Nederlandse kapitaalmarkt breekt door grenzen

ROTTERDAM, 15 FEBR. De Nederlandse kapitaalmarkt heeft een zeer goede week achter de rug. De 10-jaars rente wist twee belangrijke barrières te nemen. Ten eerste daalde de lange rente in een termijn van twee weken met 20 basispunten (een basispunt is een honderdste van een procentpunt) en kwam met een niveau van 6,9 procent onder de grens van 7 procent. Dat was de eerste keer sinds 1989. Ten tweede dook de Nederlandse 10-jaars rente duidelijk onder de Duitse 10-jaars rente, iets wat de laatste vier jaar niet meer heeft plaatsgevonden. Alleen in 1988 lag de Nederlandse lange rente onder de Duitse; dat omdat toen in Duitsland speciale belastingmaatregelen dreigden voor renteopbrengsten, de zogenaamde bronbelasting. In het hele vorige decennium heeft de Nederlandse kapitaalmarktrente verder boven de Duitse rente gelegen, zodat de huidige situatie wel als bijzonder mag worden gekenschetst.

Nederland en Duitsland hebben de laatste weken onder andere kunnen profiteren van hun sterke valuta. Spanningen binnen het EMS hebben geleid tot vluchtgedrag naar guldens en D-marken. Het geld dat naar Nederland stroomde werd voor een belangrijk deel belegd in langlopende obligaties omdat beleggers verwachtten dat de inflatie zich gunstig gaat ontwikkelen en dat mede daardoor de officiële rentetarieven kunnen worden verlaagd. Deze verwachtingen zijn deels bewaarheid geworden, juist ook omdat spanningen binnen het EMS de Duitse centrale bank welhaast dwongen haar rentetarieven te verlagen. Vorige week verlaagde de Bundesbank ook de repo-rate met 10 basispunten. Nog steeds ligt deze rente enigszins boven de vergelijkbare Nederlandse beleningsrente.

Het inflatiebeeld van beide landen is momenteel verschillend; waar de Nederlandse inflatie in januari een daling liet zien tot 2,5 procent steeg de Duitse inflatie juist van 3,7 procent in december tot 4,4 procent. De consumentenprijzen stegen in januari met ruim 1 procent, wat is toe te schrijven aan de BTW-verhoging per 1 januari. De Duitse minister van economische zaken Rexrodt verwacht dat de inflatie dit jaar in het gunstigste geval uitkomt op 3 tot 3,5 procent, wat toch beduidend boven de 2,5 procent ligt die het Centraal Planbureau voor Nederland verwacht.

De sterke gulden, het gunstige Nederlandse inflatiebeeld en relatief beperkte beschikbaarheid van obligaties lopend tot 2003 bieden volgens marktpartijen ruimte voor een verdere daling van de Nederlandse 10-jaars rente.

Internationale obligatiemarkten

De aandacht van de internationale markten verschoof vorige week van Europa naar de Verenigde Staten en Japan. De Amerikaanse dollar liet een neerwaartse correctie zien ondanks een aantal sterke economische cijfers. Het meest prominente van deze cijfers, de werkloosheid, vertoonde een daling van 7,3 naar 7,1 procent. Ook de obligatiemarkt lijkt de laatste tijd weinig aandacht te hebben voor de economische ontwikkeling. De markt-participanten zijn veel meer geïnteresseerd in indicaties omtrent het fiscaal-economische beleid dat president Clinton zal gaan voeren. In dat verband zal met aandacht worden geluisterd naar de "State of the Union' van komende woensdag.

Hoewel de economische cijfers ook negatief voor de obligatiemarkt kunnen worden uitgelegd, was het pessimisme op de Amerikaanse obligatiemarkt van afgelopen week veeleer een kwestie van vraag en aanbod. Door de drie-maandelijkse veiling kreeg de markt aanbod te verwerken op een moment dat deze dat niet kon gebruiken. Zoals gezegd ontbreekt het de marktpartijen nog aan duidelijkheid omtrent het economische beleid. Per saldo steeg de 10-jaars rente met 9 basispunten naar 6,43 procent.

In Japan ging de kracht van de Yen gepaard met met stijgingen op de obligatiemarkt. Sinds de recente verlaging van het disconto verplaatsen veel beleggers hun geld van kortlopend naar langer lopend papier. De sterke Yen zorgt daarbij voor extra buitenlandse interesse.

In Europa was België de grote verliezer. De frank heeft danig aan kracht ingeboet en moest de zeer nauwe koppeling met de D-mark enigszins losser maken. Omdat de stabiliteit van de Belgische munt voorheen juist de belangrijkste attractie was van de Belgische obligatiemarkt, steeg de lange rente met 10 basispunten naar een niveau van 7,75 procent. Nu het er op lijkt dat de echte spanningen in het EMS voorbij zijn, redeneren veel beleggers dat de potentiële winsten op de Franse obligatiemarkt groter zijn. Daarbij schrikken de Belgische problemen rond de overheidsschuld en de federale hervormingen internationale beleggers af.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco