Historische overeenkomst komt te vroeg voor achterban; Leiders werpen mistsluier over "akkoord' Z-Afrika

JOHANNESBURG, 15 FEBR. Een dag na het historische akkoord tussen de Zuidafrikaanse regering en het Afrikaans Nationaal Congres over een regering van nationale eenheid, ging de mistmachine al weer aan. Er is geen akkoord. Wat er wel is, bleef verborgen in een nevelig politiek woordenspel.

President De Klerk en ANC-voorzitter Mandela probeerden in het weekeinde de schade te beperken die hun onderhandelaars vrijdag hadden aangericht. De leiders ontkenden ten stelligste dat de twee grootste partijen in hun bilaterale gesprekken “eenzijdige overeenkomsten” hebben gesloten.

“We sluiten geen deals op dit moment. Definitieve overeenkomsten moesten worden bereikt op een conferentie waar alle partijen van Zuid-Afrika zijn vertegenwoordigd”, zei De Klerk in een vraaggesprek op de televisie. Nelson Mandela probeerde tijdens een toespraak voor Indiase zakenlui de berichten te ontzenuwen. “Laat me alle geruchten uitbannen dat we een geheim pact met de regering hebben gesloten. Deze berichten zijn van elke waarheid ontbloot en extreem schadelijk.”

Het heeft er alles van dat de adjudanten vrijdag te loslippig zijn geweest. Staatssecretaris van grondwetszaken Fanus Schoeman, een figurant in de gesprekken van wie men zelden hoort, presenteerde op een persconferentie als vaststaand feit dat het ANC akkoord was gegaan met een regering van nationale eenheid. Die regering van zwarte en blanke partijen zou vijf jaar zitten na de eerste verkiezingen, die waarschijnlijk volgend jaar worden gehouden. Een gekozen grondwetgevende vergadering stelt in de tussentijd de grondwet op en gaat door als parlement wanneer de eerste non-raciale constitutie is aangenomen. Dat was een belangrijke verschuiving, want eerder had het ANC ingestemd met een interim-regering tot de goedkeuring van een definitieve grondwet. Daarna moesten nieuwe verkiezingen volgen.

Tegelijk presenteerde de secretaris-generaal van het ANC, Cyril Ramaphosa, zijn deel van de buit. De regering was akkoord gegaan met de vaststelling van de grenzen en bevoegdheden van regio's door de gekozen grondwetgevende vergadering. Dat was een belangrijke concessie van de regering. Zij wilde tot nu toe het principe van een sterk federale staat vastleggen in onderhandelingen voorafgaande aan de eerste verkiezingen, waarin het meer centralistisch denkende ANC waarschijnlijk de meerderheid zal halen. Op het oog een logische ruil van twee cruciale kwesties, waarop de onderhandelingen in de Conventie voor een Democratisch Zuid-Afrika (Codesa) vorig jaar stukliepen.

Het is een ritueel patroon in Zuidafrikaanse politiek: wanneer regering en ANC het ergens over eens worden, komt Buthelezi in opstand. Vanuit zijn regeringszetel in het thuisland KwaZulu gaf de nummer drie van de Zuidafrikaanse politiek, Inkatha-leider Mangosuthu Buthelezi, blijk van zijn ongenoegen, als zo vaak flirtend met het perspectief van gewapend conflict. Vooral het idee dat de regering concessies had gedaan op het gebied van streekregeringen - de garantie voor Buthelezi en andere thuislandleiders dat ze iets van hun macht meenemen naar het nieuwe Zuid-Afrika - was de chief te machtig. Dit was “een recept voor burgeroorlog”. Het Zuidafrikaanse leger en Umkhonto we Siszwe, de gewapende vleugel van het ANC, zouden ervoor nodig zijn om dit plan aan KwaZulu op te leggen, aldus Buthelezi. De regering en het ANC “spelen gevaarlijk met ons leven en dat van onze kinderen en kleinkinderen”. Ook de kleinere partijen van links tot rechts spraken hun afschuw uit over dit staaltje dominantie van de Grote Twee.

Dit soort opschudding kan het Zuidafrikaanse onderhandelingsproces in de huidige broze fase niet gebruiken. De regering probeert de partijen in bilaterale gesprekken terug te lokken naar multilaterale onderhandelingen, te houden in maart. Dat daarbij gezocht wordt naar mogelijke overeenstemming is logisch, omdat een mislukking van de volgende Codesa rampzalige gevolgen kan hebben. Maar al te duidelijke eensgezindheid schept het beeld van blokvorming en schrikt andere partijen af, wat kan leiden tot gevaarlijke scheuringen.

President De Klerk zinspeelde daarop in een poging Buthelezi te kalmeren. “Inkatha moet deel uitmaken van het bestel, anders krijgen we problemen. Dan kan Zuid-Afrika de kant opgaan van Joegoslavië.” Verschillende woordvoerders beoefenden semantische acrobatiek om de betekenis van "akkoord' af te zwakken. Er werd gesproken over “toenadering”, “richtlijnen en ideeën over machtsdeling”, “groeiende eensgezindheid” of “voortgang naar een opdoemende brede consensus” (De Klerk). Intussen lekten nieuwe details uit over de mate van toenadering. Partijen krijgen een plaats in de regering van nationale eenheid, wanneer ze bij de verkiezingen een vastgestelde drempel halen (vijf tot tien procent). De grondwetgevende vergadering zal met meerderheden van tweederde beslissen - een punt waar vorig jaar Codesa over struikelde.

De mist van woorden is ook bestemd voor intern gebruik. Mandela zal grote problemen hebben een langdurige samenwerking met de onderdrukkers van een paar jaar geleden aan zijn achterban te verkopen, zeker als zij het Nationale-Partijstempel van “machtsdeling” met zich draagt. De ANC-leider probeerde een verschil aan te brengen: een regering van nationale eenheid is bedoeld om nationale eenheid te scheppen, machtsdeling is iets heel anders. Staatssecretaris Schoeman was het daar niet mee eens: “Een regering van nationale eenheid is machtsdeling.”

De onderhandelaars moeten nu de toenadering, de voortgang of de groeiende eensgezindheid slijten aan hun partijen. Het ANC-hoofdbestuur vergadert vanaf morgen drie dagen lang. Het kabinet komt woensdag bijeen. De regering probeert in een driedaags conclaaf in KwaZulu Inkatha te overtuigen. Het is een delicaat moment op de terugweg naar de onderhandelingstafel. Tot die in zicht is, mag een akkoord geen akkoord heten.