Ella Fitzgerald Ella Fitzgerald: The Original ...

Ella Fitzgerald Ella Fitzgerald: The Original American Decca Recordings, The Early Years - Part 1 (1935-1938) GRP 26182. Distributie: BMG.

Ierse pop The Frank And Walters: Trains, Boats and Planes. Setanta/Polygram 828 369-2

Ton Bruynèl Ton Bruynèl - Looking Ears 1. BVHaast, cd 9214

Gelderse Mahler Des Knaben Wunderhorn door Jard van Nes en John Bröcheler. Ottavo OTR C79238

Hans Dorrestijn Hans Dorrestijn: Pretpark. Holland Label Records (postbus 4175, 6710 ED Ede) PAHCD 101.

Ella Fitzgerald

Opvallend aan het reissue-project Ella Fitzgerald - The Original American Decca Recordings is het ontbreken van het woordje Complete dat bij Billie Holiday bijvoorbeeld wel in de titel stond. De reden is natuurlijk dat de oogst aan "Fitzgeralds' dermate groot is dat liedjes van marginaal belang best konden worden gemist. Van 1935-1956 legde Fitzgerald voor Decca meer dan 300 stukken vast, de eerste jaren ook op naam van Chick Webb, de bandleider bij wie ze, 17 jaar oud, haar plaatdebuut maakte.Met Webb stond ze ook in de Savoy Ballroom en dat is aan het repertoire op The Early Years (1935-1938) goed te merken: op bijna alle stukken valt heel deugdzaam te dansen. Dat is ook wat Ella Fitzgerald onderscheidde van de andere big band-zangeressen uit die tijd, ze was geen entre-act om even bij uit te blazen, ze swingde even hard als de boys in the band, die haar ook om die reden adoreerden.

In 1936 is haar stem nog heel meisjesachtig (een kenmerk dat nooit helemaal zou verdwijnen) maar de soepele manier waarop ze in You'll have to swing (Mr. Paganini) de tempo-wisselingen neemt, maakt duidelijk wat een groot (natuur)talent ze toen al was. In My Last Affair, haar eerste opname op eigen naam, geeft ze een voorproefje van haar latere ballad-stijl en in Organ Grinder Swing doet ze wat ze later met nog meer succes zou doen: scatten.

Onder de 43 uitstekend gereproduceerde stukken op deze dubbel-cd bevindt zich ook A-Tisket, A-Tasket, de enige nummer 1-hit die Webb ooit zou scoren. Een jaar later overleed deze drummer, een mismaakte dwerg die acht jaar lang één van de vitaalste orkesten uit de big band era had geleid. De jonge Ella die zeer op hem gesteld was geweest, nam de leiding over en hield de big band nog twee jaar op de been. Hoe dat ging is te horen op deel twee van dit mooi gedocumenteerde project, een produktie van kenner Orrin Keepnews.

Ella Fitzgerald: The Original American Decca Recordings, The Early Years - Part 1 (1935-1938) GRP 26182. Distributie: BMG.

FRANS VAN LEEUWEN

Ierse pop

Het enorme succes van U2 heeft een jarenlange verstikkende werking uitgeoefend op het wel degelijk aanwezige jonge talent uit Ierland, dat zich moeilijk uit de schaduw van de beroemde landgenoot kon losmaken. De kentering is in zicht, want frisse groepjes als The Saw Doctors en The Frank And Walters staan op doorbreken.

Het trio The Frank and Walters uit de havenstad Cork valt op door ouderwets vrolijke popliedjes over alledaagse onderwerpen. Niet voor niets refereert de titel van hun debuutalbum Trains, Boats and Planes aan een oude hit van Billy J. Kramer & The Dakotas, want de Merseybeat uit de jaren zestig stond model voor hun simpele meezingdeunen over "Trainspotters" en een "Happy Busman". Bijzondere vermelding verdient This Is Not A Song, waarin zanger/gitarist Paul Linnegan minutenlang opsomt waar dit lied niet over gaat. "This is not a song about old James Dean, cause he's mentioned in too many songs already."

Producer Edwyn Collins (ex-Orange Juice) schuwt de pompeuze galmeffecten niet, maar liet het gevoel van een driftig op en neer springend punkbandje intact. "It's a hippy diddly crazy world" vatten The Frank And Walters de sfeer van hun opgeruimde tienermelodieen treffend samen. Sinds The Undertones heeft Ierse pop niet meer zo aanstekelijk geklonken.

The Frank And Walters: Trains, Boats and Planes. Setanta/Polygram 828 369-2

JAN VOLLAARD

Ton Bruynèl

De componist Ton Bruynèl (1934) houdt van geluid. In al zijn composities is hoorbaar hoe zorgvuldig hij zijn voor het grootste deel elektronische geluiden bewerkt en vlekkeloos combineert met de klank van akoestische instrumenten. Bruynèl slaagt er telkens in om met behulp van elektronica een heel persoonlijk geluid te vinden, waarin hij abstracte klanken op een vanzelfsprekende manier verbindt met geluiden uit het dagelijks leven, soms onvervormd uit de werkelijkheid gecopieerd (zoals de uil in Serène), maar vaak met elektronische middelen gefabriceerd.

