Brinkman wil vasthouden aan regeerakkoord

DEN HAAG/BRUSSEL, 15 FEBR. Fractievoorzitter Brinkman (CDA) heeft kritiek op PvdA-minister Kok (financiën) na diens uitspraak dat in de rest van deze kabinetsperiode de mogelijkheid moet bestaan minder streng vast te houden aan de terugdringing van het financieringstekort.

Brinkman zei gisteren voor de AVRO-radio dat Kok eerst met concrete bezuinigingsmaatregelen moet komen en niet nu al de financiële doelstellingen van het kabinet moet loslaten.

In afwachting van de voorstellen houdt de CDA-fractie vast aan de doelstelling van het regeerakkoord ten aanzien van het terugbrengen van het financieringstekort en de collectieve lastendruk. Brinkman kritiseerde het feit dat Kok zijn voornemen over het minder snel terugdringen van het financieringstekort bekend had gemaakt zonder met concrete bezuinigingsvoorstellen te komen. “Kom nu eerst eens met voorstellen en begin niet achteraan te redeneren”, aldus Brinkman. Minister-president Lubbers steunt zijn collega van financiën.

Brinkman koos gisteren een hardere toon tegenover het kabinet dan zijn financieel woordvoerder Terpstra vrijdag had gedaan. Die zei toen nog:“Als Kok nu duidelijk maakt dat in 1996 goed wordt bezuinigd, mag het van ons in 1994 wat minder zijn.” Brinkman zei zondag: “Waar ik aan vasthoud is dat er een degelijk beleid wordt gevoerd. (...) Ik denk eerlijk gezegd niet dat het kabinet in 1994 afscheid wil nemen met de stelling: we hebben het financieringstekort losgelaten, de lastendruk is opgelopen, de werkgelegenheid valt tegen, de werkloosheid is gestegen, nou de koopkracht gaat nog wel een beetje. Dat lijkt me eerlijk gezegd geen fraai rapport aan het eind van zo'n kabinbetsperiode.”

In Brussel zei minister Kok vanochtend dat hij mogelijkheden ziet voor àlle EG-lidstaten om de werkloosheid te bestrijden door minder te bezuinigen. Hij zei dit tijdens een Raad van Europese ministers van financiën. Kok vroeg zich af of niet alle EG-lidstaten gezamenlijk de gevolgen van de strakke bezuinigingen beperkt moeten houden, “juist nu de conjunctuur zo tegenzit en de werkloosheid weer oploopt”.

Als alle lidstaten “in een onderlinge samenhang” minder bezuiningen dan zou dat de economische groei weer op gang kunnen helpen, meent Kok. Hij sprak van “nèt dàt duwtje in de goede richting, dàt duwtje waarvoor ieder land afzonderlijk te klein is”.