Mahler voor Joep Straesser voorbeeld bij Derde symfonie

Derde symfonie van Joep Straesser door het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart. 17/2 20.00u Muziekcentrum, Enschede; 18/2 20.15u Vredenburg, Utrecht; 20/2 15.00u Concertgebouw, Amsterdam.

Joep Straesser (58), wiens Derde symfonie deze week in première gaat, heeft als componist een lange weg afgelegd. In de bijna negentig composities die hij sinds het begin van zijn carrière schreef, bij elkaar zo'n achttien uur muziek, richtte hij zijn aandacht steeds minder op de muzikale gegevens zelf, ten gunste van de vorm van de compositie. Straesser: “In de jaren zestig was ik, zoals de meeste componisten in die tijd, gefixeerd op over-complex materiaal, dat ik tot in de kleinste details probeerde te construeren. De vorm was daaraan ondergeschikt. Boulez ging in zijn Derde pianosonate zelfs zover, dat de uitvoerder zelf maar moest bepalen in welke volgorde hij het aangereikte materiaal speelde.

“In de jaren zeventig kwam de bezinning. Die leidde tot een sterke vereenvoudiging van het materiaal, waardoor de vorm weer betekenis kreeg. Als muzikale motieven voor de luisteraar herkenbaar zijn, kan hij ze gemakkelijker onthouden. De componist kan ze dan combineren en er later eventueel op terugkomen, waardoor de muziek weer een "verhaal' vertelt, met een eigen ontwikkeling.

“De jaren zestig waren een verbijsterende tijd. Het ene stuk was nog nieuwer dan het andere. Ik herinner me de première van Aventures van Ligeti. Dat was een sensatie. Maar nog voor je ervan bekomen was, ginge nieuwe stukken van Stockhausen en van Boulez in première. Misschien was het een reactie op de oorlog, een soort muzikale wederopbouw. Binnen die vernieuwing wilde niemand nog iets met het verleden te maken hebben. In mijn studietijd durfde je niet over Mahler te praten. Dat was natuurlijk een onhoudbare situatie, je kunt de traditie niet ontkennen, die zit als het ware in je genen.”

Woensdag gaat in Enschede de Derde symfonie van Straesser in première, op één programma met ondermeer de Vierde van Mahler, volgens Straesser een mooie combinatie - bedacht door Jan Zekveld, hoofd van de Varamuziekafdeling en binnenkort de nieuwe artistiek directeur van het Concertgebouworkest, aan wie Straesser zijn symfonie heeft opgedragen.

Straesser: “In mijn werk zitten mahlerianismen, daar schaam ik me niet voor. Maar het zijn slechts oppervlakkige gebaren, zoals het gebruik van de harp in combinatie met laag koper en een bepaald motief in de hoorns. Ik hou niet van citeren. Wel heb ik een relatie met Mahler gezocht in de manier van werken. Ik gebruik in deze symfonie delen uit oudere stukken van mezelf, net als Mahler dat deed. Men mag dat ook beschouwen als een protest tegen de Nederlandse hang naar premières. Het is frustrerend om een mooi stuk te maken, dat na een paar uitvoeringen in de kast verdwijnt.”

Het karakter van Straessers muziek is in de loop der jaren inderdaad veranderd. De oudere werken klinken in zekere zin "moderner' dan de meer recente. Niet dat de componist is teruggekeerd naar een soort laat-romantisch idioom, maar zijn laatste werken zijn rustiger van toon en minder fragmentarisch dan in het verleden. De klank is bovendien mooi uitgebalanceerd en de luisteraar lijkt gemakkelijker zijn weg te kunnen vinden in de muziek, zonder verstrikt te raken in al te gecompliceerde opeenstapelingen van steeds weer nieuwe muzikale gebeurtenissen.

Straesser: “Vroeger dacht ik wel eens: is dit niet te extreem, te complex. Nu vraag ik me soms af of een motief niet juist te eenvoudig is. Ik heb echter gemerkt dat het niet om de muzikale gegevens op zichzelf gaat, maar om de manier waarop ze met elkaar worden verbonden. Daardoor verliezen ze hun banaliteit. Ik hou niet van simplisme in muziek, zoals bij voorbeeld veel minimal music. Muziek gaat dan werken als een soort goedaardige drug. Ik wil muziek schrijven die de luisteraar wakker houdt, waarin hij ook de tweede keer nog nieuwe dingen kan ontdekken.

“In het gedicht An die Musik, dat ik twee jaar geleden op muziek heb gezet, schreef Rilke over muziek "Du Sprache wo Sprachen enden. Du Zeit...' Het is moeilijk te zeggen waar muziek over gaat. Maar het is bij voorbeeld niet toevallig dat in films met onderwater-beelden zo vaak de harp en de celesta klinken. Muziek is kennelijk niet zo abstract. In het tweede deel van mijn nieuwe symfonie gebruik ik een grote trom in een treurmars-ritme, dat is een direct associatief gebaar. Ik weet tijdens het componeren of iets "vrolijk' klinkt, "droevig' of "plechtig'. Emoties zijn eigenlijk muzikale parameters.

“Vroeger ontwikkelde ik voor een stuk eerst een procédé voor toonhoogte, ritmiek, dynamiek, enzovoort. Ik bedacht een bepaalde hiërarchie en vulde het tijdsverloop in - soms heel letterlijk door alvast maatstrepen te zetten op het lege papier. Tegenwoordig ga ik meer op avontuur. Er is een bepaalde muzikale inval, die ik vervolgens uitwerk. Ik weet van tevoren niet hoe ideeën zich ontwikkelen, in welke mate ze zich opdringen of naar de achtergrond verdwijnen. Ik heb niet, zoals sommige componisten, een ideologie die ik ten koste van alles wil verdedigen. Schumann zei dat je van een plant de wortels in de grond moet laten zitten. Ik probeer gewoon muziek te schrijven die werkt.”