Veel muziek van Ton Bruynèl gaat ergens over. De werken op de cd Looking Ears zijn veelal ontstaan op basis van buitenmuzikale associaties. Save the Whale is een pleidooi tegen de walvisvaart, de donkere basklarinet van Harry Sparnaay lijkt op het ene moment ijle walvisgeluiden na te bootsen en later dreigende scheepstoeters (waarbij het ritme wordt bepaald door de morsetekens van Save the Whale). In Denk mal das Denkmal zingt een cynische Lieuwe Visser over de ijdelheid van oorlogsmonumenten, op een subtiele manier wordt verwezen naar Schuberts Erlkönig. De Schrootsonate is opgedragen aan de beeldend kunstenaar Jean Tinguely. Hier wordt de elektronica gecombineerd met het tinkelende en soms hamerende klavecimbel van Annelie de Man. Beelden van de verbouwing van het Amsterdamse Concertgebouw, de val van de Berlijnse Muur en de brand in het Gebouw voor K&W in Utrecht versmolten tot iets wat klinkt als heel fraai schroot.

Elektronische muziek heeft wel eens de neiging om te vervallen in een wat bleke eenheidsklank, maar Bruynèl geeft zijn composities steeds een eigen karakter.

Ton Bruynèl - Looking Ears 1. BVHaast, cd 9214

PAUL LUTTIKHUIS

Gelderse Mahler

In Arnhem begon de Nederlandse Mahlertraditie: daar dirigeerde Martin Heuckenroth op 17 oktober 1903 voor het eerst in ons land Mahler: de Derde symfonie, een gezamenlijk project van de Arnhemse Orkest Vereniging en het Utrechts Stedelijk Orkest. Iets van de glans werd eraan ontnomen doordat Willem Mengelberg vijf dagen later in Amsterdam dat werk liet dirigeren door Mahler zelf. Maar de componist had bewonderende woorden over voor de moed van Heuckenroth om aan de monumentale Derde te beginnen.

Moed is nog steeds nodig om te komen met nieuwe Mahler-uitvoeringen en nog meer daarvan is vereist voor plaatopnamen: alles is immers al eens buitengewoon prachtig en vrijwel ideaal vastgelegd. Maar de nieuwe opname van Het Gelders Orkest (de voormalige Arnhemse Orkest Vereniging) met Mahlers liederencyclus Des Knaben Wunderhorn bewijst zichzelf als bijzonder. Jard van Nes en John Bröcheler zingen niet zozeer "mooier' dan anderen maar vaak wel treffender, persoonlijker, karaktervoller, directer en beeldender - kwaliteiten die juist in dit afwisselende, verhalende, cynische en hooggestemd getuigende repertoire vereist zijn.

Al dat goede culmineert in een roerende weergave van het lied Wo die schönen Trompeten blasen - toch al een van Mahlers allermooiste - en hier uitgevoerd met grote vocale en instrumentale liefdevolle gevoeligheid. Roberto Benzi - zeker geen typische Mahlerdirigent - laat Het Gelders Orkest uitstekend spelen met veel relief, de opname is mooi gedetailleerd en de zangers - niet van te dichtbij opgenomen - klinken op hun best.

Des Knaben Wunderhorn door Jard van Nes en John Bröcheler. Ottavo OTR C79238

KASPER JANSEN

Hans Dorrestijn

“Iemand met een zeilplank kan niet deugen,” is op zichzelf geen humoristische mededeling - behalve als Hans Dorrestijn, met zijn vermoeide en ietwat zeurderige zangstem een lied aanheft dat met deze regel begint. Door de schrijnende neerslachtigheid van de zanger levert zijn evidente afkeer van de frisse, vrolijke wereld van de sport al meteen een komische botsing op. Dorrestijn maakte in zijn theatersolo Pretpark, waarvan nu in eigen beheer een cd-registratie is uitgebracht, vaak gebruik van die tegenstelling. Hij hoeft het voorwerp van zijn hoon alleen maar wat te chargeren om er een maximaal effect uit te halen. Zoals in een aansluitend lied over gehandicaptensport: “In baan vijf, als ik goed zie / zwemt enkel en alleen een knie.”

Hoewel ook de kunst van de conférence hem steeds beter afgaat, is Dorrestijn nog altijd op zijn best in het light verse. Het dwingt hem in korte, eenvoudige zinnen tot de essentie te komen, terwijl de rijmdwang veel tot die puntigheid bijdraagt. De rudimentaire melodietjes die hij aan de pianotoetsen ontwringt, dienen slechts ter ondersteuning - of, in sommige gevallen, als geestig contrast met de tekst. Versiering is er niet bij; de liedjes duren bijna allemaal minder dan twee minuten. In die beperking toont Dorrestijn zich een meester. “Een feestje is het beste zonder gasten,” zingt hij, in één zin samenballend waar een ander minstens vier regels voor nodig heeft.

Hans Dorrestijn: Pretpark. Holland Label Records (postbus 4175, 6710 ED Ede) PAHCD 101.

HENK VAN GELDER