Arnesen, Kieft en Vanenburg groeiden op tussen de talenten aan de Middenweg; "Pas in 2000 overtreft PSV populariteit van Ajax'

EINDHOVEN, 15 FEBR. Wim Kieft was gisteravond vermoedelijk de enige Amsterdammer die vrolijk fluitend van Eindhoven naar de hoofdstad reed. De spits van PSV woont sinds anderhalf jaar na wat omzwervingen weer in zijn geboortestad en pendelt dagelijks op en neer. Hij is samen met Gerald Vanenburg en elftalbegeleider Frank Arnesen een van de drie ex-Ajacieden bij de landskampioen. Kieft kwam in de titanenstrijd niet tot scoren, maar buffelde in de aanvalslinie voor twee. Hij had dan ook een aandeel in de kapitale winnende treffer. “We wisten vantevoren dat we van Ajax op kracht moesten winnen. Voetballend hebben we tegen deze ploeg niets in te brengen. Ajax had het in de eerste helft moeten afmaken. Maar als je vier, vijf kansen onbenut laat, verdien je het niet om te winnen”, luidde zijn simpele analyse.

Wim Kieft is een typisch produkt van de Ajax-school. Hij kwam van de amateurclub Madjoe maar ging op zijn tiende al een paar honderd meter verder op de Middenweg voetballen, bij het grote Ajax. Hij debuteerde in de hoofdmacht als invaller op 4 mei 1980 in De Meer tegen NEC. Een seizoen later kwam zijn echte doorbraak onder Leo Beenhakker toen hij uit tegen Go Ahead samen met Frank Rijkaard voor het eerst een hele wedstrijd speelde. Kieft scoorde in dat duel twee keer. “Het was toen niet moeilijk een vaste plaats te veroveren in het eerste”, bekent hij. “Ajax maakte een moeilijke periode door. De kwaliteit van het spelersmateriaal was niet best. We zouden op twaalf punten eindigen van kampioen AZ'67.”

Vanaf 6 december 1981 heeft Wim Kieft anderhalf jaar geprofiteerd van de terugkeer van Johan Cruijff als voetballer bij Ajax. “Die eerste wedstrijd van Johan tegen Haarlem bewaar ik als een van de mooiste herinneringen uit mijn loopbaan. Toen hij kwam was ik bang voor m'n plekkie. Maar dat viel mee.” Cruijff zette Kieft juist regelmatig in een kansrijke positie voor het doel. Mede daardoor werd Kieft in 1982 met 32 treffers topscorer van Nederland en Europa. Toch vond Ajax het nodig om hem een jaar later na een mindere periode voor een 1,1 miljoen gulden te verkopen aan Pisa. Kieft was toen twintig jaar. “Ik vertoefde voor mijn vakantie op de Canarische Eilanden toen Cor Coster mij belde. Gevoelsmatig had ik het idee dat ik beter kon vertrekken bij Ajax. Ik voelde me niet meer op m'n gemak in De Meer. Het bestuur wist dat Van Basten klaarstond om mij op te volgen. Ik kon bijtekenen maar er zat geen enkele verbetering in het contract. Ze dachten: "als hij tekent hebben we hem voor weinig geld'. Ik heb er nooit spijt van gehad dat ik toen ben vertrokken.” Kieft speelde later nog voor Torino en Bordeaux.

Frank Arnesen werd samen met Sören Lerby in 1975 door Rinus Michels weggehaald bij het Deense Fremad Amager. Na een paar keer flink te hebben gescoord in het tweede team debuteerde de huidige assistent van PSV-trainer Hans Westerhof op 7 maart 1976 tegen FC Utrecht. “Ik stond in de spits met aan mijn rechterhand Ruud Geels en op links speelde Geert Meijer. Ik kwam min of meer in de plaats van Arno Steffenhagen. Willy Brokamp moest later ook het veld ruimen. Het was verder het elftal van René Notten, Gerrie Mühren, Barry Hulshoff, Wim Suurbier en Ruud Krol”, weet Arnesen zich nog goed te herinneren.

