Noors ijs "te rauw' voor wereldrecords

HAMAR, 15 FEBR. Thuis, in het Noordhollandse Groet, heeft Bertus Butter zich het afgelopen weekeinde voor de televisie zitten verbijten bij het zien van de beelden van het WK schaatsen. De ijsmeester meldde via de telefoon geen goed woord over te hebben voor de kwaliteit van de piste in Hamar. “Je kunt wel zeggen”, aldus Butter, “dat de Noren het vak ijsmaken nog niet beheersen.” De Nederlander maakte de Skandinaviërs twee maanden geleden enigszins wegwijs. “Vier uurtjes instrueerde ik hen, bij de interland Noorwegen - Nederland. Dat was lang niet genoeg. Maar toen wisten ze het wel. Mij hadden ze niet nodig bij dit topgebeuren. Dat is triest.”

Het ligt allemaal simpel, stelde Butter. “Als je niet alle achter gronden kent, dan kom je er in dit bijzondere beroep niet uit.” Butter had naar zijn zeggen try-outs willen doen met het toevoegen van chemicaliën aan het te bevriezen water, “om uit te vinden hoe het staat met de taaiheid, de hardheid en de wrijvingsweerstand van het ijs”. Hij was van mening dat de Noren de problemen eenvoudig dachten op te lossen door op de schaafmachine te gaan zitten en rond te rijden. “Zo werkt dat niet. Ik zag op de tv dat het ijs te rauw was. Als ze dit water, uit het midden van het aangrenzende meer, blijven gebruiken, wordt het nooit wat. Er moeten stoffen bij, waardoor het ijs olie-achiger wordt. Als ijsmaker moet je exact weten wat je doet, je moet kunnen horen, voelen en zien hoe de baan is.”

De gevoelige toppers vergeleken het ijs afgelopen zaterdag met een wasbord. Was dit nu de prachtige vloer waarop, zoals directeur Hans Erik Stadshaug van het Vikingschip zo zelfverzekerd had geroepen, steevast een wereldrecord zou sneuvelen? “Je zag nog spoortjes na het dweilen”, mopperde Bart Veldkamp, “en het ijs is elke dag anders. Toen we aankwamen was het hard, hoorde je een kraakpartij bij het afzetten. Vrijdag was het goed glij-ijs, à la Thialf op zijn best, een dag later was het zacht, klote. Bij de 5.000 meter deugde er niets van.” Gisteren was er volgens hem ten minste nog behoorlijk gedweild, maar was de baan weer te hard.

Bondscoach Ab Krook ontdekte zaterdag ribbeltjes in de lengterichting van de ban. “Het leek wel of het water ongelijk opdroogde. Vrijdag was het perfect. Zou dat toeval zijn? Ik heb het idee dat die ijsmakers er weinig van begrepen. Op een gegeven moment vroegen ze mij wat ze moesten doen.” IJsmakers Björn Lunstoing en Björn Sollie lagen onder vuur. “Het ijs een wasbord?” zuchtte de eerste Björn, “hoe komt men daarbij? Er waren misschien wat oneffenheden op de plekken, waar de machine keert. Ik denk dat alle kritiek op ons het gevolg is van de te hoog gespannen verwachtingen bij de Noorse pers. Misschien zochten de journalisten slachtoffers wegens het falen van Johann Olav Koss op de vijf kilometer.”

“Een wereldrecord”, vulde Sollie aan, “was hier echt mogelijk geweest, geloof me. Maar dan had men geen mensen in de hal moeten toelaten, zodat Björn en ik volledige controle over het ijs hadden gehad. Pas op, dit was de eerste keer dat we ijs maakten met zoveel publiek. Het effect van die 13.000 warme lichamen op de temperatuur in de hal is groot. Ik geef toe dat we dat niet goed hebben kunnen inschatten. Bij de Olympische Winterspelen zal het allemaal beter zijn, daar staan we garant voor. We hebben nog een jaar de tijd voor experimenten.”