"Europa verlamd door doemdenken over Joegoslavië'; Minister Kooijmans licht zijn ideeën over oorlog op de Balkan toe op CDA-conferentie

De nieuwe minister van buitenlandse zaken, dr. P.H. Kooijmans, zei bij zijn aantreden dat de oorlog in Joegoslavië nummer één op zijn agenda stond. Hoe hij over het probleem denkt, lichtte hij dit weekeinde toe op een CDA-conferentie.

DEN HAAG, 15 FEBR. Ons voortdurend gebiologeerd zijn door worst case denken heeft Europa in een vroeger stadium, toen dat nog gemakkelijker was gegaan, belet in te grijpen in Joegoslavië. Volgens minister van buitenlandse zaken, dr. P.H. Kooijmans, die dit zei op een CDA-conferentie, heeft Europa “zich steeds laten weerhouden om werkelijk maatregelen te nemen door voortdurend uit te gaan van de allerergste gevolgen, namelijk die van een volledige oorlog die steeds verder om zich heen zou grijpen”.

Dat heeft zo belemmerend gewerkt, zei Kooijmans, dat de preventieve werking die kon uitgaan van vastbeslotenheid aan Europese zijde, over het hoofd is gezien. “Van bijvoorbeeld de uitspraak dat er veiligheidszones zouden worden ingesteld, was al een waarschuwende werking uitgegaan”, aldus Kooijmans. “De hele tijd ook hebben politici en militairen gezegd dat een werkelijk afdwingen van de door de Veiligheidsraad ingestelde no fly-zone niet zo veel zin had, omdat er toch niet zo veel inbreuk op werd gemaakt. Daardoor kreeg je de zotte situatie dat er door de Veiligheidsraad weliswaar een no fly-zone werd ingesteld, maar er is vervolgens maanden over gediscussieerd of je hem wel moest uitvoeren. Daaruit hebben de Serviërs de conclusie kunnen trekken dat de internationale gemeenschap niet bereid was iets te doen, zelfs geen initiële stappen te ondernemen.”

Hoe deze tragische zaak afloopt, niemand kan het zeggen, besloot Kooijmans zijn college voor een 130-tal mensen tijdens een door het Wetenschappelijk Instituut van het CDA in Den Haag georganiseerde conferentie over het nationaliteitenprobleem en het geweld in Joegoslavië. Kooijmans: “Soms komen je ten aanzien van CVSE, EG en andere instellingen de tranen op de wangen, en niet van vreugde. Maar we hebben geen andere keuze dan aan die organen te blijven vasthouden, want betere zijn er ook niet.”

Hoe sterk de behoefte in CDA-kring is om hard in te grijpen in ex-Joegoslavië, bleek uit de woorden van het Europarlementslid drs. A.M. Oostlander. “Ik heb altijd bekend gestaan als een pacifist in de partij. Dat idee heb ik afgelegd. Voor sommige mensen en groepen is militair ingrijpen de enig verstaanbare taal.” Anderhalf jaar rapporteurschap voor Joegoslavië ten behoeve van het Europarlement hebben de verandering te weeg gebracht bij Oostlander, de man die in het CDA vaak de rol van behoeder van de hogere principes heeft trachten te vervullen.

De meerderheid van de inleiders wilde ingrijpen in Joegoslavië. “Wie gewelddadig ingrijpen in Joegoslavië uitsluit, wordt een bondgenoot van de agressors in dat land”, zei de Belgische oud-premier Wilfried Martens. Het Tweede-Kamerlid De Hoop Scheffer: “Dat we ook in de kwestie-Joegoslavië moeten wachten totdat er witte rook uit het Witte Huis komt, bewijst het brevet van onvermogen dat wij Europeanen onszelf in deze kwestie hebben gegeven.” De Hoop Scheffer wilde onmiddellijk beginnen met het uitvoeren van de Veiligheidsraadsresolutie, die de Serviërs verbiedt nog boven het gebied van Bosnië-Herzegovina te vliegen, de no fly-zone. “En waarom hoor ik niets meer over het plan voor safe havens?” Voor Kooijmans was ingrijpen “op dit moment een gepasseerd station”. In een toelichting naderhand zei hij dat interventie nu uitgesloten is, doordat president Clinton eerst een door iedereen aanvaard akkoord heeft geëist. “Pas als partijen zich daar niet aan houden, zijn de Amerikanen eventueel bereid, samen met de Europeanen, in te grijpen. Voordien zal er niets gebeuren.” Over de kansen op zo'n akkoord, zei Kooijmans: “Men kan daar uiteraard pessimistisch over zijn, maar we hebben geen andere keuze dan erop aan te koersen.”

Het wachten is nu op de Amerikanen en op eventuele diplomatieke successen van de nieuwe Amerikaanse afgezant voor het Joegoslavisch conflict, Bartholomew. In tegenstelling tot de Nederlandse ambassadeur bij de EG, dr. B.R. Bot, die op de conferentie een inleiding hield over het nationaliteitenprobleem in Oost-Europa, was De Hoop Scheffer van mening dat interventie door de NAVO kan worden uitgevoerd. “Als geen andere instantie het doet, kan de NAVO die verantwoordelijkheid nemen.”

Het grootste probleem, zo werd geconcludeerd, blijft voorlopig die van het politiek leiderschap. Oud-premier Martens: “Als de internationale gemeenschap werkelijk had gewild, was het allemaal veel makkelijker gegaan. Met vijfhonderd Belgische para's hadden we in het begin de hele zaak kunnen opkuisen.”