Verdachten gepakt, woningen verwoest

KHAN YUNIS, 13 FEBR. Ihsan Roubi huilt als ze naar haar huis kijkt - verwoest door granaten die werden afgeschoten door het Israelische leger in de jacht op verdachte Palestijnen. Het resultaat van deze actie: acht Arabische woningen onbewoonbaar, vier verdachten opgepakt.

Mevrouw Roubi's gezin keerde een jaar geleden naar de Gazastrook terug uit Koeweit, dat na de oorlog in het Golfgebied het merendeel van zijn Palestijnse inwoners wegstuurde. “In dit huis hadden we al ons geld gestopt”, zegt ze. “En nu is het huis weg, het geld weg, alles is weg.”

De actie van donderdag door 200 Israelische militairen en politiemannen duurde 12 uur. Families kregen het bevel hun huizen te verlaten, en toen openden militairen het vuur, eerst met raketwerpers, vervolgens met anti-tankgranaten.

Voor het leger was de operatie in de sector Amal ("hoop' in het Arabisch) van het vluchtelingenkamp Khan Yunis gewoon de zoveelse zoekactie naar gezochte mannen. De Palestijnen bij de puinhopen zien haar als wraak, en wijzen daarbij over de zandheuvels naar de joodse nederzetting Ganei Tal, waar dinsdag een Israelische groentenhandelaar werd gedood.

De vijf jaar oude oorlog tussen het leger en de activisten van de Palestijnse volksopstand, de intifadah, neemt in hardheid toe. Sommige jonge mannen grijpen niet meer naar stenen, maar naar het geweer. De militairen, die aanvankelijk alleen schoten op stenengooiers, nemen nu hele buurten onder vuur.

Volgens het leger zijn donderdag tien woningen verwoest of beschadigd. Palestijnen leidden verslaggevers langs acht huizen waarvan daken en muren waren ingestort, en langs andere die in verschillende mate schade hadden opgelopen. Spiegels, ijskasten, bedden waren met kogels doorzeefd. Een vrouw deed een kast open en toonde door kogels beschadigde jurken.

Volgens de VN-organisatie voor hulp aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) zijn 26 families, in totaal 179 mensen, in meerdere of mindere mate door de actie van donderdag getroffen. Volgens UNRWA zijn in totaal 68 woningen verwoest of beschadigd sinds november, toen het leger begon woningen te beschieten om verdachten te pakken te krijgen, met name leden van de moslim-fundamentalsitische beweging Hamas.

De ongeveer 400 mannen die op 17 december naar Libanon werden uitgewezen worden beschuldigd van lidmaatschap van Hamas en een andere radicale groep, Islamitische Jihad, die verantwoordelijk worden geacht voor de dood van zes Israelische militairen.

Een legerwoordvoerder zei dat de operatie van donderdag had geresulteerd in de aanhouding van twee verdachten van de moordaanslagen op de militairen en van twee anderen die belangrijke Hamas-leden zouden zijn. Tien mannen zijn opgepakt op beschuldiging van hulp aan de verdachten. Een pistool, drie granaten, zelfgemaakte bommen, munitie en bijlen zijn in beslag genomen.

Om duidelijk te maken dat Palestijnen beter geen hulp kunnen bieden aan gezochte personen, werd de actie van donderdag diezelfde avond op de Israelische staatstelevisie getoond. De televisiekijkers zagen waarschijnlijk meer dan de eigenaars van de aangevallen woningen. De mannen zeiden dat ze waren geblinddoekt en gebonden, van de vrouwen gescheiden en weggevoerd. Ze hadden alleen de explosies gehoord. “Toen ik werd vrijgelaten kreeg ik van een soldaat te horen: "je hebt geen huis meer' ”, vertelt Ahmed Ibrahim Awad (36). Zijn handen zijn nog gezwollen. Awad, een dagloner in Israel, zegt dat hij om vier uur in de ochtend was opgestaan, en klaar stond om naar zijn werk te gaan, toen hij een helikopter hoorde en de mededeling over de luidspreker: "U heeft 10 minuten om weg te gaan'. Zijn huis van goedkope stenen en pleister bood elf mensen onderdak.

Zijn broer Mohammed (40), een chauffeur, raakte het huis kwijt dat zijn negen leden tellend gezin herbergde. Datzelfde lot onderging zijn buurman, Ahmed Ali Abul Heir, een 36-jarige kapper.

Mevrouw Roubi's ouders kwamen naar Khan Yunis na hun vlucht uit het nu in Israel liggende dorp Naana toen de joodse staat in mei 1948 werd gesticht. Zij en haar man Mohamed (42), een onderwijzer, gingen in 1977 naar Koeweit om een nieuw leven op te bouwen. Maar evenals honderdduizenden Palestijnen moesten ze weg wegens de steun van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO) voor Irak in de oorlog in het Golfgebied. Mevrouw Roubi heeft zes kinderen. “Nu moeten we op straat leven”, zegt ze. Haar twee-jarig dochtertje kruipt rond in het puin van verbrokkeld beton.