Veel kleinere, sfeervolle kunstbeurs in Madrid

ARCO, Casa de Campo, Palacio Cristal, Madrid. T/m 17 feb. Dag. 12-21u.

MADRID, 13 FEBR. Een verwaarloosde groep die overheidssteun hard nodig heeft: Zo zijn de afgelopen dagen de Spaanse galeriehouders in de nationale pers omschreven. De twaalfde Madrileense kunstbeurs ARCO, die gisteren opende, heeft de publiciteit niet mee, terwijl er toch veel interessants te zien is. De opening werd enigszins overschaduwd door de petitie die de in november opgerichte Asociaciones de Galerias de Arte bij de minister van cultuur hebben ingediend met het verzoek in deze moeilijke tijd subsidies aan galeries te verschaffen.

Door de groeiende economische recessie die ook de Spaanse kunstmarkt treft, is ARCO met één derde ingekrompen. Het aantal buitenlandse deelnemers is bijna gehalveerd, van 113 vorig jaar tot 66, en daarom moest de beurs terugkeren naar haar oorspronkelijke behuizing op de Casa de Campo. In het huidige, goed uitziende Palacio Cristal is de sfeer echter een stuk beter dan in de voorgaande, onpersoonlijke Ifema-hallen.

Onder de afvallers bevinden zich diverse gerenommeerde galeries als Leo Castelli en Brooke Alexander uit New York, en Lisson uit Londen. Maar ook het aantal Spaanse deelnemers viel terug van 80 naar 67. Niet alleen jonge galeries als La Maquina Español (Madrid) en René Metras (Barcelona) hebben het laten afweten, maar ook een handelaar als Maeght. Zij zouden ontevreden zijn over de organisatie.

De Nederlandse deelneming is beperkt gebleven tot twee galeries: Barbara Farber uit Amsterdam kwam voor de vijfde maal naar ARCO omdat de Spaanse markt geïnteresseerd is in de Latijns-Amerikaanse kunst uit haar stal. Behalve Julio Galan toont zij diverse werken van Guillermo Kuitca, waarvan de ARCO-collectie (jaarlijks aankoopbudget: twee ton) inmiddels één schilderij heeft aangekocht. En de Haagse galerie Nouvelles Images presenteert op prominente wijze twee oudere Nederlandse kunstenaars: Lucebert en Armando. Edy de Wilde, oud-directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, heeft inmiddels voor diezelfde ARCO-collectie ook een werk van Armando aangekocht.

Experimentele hoogstandjes moet men in de Spaanse hoofdstad niet verwachten. Een van de meer spectaculaire presentaties is te vinden bij Estampa uit Madrid. Van beeldhouwer Juan Bordes zijn net zoals in een rariteitenkabinet rijen bronzen koppen boven elkaar gerangschikt. De gezichten zijn vertrokken tot grimassen die variëren van komisch tot sinister. Carl Solway Gallery uit Cincinnati (VS) toont acht grote videosculpturen van Nam June Paik die een bombardement van beelden afvuren. Daar vlak naast is de soberste stand van de hele beurs ingericht, die van de handelaar Ascan Crone uit Hamburg. Acht krabbel- en cijferreeksen van Hanne Darboven vormen een conceptuele oase.

Op de bovenverdieping, in hal drie, staan de grote dealers, van wie wordt gezegd dat zij er alleen zijn omdat hun kosten grotendeels door ARCO worden gedekt. Wie de roltrap opkomt, kijkt recht in het pistool van Elvis Presley. Bruno Bischofberger (Zürich) hing behalve dit bekende doek van Warhol ook een immense Julian Schnabel goed in het zicht, en hij richtte een eigen kabinet in voor het nieuwe werk van Spanjes laatste hoop, de jonge schilder Barcelò. Ook Marlborough (met vestigingen in Londen, New York, Tokio en Madrid) pakt uit met louter grote namen: Schwitters, Kokoschka, Bacon, Picasso en Tapies. Tapies is overigens met twaalf stands de best vertegenwoordigde kunstenaar op ARCO. Van de Nederlander Jan Dibbets hangen nog twee grote grafiekbladen bij Joan Prats (Barcelona en New York), terwijl de jongere nationale lichting is vertegenwoordigd bij galerie Antonio Barnolo uit Barcelona, die twee wandobjecten van Harald Vlugt en twee fotowerken van Lidwin van der Ven presenteert.

Op deze kleinere, maar prettig overzichtelijke ARCO zijn twee ontdekkingen te noteren: de surreële schilderijen van Arturo Elizondo bij OMR uit Mexico (eigenlijk een herontdekking) en een prachtige kleine kopie door Salvador Dali van Velazquez' Las Meninas.