Het Nationale Ballet spiritueel en vitaal in eigentijdse dansen

Gezelschap: Het Nationale Ballet. Nieuwe werken: Diversion of Angels. Choreografie en kostuums: Martha Graham. Gezien: 12 en 13/2 Muziektheater Amsterdam. Daar nog te zien: 17, 19, 20, 23, 25, 26, 28/2, 2 en 3/3. Rotterdam 5 en 6/3, Den Haag 8 en 9/3.

Het Nationale Ballet brengt deze maand een uitstekend programma op de planken dat volkomen recht doet aan twee van de drie doelstellingen van de groep: het presenteren van belangrijke twintigste-eeuwse choreografieën en van jong Nederlands eigentijds talent. Twee werken uit de eerste categorie zijn afkomstig van de grote Amerikaanse dansvernieuwers George Balanchine (Russisch van geboorte) en Martha Graham, twee genieën werkend vanuit volkomen verschillende invalshoeken. Balanchines The four Temperaments (1946) met muziek van Paul Hindemith kreeg in de twee voorstellingen die ik zag een goede en levendige uitvoering in verschillende bezettingen met in beide de jonge Boris de Leeuw als uitschieter. Diversion of Angels, in 1948 gemaakt door de moeder van de moderne dans, Martha Graham, wordt nu voor het eerst bij een Europese klassiek gerichte groep uitgevoerd. Tijdens Grahams lange leven - zij werd 97 - werd haar werk zelden of nooit buiten haar eigen gezelschap op het toneel gebracht, maar net voor haar dood wist artistiek directeur Wayne Eagling te bewerkstelligen dat het Nationale Ballet Diversion of Angels op het repertoire mocht nemen. Eigenlijk een riskante onderneming, want de door Graham ontwikkelde en gebruikte techniek met zijn spiraalbewegingen, vloerwerk, naar de aarde gerichte sprongen en krachtige spiercontracties vraagt om een gedegen scholing die in een aantal opzichten flink afwijkt van wat een puur klassiek danser gewend is. De lessen en repetities door ex-Graham-danser Bert Terborgh en Yuriko, ooit een van Grahams belangrijkste solisten, hebben bewonderenswaardige vruchten afgeworpen. Diversion of Angels werd zeer goed gedanst en de uitvoerenden wisten de juiste spiritualiteit van het werk te treffen. Drie vrouwen in geel, rood en wit belichamen de verschillende aspecten en fasen van de liefde: ontwakende erotiek, warmbloedigheid en verstilde harmonie. Vier mannen en vier vrouwen omringen hen. Ensembledelen worden afgewisseld met korte soli en duetten en het geheel ademt een sfeer van tijdloze vitale levenslust en verbondenheid met de natuur. Het werk is prachtig van constructie en glashelder in beweging. Jeanette Vondersaar en Rachel Beaujean, die beiden de witte vrouw vertolkten, treffen ieder op hun eigen wijze het majestueuze aspect van de rol. Carin Schnabel en Daniëlle Valk dansten zeer kundig de rode partij, waarin Schnabel net dat beetje extra aan allure en stralende warmte aanbracht die de rol doet gloeien als een smeulend vuur. Het kwikzilverachtige sprankelende geel werd door Sandra Verbaas en Marieke Simons met een meeslepend jeugdige frisheid gedanst, waaraan Simons opvallende lichtheid en genuanceerdheid in beweging toevoegde.

Naast die twee balletten uit het verleden een spiksplinternieuw werk van Ted Brandsen, die tot twee jaar geleden als danser aan Het Nationale Ballet verbonden was en vorig jaar zeer succesvol debuteerde als volwassen choreograaf bij de groep. Zijn Crossing the Border op gelijknamige muziek van Steve Martland maakte hij voor zestien dansers. Het zit razend knap in elkaar en is rijk gevarieerd in beweging. De fragmentarische muziek wordt nauwgezet gevolgd, waarbij de ene groep in vertraagde bewegingen vaak de melodieuze lijn volgt tegenover de andere die met snelle, scherp geaccentueerde movementen de ritmische structuur vorm geeft. De fraaie belichting (Jos Janssen), de stijlvolle, strakke kostumering (François-Noël Cherpin) en het sobere toneelbeeld sluiten perfect aan bij de koele zakelijkheid van de choreografie. Die bevat veel fragmenten met een robotachtige kwaliteit, gelardeerd met wat lyrisch getinte duetten. Het is een strak geordende chaos, die vooral laat zien dat Brandsen zijn materie uitstekend beheerst. Er wordt voortreffelijk in gedanst met Clint Farha, Caroline Sayo Iura, Pierre Paradis, Alfredo Fernandez, Rachel Beaujean en Robert Bell als opvallende solisten.