In zijn dorp wilde hij niet wonen, in Indië niet sterven; Dirksland herdenkt Walraven

Het dorpje Dirksland op het Zuidhollandse eiland Flakkee herdacht afgelopen zaterdag de dood van de schrijver Willem Walraven (1887-1943). Vijftig jaar geleden stierf hij in een Japans kamp in Nederlands- Indië, ver van zijn geboortestreek die hij op achtentwintigjarige leeftijd voorgoed verliet.

De zeeklei is omgewoeld. De mist ontneemt het zicht op het landschap dat zich een twintigtal meter verderop moet uitstrekken, vlak, streng, doorsneden door rechte sloten en wegen. Het dorpje Dirksland op Flakkee waarheen we op weg zijn betekent voor de argeloze reiziger misschien niets, voor de lezer van de gebundelde brieven van Willem Walraven heeft het dorpje een bijna mythische betekenis. Aan de Straatdijk werd Willem Walraven geboren; het huis is onlangs afgebroken en op de plaats waar het stond groeit gras over de puinbrokken.

Dat het huis is afgebroken, is eigenlijk te symbolisch. Willem Walraven heeft Dirksland en de Dirkslanders gehaat en tevens hen en het stille dorp liefgehad. Zijn vertrek in 1915 naar het toenmalige Nederlands-Indië beschouwde hij als een verbanning, een soort "moord' door zijn ouders op hem gepleegd.

Er zijn nog steeds Dirkslanders die Willem Walraven als een zonderling beschouwen, een zwerver die het met de godsdienst niet nauw nam, een cynische en ook gevreesde figuur. Sinds afgelopen zaterdag lijkt daarin een kentering te zijn gekomen. Enkele gedreven Walraven-lezers hebben de notabelen van het dorp zover gekregen om de schrijver te eren met toespraken, onder anderen door de burgemeester en schrijver Rob Nieuwenhuys, een Walraven-wandeling door Dirksland, een Schrijversprentenboek en de heruitgave van het ontroerende jeugdverhaal Levenslijnen. Ook is in het Gemeentehuis een expositie te bezichtigen met typoscripten en foto's.

Walraven was een hartstochtelijk briefschrijver met een feilloze stijl, journalistiek, direct en beeldend. In een vitrine ligt het typoscript van een van de brieven uit zijn postuum verschenen boek Brieven. Aan familie en vrienden. Zoals bijna alle brieven van Walraven is het er een van geduchte lengte. Zonder doorhalingen is de brief getypt, als een lange, ononderbroken getuigenis. Op 15 maart 1941 richtte hij een brief van vijftien bladzijden lengte aan Rob Nieuwenhuys, die er tot op de dag van vandaag nog ontsteld over is dat iemand zó schreef. Een passage als de volgende tekent Walraven ten voeten uit: “Ik ben eigenlijk iemand, die alleen kan haten of liefhebben, beide intens, en er is geen middenweg. Misschien komt het daardoor, dat mijn geschrijf niemand onverschillig laat. Ze vinden het prachtig of ze worden er kwaad om, vooral het laatste!”

Dirksland gaf aan Walraven zijn hardvochtige en gevoelige karakter; Nederlands-Indië maakte van hem de briefschrijver op het bezetene af. De ingewikkelde samenleving met haar uitgesproken hiërarchie, haar geroddel en onderlinge twist, is door Walraven vastgelegd. Iedereen die zich een beeld wil vormen van de kolonie tussen 1919-1941 ontkomt er niet aan Walraven te lezen. Hij was betrokkene en buitenstaander; door zijn huwelijk met een inlandse vrouw maakte hij van zichzelf een displaced person. Zijn enige geluk vond hij in zijn journalistieke werk, ondermeer voor De Indische Courant, en in zijn brieven.

Het is altijd hachelijk een schrijver te herdenken; zijn naam ligt opeens op ieders lippen, bewondering alom, en de wandeling van bijna honderd herdenkers door Dirksland heeft, in al haar eensgezindheid, iets van een stille omgang. Walraven was, zo vertelt zijn jongste zoon, een man met "haaienhumor'. Het lijkt of iedereen in de met mist gevulde straatjes van Dirksland bang is ineens de stem van Walraven te horen, die zich bars afvraagt wat hij met dit eerbetoon nu allemaal moet.

Walraven overleed aan uitputting in het kamp. Volgens zijn kinderen had hij daar niet hoeven sterven, maar het ontbrak hem aan wilskracht. Hij was mentaal gebroken, moe van het strijden tegen hypocrisie en onrecht. Hij beschouwde zich als een "veelgeplaagd man' met een leven achter zich dat onuitwisbare indrukken achterliet. Sommigen zien in Walraven de man die voortdurend in opstand is, eerst tegen het benauwde steile Dirksland, later tegen de Indische samenleving. In Dirksland kon hij niet aarden, in Indië wilde hij niet sterven. Tussen die beide uitersten bewoog zich zijn heftige gemoed. Liever dan in Indië begraven te worden, wilde hij liggen op het kerkhof van Dirksland, onder een steen, die al snel met gras overwoekerd zou raken. Dat is niet gebeurd. Het lot hield hem gekluisterd aan Indië, vol met heimwee naar het "verloren toverland' van zijn jeugd. Ik lees in Walraven de man van de onrust, van het niet anders kunnen leven dan als ontheemde. “Zodra wij ons wagen op ziedende golven van het heftige leven daarbuiten - en dat heb ik gedaan! - zijn wij als een stroohalm in de wind en niemand kan zeggen hoe het einde zal zijn.” Dirksland heeft Willem Walraven intussen als een verloren zoon teruggegeven aan de Dirkslanders. Maar daarmee is hij nog niet getemd, iets dat nooit zal gebeuren met iemand wiens brieven een explosieve lading hebben.

Gemeentehuis Dirksland: Expositie Willem Walraven t/m 26/2. Het boek "Levenslijnen" is verkrijgbaar bij de Stichting Regionale Cultuur, tel: 0187-1897. De "Brieven" zijn verschenen bij Uitgeverij Van Oorschot.