Bedreigde Kok onderneemt vlucht naar voren

De twee acties die vice-premier en PvdA-leider Wim Kok de afgelopen week ondernam, waren goed getimed: zijn uitspraak om de afgesproken terugdringing van het financieringstekort te vertragen en de mededeling dit weekeinde dat hij lijsttrekker, en liefst zelfs premier, wil worden.

Koks ster was wat aan het verbleken; daar moest iets tegen worden gedaan.

Het spel van actie en reactie begon op dinsdag. In een soort vertraagde reactie op de opiniepeilingen na het WAO-debat - waarbij bleek dat de PvdA geen centje winst had geboekt - werd de positie van Kok als politiek leider ter discussie gesteld in De Telegraaf. Adjunct-hoofdredacteur Kees Lunshof constateerde dat Kok geen stemmen trekt en “gedumpt” moest worden.

De volgende ochtend al opende concurrent Algemeen Dagblad de krant met de mededeling dat de PvdA toch achter Kok bleef staan. In het artikel, dat helaas naar geen enkele bron verwees, werd gesuggereerd dat er besprekingen binnen de partij waren geweest, waarin de conclusie was getrokken: Kok mag blijven.

Beide artikelen waren voor het Rottenberg-team even erg, omdat elke discussie over de positie van de leider alleen maar schadelijk kan zijn. Er moest een list worden verzonnen.

En, zoals politici wel vaker doen, men koos de vlucht naar voren. Een interview met de Volkskrant werd door Kok gebruikt om het plan te verkondigen dat gezien de slechte economische vooruitzichten maar afgeweken moest worden van het strenge schema dat het financieringstekort terugleidt naar 3,25 procent. In het weekeinde kwam daar de mededeling bij dat hij lijsttrekker wil worden en daarbij “voor goud gaat”, voor het premierschap dus.

Chapeau voor de vice-premier en zijn politiek adviseurs, de discussie over Koks leiderschap was naar de achtergrond verwezen. Hoe haastig de actie op touw was gezet, bleek vrijdag in het kabinet. Daar moest Kok meededelen dat hij nog geen enkel vastomlijnd plan had en dat zelfs de daarvoor benodigde cijfers van het Centraal Planbureau nog niet op tafel lagen. Pas over een week of vijf, zes - als hij de zogenoemde kaderbrief presenteert met de grondslagen van de begroting 1994 - komt hij met een echt voorstel. Ook dat is sluw, want nu blijft de aandacht in de media voorlopig gericht op het naderende voorstel en niet op zijn persoon.

Het gevolg is wel dat in feite de strijd voor de Tweede-Kamerverkiezingen van mei 1994 thans is begonnen. Het Rottenberg-team had pas eind maart, begin april echt willen starten; de uitputtingsslag gaat nu nog langer duren. Naast Kok zullen nog enkele mensen als speerpunten in de strijd worden geworpen: staatssecretaris Jacques Wallage, minister Hedy d'Ancona en toch ook fractievoorzitter Thijs Wöltgens. “Mensen die beweren dat wij Kok opzij zouden willen zetten, vergissen zich”, zegt iemand in de top van de partij. “Zijn imago is wat stijfjes, maar het is een man waar mensen vertrouwen in kunnen hebben. Bovendien, er zitten geen briljante spelers van eigen kweek bij ons in het C-elftal, die we zouden kunnen opbouwen om de spits over te nemen.” (RM)