Ajax zou na de goede ervaringen met Lerby en Arnesen eind jaren zeventig, begin jaren tachtig vaker op de Deense toer gaan met Ziegler, Mölby, Olsen en Jensen. Arnesen heeft daar wel een verklaring voor. “Ajax heeft een speciale filosofie over aankopen. Die club haalt versterkingen het liefst uit het noorden van Europa. Zelfs Horst Blankenburg kwam uit Hamburg. Scandinavische voetballers kun je vormen. Als ze naar Nederland komen zijn ze jong en leergierig. Dat is bij Ajax nodig want die club heeft een geheel eigen speelwijze. Zo'n Johnny Hansen moet op dit moment eigenlijk weer helemaal opnieuw voetballen leren. Dat proces is keihard. Veel voetballers kunnen daar niet aan wennen. Neem bijvoorbeeld Felix Gasselich. Die is mislukt bij Ajax omdat hij alleen countervoetbal gewend was.” In zijn laatste twee seizoenen in De Meer maakte Arnesen ook jeugdspeler Wim Kieft nog mee, toen een jaar of zeventien. “Ik heb Wim Kieft nog voetballen geleerd. Hij had de neiging veel te lopen. Ik zei dan: ga daar maar staan, ik gooi die bal wel op je pan.” Arnesen vertrok in 1981 naar Valencia. Via Anderlecht kwam hij bij PSV terecht waar hij na drie jaar zijn loopbaan als voetballer afsloot.

Gerald Vanenburg debuteerde in Ajax I als invaller op 5 april 1981 tegen FC Den Haag. Hij was net zeventien en toen de jongst debuterende speler. “Ik speelde rechtshalf en voor me stond Tscheu-la Ling. Ajax had in die periode een fantastisch elftal.” Maar pas na het vertrek van Vanenburg ging Ajax pas weer echt presteren op internationaal niveau. In de zomer van '86 veroverde hij met de Amsterdamse ploeg nog wel de beker, een succes dat een jaar later zou leiden tot de finale van het Europa Cup II-toernooi. Vanenburg maakte dat niet meer mee. Hij kreeg een conflict met Cruijff (á la Roy-Van Gaal) en vertrok naar PSV, waar hij drie jaar geleden een contract voor het leven tekende. Hij wil er niet meer aan herinnerd worden dat Cruijff hem te weinig effectief vond. “Al lig ik daar nu niet meer wakker van. Die dingen zijn gebeurd. Ik heb zes jaar bij Ajax gevoetbald, maar ik voel me momenteel PSV'er.”

Het wordt tijd voor het trekken van vergelijkingen. Vanaf 1986 werd PSV zes keer kampioen, Ajax een keer. De zevende titel gloort. Toch kan PSV qua populariteit niet tippen aan Ajax. Toen de Amsterdammers de afgelopen weken een paar goede uitslagen maakten, werd de ploeg onmiddellijk de hemel in geprezen. Een kwestie van historie, weten de PSV'ers die het Ajax-gevoel kennen. Frank Arnesen: “Ajax heeft altijd met jonge voetballers van eigen kweek Europese successen weten te behalen. Dat spreekt de mensen aan. Daarnaast is de speelwijze van de ploeg altijd herkenbaar geweest. Terwijl PSV steeds weer nieuwe wegen moest inslaan. Ajax is Amsterdam. PSV komt uit de provincie en is Philips. Ik bedoel, de macht van het geld. Ik denk dat we pas in het jaar 2000 de populariteit van Ajax zullen overtreffen. Dan zullen we steeds in de top van de eredivisie moeten blijven meedraaien en af en toe Europees aan de weg timmeren. Het is een proces dat tien, twintig jaar duurt. Je ziet nu eindelijk dat het Brabants talent liever bij PSV voetbalt dan bij Ajax.”

Ook Wim Kieft denkt dat de jeugdige uitstraling de enigszins misplaatste populariteit van Ajax bepaalt. “De jeugd heeft de sympathie. Ajax speelt leuk en fris. Aantrekkelijker dan PSV en Feyenoord. Ik mag het spel van Ajax ook graag zien. Maar als wij kampioen worden is het plotseling bij gebrek aan beter. Wat mij irriteert is dat er van PSV gauw een beeld wordt geschetst dat het hier een zooitje is. Bij Ajax worden de problemen niet gezocht. Al is het ook de verdienste van de technische staf dat ze niet naar buiten komen. Ik denk dat Van Gaal een heel grote trainer is. Hij zorgt dat het rendement van het elftal twintig tot dertig procent hoger ligt. Van Gaal mag dan wel niet altijd even sympathiek overkomen, hij voegt wel iets toe aan deze selectie.”

Vanenburg, gisteren de aangever van het winnende doelpunt, wijst tenslotte op de mythe achter Ajax die PSV mist. “Ajax wordt nog steeds geassocieerd met Cruijff, zoals Feyenoord in een adem wordt genoemd met Van Hanegem. Dat mist PSV. Want in Eindhoven zijn nooit spelers opgeleid. Amsterdammers hebben misschien wat meer bravoure dan de Brabanders. Maar aan de andere kant behoort de periode dat we gefrustreerd waren over de miskenning tot het verleden.”