Primeur in Indonesië: bank failliet; Gebrekkige wetgeving bemoeilijkt ontmanteling van Bank Summa

JAKARTA, 13 FEBR. “Als ik me niet verplicht voelde iets voor mijn regering te doen en als die directeur van de centrale bank geen oude studievriend van me was, zou ik deze klus nooit hebben aangenomen; de druk is te groot.” Utomo Josodirdjo, geboren Liem King Hok, is een gepensioneerde accountant met een indrukwekkende staat van dienst. Zijn kantoor, Drs. Utomo & Co., rekent de grootste bedrijven van Indonesië tot zijn cliënten, zoals de Salim Groep van Liem Sioe Liong, een van de rijkste mannen ter wereld.

Begin januari speelde Utomo een partijtje golf op Bali, toen hij werd gebeld door Hendrobudiyanto, een directeur van Bank Indonesia en een jaargenoot uit Rotterdam, waar beiden de Nederlandse Economische Hogeschool bezochten. Of hij alsjeblieft wilde helpen bij de liquidatie van Bank Summa, die eind vorig jaar zijn deuren moest sluiten. Baanbrekend werk, want in de geschiedenis van de Republiek is nog nooit een bank opgedoekt. Halsbrekend werk ook, want de regering wil dat de cliënten van Bank Summa eind februari geld zien. Jakarta is namelijk beducht voor sociale onrust rond de presidentsverkiezingen in maart.

“Het is een riskante onderneming, maar ook een interessant karwei”, bekent Utomo achter een kopje thee. Sinds zijn pensionering houdt hij kantoor op de 26ste verdieping van het Landmark Building, een van de vele nieuwe wolkenkrabbers van Jakarta. “Dit is de eerste liquidatie die het onafhankelijke Indonesië ooit heeft meegemaakt en er zijn bijna geen spelregels. Er is het Wetboek van Koophandel, met twee of drie wetten, en verder is er een circulaire van de minister van financiën, maar dat zijn heel summiere teksten, waaraan je niet veel houvast hebt bij de liquidatie van een relatief grote bank, met activa van twee miljard gulden. Onze bevindingen zullen dan ook worden verwerkt in nieuwe regelgeving.”

Op 14 december trok de nationale bank de bedrijfsvergunning in van Bank Summa, eigendom van de Chinese ondernemersfamilie Soeryadjaya. De directie kreeg de opdracht om binnen dertig dagen te liquideren. Summa, tot diens gedwongen aftreden in mei vorig jaar bestierd door Edward Soeryadjaya, kijkt aan tegen een schuld van 1,5 miljard gulden, die de bank opliep als gevolg van overspannen activiteiten in de onroerend-goedbranche en het lenen van grote bedragen aan dubieuze debiteuren. Niet in de laatste plaats aan onderdelen van de Summa Groep, NV's die eigendom zijn van de familie.

Medio november werd Summa door de nationale bank "geschorst'; men mocht geen nieuwe financiële verplichtingen aangaan, voordat de hoog opgelopen schuldenlast was afgelost. Vanaf dat moment verdrongen de kleine spaarders zich voor de deuren van Summa's filialen in heel Indonesië en begon de bank tegoeden van minder dan tienduizend gulden terug te betalen. Om deze goodwill-operatie te bekostigen, sloot de patriarch van de familie, William Soeryadjaya, een lening van 120 miljoen gulden bij andere banken. William - in de wandeling "Oom Willem' - tekende een verklaring waarin hij zich verplichtte persoonlijk voor alle lasten op te draaien.

Om de schulden van Bank Summa af te lossen en ook de grotere klanten - waaronder een aantal legerinstellingen - tegemoet te komen, besloot Oom Willem zijn zakelijke levenswerk te verkopen. Hij gaf het familie-aandeel in het "conglomeraat' PT Astra International, de nummer twee van het Indonesische bedrijfsleven die groot werd door het alleenrecht op assemblage en distributie van Toyota-automobielen, in onderpand aan twee staatsbanken en een handelsbank. Intussen onderhandelde hij met concurrerende zakenbaronnen, die zich geïnteresseerd toonden in overname van de beleende Astra-aandelen. Nationaal bankier Mooy - en met hem de regering, die zich zorgen maakt over 's lands financiële reputatie in het buitenland - ging dat allemaal te lang duren en gaf opdracht tot liquidatie van Bank Summa.

