Fiscus legt beslag op bezit Van Maarseveen

UTRECHT, 15 FEB. De belastingdienst heeft voor zeventig miljoen gulden beslag laten leggen op de bezittingen van de Utrechtse zakenman C.H.J.A. van Maarseveen. De beslaglegging is het gevolg van een jacht van het ministerie van financiën op misbruik van belastingfaciliteiten met vennootschappen. Onlangs claimde het ministerie voor hetzelfde vergrijp tientallen miljoenen guldens bij de Friesch Groningsche Hypotheekbank en beursfonds Breevast.

Volgens de belastingdienstheeft de directeur-eigenaar van de M3-groep jarenlang de belasting ontdoken met de handel in lege vennootschappen.

De belastingsdienst loopt jaarlijks honderden miljoenen guldens mis als gevolg van de handel in lege vennootschappen. Sinds 1991 probeert het ministerie van financiën de fiscale claims inzake die zogenoemde geldzakvennootschappen alsnog te realiseren. Het gaat om een beperkt aantal gespecialiseeerde bedrijven, waarvan Van Maarseveen een van de grootste is. De M3-groep, die gevestigd is aan de Utrechtse Maliebaan, is ook actief in onroerend goed en bedrijfsadviezen. Van Maarseveen was niet bereikbaar voor commentaar.

Vennootschappen die geen activiteit meer ontplooien kunnen interessant zijn voor de handel als bij verkoop de bezittingen, zoals gebouwen, veel meer opbrengen dan de boekwaarde. Als die winst wordt gebruikt als vervangingsreserve en binnen vier jaar opnieuw wordt geïnvesteerd, hoeft daarover geen belasting te worden betaald. Maar bij de gewraakte activiteiten zou van die herinvestering niets terechtgekomen zijn, omdat de uiteindelijke koper van de vennootschap spoorloos verdwijnt. In de gevallen dat de nieuwe eigenaar wel kan worden opgespoord, gaat het om een zogenoemde "katvanger', bij wie niets te halen valt.

Volgens het ministerie van financiën kunnen de tussenhandelaars aansprakelijk worden gesteld voor de fiscale claim, omdat zij op de hoogte moeten zijn van de duistere toekomst van de vennootschap. Zij betalen en vragen immers zodanige prijzen voor de zakgeldvennootschappen, dat deze alleen nog interessant zijn als de vervangingsreserve "verdwijnt'.

Eind vorig jaar heeft financiën ook al een claim van 35 miljoen gulden ingediend bij respectievelijk het vastgoedfonds Breevast en de FGH-bank. Zij hadden in 1983 een viertal vennootschappen verkocht, waarin geld was achtergebeleven dat was verdiend met de verkoop van het Utrechtse winkelcentrum Hoog Catharijne. De Zwitserse koper heeft die vennootschappen 'leeggehaald' waardoor de belastingdienst haar claim misliep. Volgens financiën konden Breevast en FGH weten dat dit zou gebeuren.