ze slepen er wat uit voor hun cliënt. Bij Fokker zette Economische Zaken een groep ambtenaren zonder marktervaring en met een salaris volgens de ambtenaren-CAO op een contract van honderden miljoenen.

DE ONDERNEMENDE OVERHEID en "De beleidsmakers van de BV Nederland' doen in de public relations waarmee ministeries zich in een sfeer van eigentijdse dynamiek presenteren, sinds enige tijd opgang. Dit zijn misleidende begrippen en in het geval-Fokker is dat gebleken. De overheid kan zaken doen beter aan anderen overlaten.