“Op 10 januari”, vertelt Utomo, “werd op last van de algemene aandeelhoudersvergadering van Summa, in feite de familie, een liquidatieteam geformeerd onder leiding van een voormalige president-directeur. De leden zijn voorgedragen door de centrale bank, die toezicht houdt op onze werkzaamheden. Binnen het team ben ik belast met de verkoop van de activa en invordering van de schulden.”

Kan het team tijdig de vereiste middelen vrijmaken? Utomo: “We hebben al een bedrag voor gedeeltelijke uitbetaling. Oom Willem heeft op 15 januari honderd miljoen aandelen Astra International verkocht tegen de prijs van 10.000 rupiah per aandeel, dat betekent 1 miljard gulden. Daarvan ging 540 miljoen naar de drie banken waar William zijn aandelen had beleend en de resterende 460 zijn voor het liquidatieteam. Dat hebben wij op een staatsbank gezet en daaruit wordt eind februari 50 procent uitbetaald aan de grotere deposanten bij Bank Summa: giranten, deposito-houders, houders van spaarrekeningen en ten slotte het consortium van dertien banken dat het geld voorschoot om de kleinere rekeninghouders te betalen. Volgens de Nederlandse wet wordt uit de opbrengst van liquidaties eerst de regering - de belastingdienst enz. - betaald, pas daarna komen privé-personen aan de beurt. Dat men afwijkt van dit schema is louter politiek. Een en ander zou immers kunnen ontaarden in sociaal-politieke onrust. Als wij dit verkeerd doen, krijgt de hele Chinese zakenwereld hier gedonder.”

Is het lastig om de aanspraken van de deposito-houders te verifiëren? Utomo: “Moeilijk, erg moeilijk. Eerstens was Bank Summa's boekhouding niet al te best. Tweedens hebben de goeie boekhouders en interne accountants na de stopzetting van Bank Summa's activiteiten andere banen gekregen en daarmee is veel informatie verdwenen. In de derde plaats heeft de bank geen adequaat computer-systeem dat de filialen onderling verbindt. Ten slotte staan niet alle tegoeden op naam. In het Indonesische zakenleven gebeuren dingen die men zich in Nederland niet kan voorstellen.”

Ook bij de liquidering van Bank Summa's activa stuit het team op problemen. Utomo: “Bank Summa is failliet gegaan omdat het te veel krediet heeft gegeven aan de Summa Groep. Die leningen waren vaak onvoldoende gefundeerd en zijn grotendeels oninbaar. Edward wilde zo snel mogelijk groeien, groter worden dan zijn vader. En onder zijn ondergeschikten waren te weinig goeie mensen en te veel ja-knikkers. Met als gevolg dat de groei van de Summa Groep onhoudbaar werd. Die NV's hebben wel activa, maar die zijn moeilijk te gelde te maken, want ze zijn vaak verzwaard met hypotheken of, als het om onroerend goed gaat, zijn de papieren niet in orde. De groep heeft her en der heel wat aandelen, maar als je die probeert te verkopen, blijkt vaak dat ze maar veertig procent hebben. Volgens onze wet moet je die eerst aanbieden aan de meerderheid. We kunnen dit alles voor een groot deel oplossen, maar dat duurt nog wel twee jaar.”

De ondergang van Bank Summa legt een zwakke plek bloot van het Indonesische zakenleven. De economische groei van de laatste decennia is grotendeels gedragen door enkele, overwegend Chinese, families, die "conglomeraten' opzetten, superondernemingen die zich in vele branches tegelijk bewegen. Na de liberalisering van de kapitaalmarkt in 1988 openden zij hun eigen banken. Die haalden spaargeld uit de markt en leenden dat aan andere onderdelen van de groep, wier kredietwaardigheid nogal eens te wensen overliet.

Utomo: “Niet alle conglomeraten maken zich hieraan schuldig, maar het gebeurt vaak. Vooral onder de middelgrote groepen bestaat de tendens om de eigen bank te dwingen zoveel mogelijk leningen te verstrekken, dubieus of niet. Die tendens wordt nog verscherpt door familieloyaliteiten, die dikwijls zwaarder wegen dan zakelijke criteria. Bank Summa is de eerste, maar waarschijnlijk niet de laatste Indonesische bank die wordt opgedoekt.”