Louis Pasteur was een fraudeur

BOSTON, 15 FEBR. De grote Franse microbioloog Louis Pasteur (1822-1895) maakte zich regelmatig schuldig aan wetenschappelijk onethische praktijken. Hij eigende zich de resultaten van anderen toe, fraudeerde en deed experimenten op mensen zonder eerst de benodigde proefdierstudies te hebben gedaan. Dat concludeert prof. Gerald L. Geison, een wetenschapshistoricus van Princeton University, na een nauwgezette studie van Pasteurs lang geheim gebleven laboratoriumjournaals. Geison presenteerde zijn bevindingen zaterdag in Boston op een congres van de American Association for the Advancement of Science.

Pasteur moet zich goed bewust zijn geweest van het potentieel incriminerende karakter van zijn laboratoriumaantekeningen. In 1878 drukte hij, 56 jaar oud en gevierd als nationale held, zijn familie op het hart om ze nooit aan derden ter inzage te geven. Die wens werd lang gerespecteerd. Pas sinds 1975, vier jaar na de dood van Pasteurs kleinzoon Valéry-Radot, is het omvangrijke persoonlijke archief van Pasteur in de Bibliothèque Nationale in Parijs voor wetenschapshistorici toegankelijk.

Een dramatisch voorbeeld van bedrog was de beroemde publieke demonstratie, in mei 1881, van een vaccin tegen miltvuur, een veeziekte die op mensen kan overgaan. In het dorpje Pouilly-le-Fort vaccineerde Pasteur 25 schapen met een door hem ontwikkeld miltvuurvaccin, waarna hij die dieren, samen met een controlegroep van 25 niet-gevaccineerde schapen, besmette met de miltvuurbacterie. Alle gevaccineerde schapen bleven leven en de schapen uit de controlegroep gingen dood.

Uit de laboratoriumjournaals blijkt echter dat Pasteur niet zijn eigen vaccin gebruikte, maar dat van een van zijn rivalen, de veearts Toussaint. Deze had zijn alternatieve bereidingsmethode eerder met Pasteurs medewerkers besproken.

Pasteur had zijn demonstratie toegezegd na daartoe door een criticus te zijn uitgedaagd, maar van de werkzaamheid was hij nog niet overtuigd. Zijn medewerkers raadden hem dan ook aan om van de demonstratie af te zien, maar Pasteur zette door en nam zijn toevlucht tot ordinair bedrog.

Volgens Geison stond er een staatslicentie en dus ook veel geld op het spel.

Overigens bleek Pasteurs vaccin enige maanden later ook goed te voldoen. Voor Toussaint waren de gevolgen desastreus. Hij was zo aangedaan dat hij een zenuwinzinking kreeg en binnen enkele maanden stierf.

De laboratoriumjournaals van Pasteur, meer dan honderd banden, beslaan ruim 10.000 dichtbeschreven en moeilijk ontcijferbare pagina's. Wetenschapshistoricus Geison pluisde een groot deel van het materiaal na en vergeleek het nauwgezet met Pasteurs gepubliceerde werk. Daarbij stuitte hij op een groot aantal discrepanties. De gelauwerde grondlegger van de medische microbiologie blijkt zich, zoals in het geval van het miltvuurvaccin, niet alleen schuldig te hebben gemaakt aan grove schendingen van de wetenschappelijk- en medisch-ethische spelregels, maar het ook niet erg nauw te hebben genomen met de weergave van zijn onderzoeksresultaten. Dat blijkt uit de episode van de vaccinering van het negenjarige jongetje Joseph Meister in juli 1885.

Pag.6: "Medisch wangedrag'

De jongen was zwaar toegetakeld door een hondsdolle hond en liep ernstig risico de dodelijke ziekte te ontwikkelen. Pasteur diende de jongen een experimenteel vaccin toe, bereid uit gedroogd ruggemerg van hondsdolle konijnen. Meister bleef gezond en Pasteur publiceerde het resultaat, een van de beroemdste uit de geschiedenis van de geneeskunde, drie maanden later.

In zijn artikel suggereerde Pasteur dat hij voorafgaande aan de toediening het vaccin uitgebreid had getest op honden. Maar uit de laboratoriumboeken blijkt dat hij in werkelijkheid maar enkele proeven met honden had gedaan, proeven die bovendien niet of nauwelijks relevant waren voor de bij het jongetje gebruikte methode. Volgens Geison druiste Pasteurs handelwijze vierkant in tegen de toentertijd geaccepteerde opvattingen over de ethiek van experimenten op mensen, opvattingen die Pasteur ook zelf expliciet onderschreef.

Ook bij vele andere experimenten van Pasteur ontdekte Geison opvallende tegenspraken tussen de aantekenboeken en de gepubliceerde resultaten. Volgens hem werpen de laboratoriumjournaals een interessant licht op de discussie die tegenwoordig wordt gevoerd over fraude en wangedrag in de wetenschap. “In onze tijd,” aldus Geison, “zou Pasteurs handelwijze zeker zijn gebrandmerkt als wetenschappelijk wangedrag.” Geison herinnert aan ander historisch onderzoek waaruit blijkt dat grote onderzoekers het in hun onderzoeksrapportage niet al te nauw namen met de feiten. “Ook de natuurkundigen Michael Faraday en Robert Millikan, en de fysiologen Claude Bernard en Hans Krebs, zondigden regelmatig tegen de standaardmythe van onbevooroordeelde waarneming en rapportage. Dat onderzoekers hun resultaten oppoetsen, lijkt meer regel dan uitzondering.”