Voorbeeldige eenheid Kamerkoor en Schönberg Ensemble; Bokkesprongen van Janácek

Concert: Nederlands Kamerkoor en Schönberg ensemble olv Reinbert de Leeuw. Programma: L. Janácek: werken voor koor en instrumentaal ensemble. Gehoord: 11/2 Dr. Anton Philipszaal, Den Haag. Herh.: 13/2 Concertgebouw Amsterdam (Vara-matinee); 14/2 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Radio-uitz. 26/2 20.02 uur Vara Radio 4.

“Er bestaat niets mooiers dan de jeugd! Jammer dat zij aan jonge mensen wordt verspild,” verzuchtte Oscar Wilde. Voor de Tsjechische componist Leos Janácek ging dat niet op: hoe ouder hij werd, hoe frisser en impulsiever hij zich in zijn muziek uitte. Eén jaar voor zijn dood schreef hij Rkadla, een serie knettergekke korte koorwerken op kinderrijmpjes die hij uit een dagblad had gevist. Harmonie, metrum, zinsbouw, kortom, de hele bliksemse boel zette de 73-jarige componist hierin op meesterlijke wijze naar zijn hand. Het idioom dat hij creëerde is nu nog steeds even mals als het verse gras in het voorjaar, vol onverwachtte ritmische bokkesprongen en betoverende klankkleuren.

Aan de uitvoerenden stelt het late werk van Janácek echter eisen die nét mals zijn: een grote wendbaarheid en een kamermuzikale verfijning in de samenklank van koor en instrumentaal ensemble. Gisteravond bereikten het Nederlands Kamerkoor en het Schönberg Ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw een voorbeeldige eenheid, waarbij de sopranen samen met de piccolo en de piano versmolten in een pastoraal echo-effect, en de zangers een betoverende interactie aangingen met de omfloerste klank van de occerino.

Fel en gepassioneerd klonk het lied "De zwervende dwaas', een nog geen drie minuten durende miniatuur-opera waarin een kleine jongen een oude dwaas ondervraagt over zijn speurtocht naar de steen der wijsheid.

In zijn late werken heeft Janácek een sublieme vorm gegeven aan wat hem zijn hele leven heeft beziggehouden: de melodie van de Tsjechische spreektaal. Kleine gesprekjes zette hij onverwijld om in noten en als hij geen papier bij zich had schreef hij op zijn manchetten. Uiteindelijk hanteerde hij de spraakmelodie met zo'n trefzekerheid, dat niets hem meer belemmerde. De jeugdige spontaneïteit van de oude Janácek was het resultaat van een leven lange minutieuze arbeid.

De vroegere koorwerken zijn van een heel ander gehalte. Zij houden nauwer verband met de volksmuziek en hoewel zij een grote charme bezitten, doen ze toch enigzins gedateerd aan. Juist hier had het Kamerkoor alle registers aan klankkleur, fantasie en passie moeten opentrekken. Men zong deze liederen echter nogal braaf en daardoor kreeg het publiek vóór de pauze wat teveel van het goede. De laatste helft van het programma had wat mij betreft niet lang genoeg kunnen duren.