Overlijden in Nederlandse politiecel is geen incident meer

De wereld op zijn kop: een delegatie Turkse parlementariërs die in Nederland komt kijken of onze politie de mensenrechten wel respecteert. In concreto: of Hüsseyin Köksal op 8 januari te Venlo een natuurlijke dood is gestorven of door toedoen van de Venlose politie is overleden.

Was immers Turkije het afgelopen najaar wat dat betreft niet aan de internationale schandpaal genageld? In november 1992 deed Amnesty International in het rapport Turkije: muren van glas uitvoerig verslag van marteling van verdachten en over buitengerechtelijke executies in het land van Demirel. Kon de Turkse regering deze beschuldigingen nog als "lasterlijk' van de hand wijzen, dat ging niet zo makkelijk met de bevindingen van het Europees Comité inzake voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Dat Comité kwam op 15 december 1992 met een openbare verklaring waarin op basis van drie bezoeken werd vastgesteld dat het in Turkije een wijdverbreide praktijk is dat de politie verdachten tijdens ondervragingen martelt. Terecht pleitte W.J.M. van Genugten op 12 januari in deze krant voor minder internationale consideratie met de smoesjes waarmee de Turkse overheid de gewelddadigheid van haar justitie-apparaat probeert te verbloemen.

Zolang de Venlose politie echter van vergelijkbare praktijken wordt beticht past ons grote bescheidenheid. De Turkse consul-generaal heeft politiek intussen genadeloos teruggeslagen door met opperste ironie Nederland “vlaggedrager op het gebied van de mensenrechten” te noemen (NRC Handelsblad, 10 februari).

De klungelige behandeling van de Köksal-affaire doet denken aan de voor het prestige van justitie rampzalige afwikkeling van de zaak-Hans Kok, de Amsterdamse kraker die op 25 oktober 1985 in een Amsterdamse politiecel om het leven kwam. Nog steeds wordt de reactie van justitie op dit soort sterfgevallen getypeerd door traagheid, onduidelijkheid jegens nabestaanden en grote onwil de verantwoordelijken aan te pakken. De officier van justitie heeft pas een maand na het tragische voorval een gerechtelijk vooronderzoek gevorderd. Het lijk van Köksal is dan al drie keer onderzocht en de getuigen hebben intussen een standaardversie van de gebeurtenissen paraat.

De onduidelijkheid wordt in de hand gewerkt door de bevindingen van de rijksrecherche niet meteen in extenso te publiceren en door een beslissing over vervolging van de betrokken agenten almaar uit te stellen. Is het toevallig dat het besluit daartoe pas kwam vlak voordat de Turkse parlementariërs zich aandienden? Opvallend is ook de meer dan bescheiden inzet van de officier van justitie. Hij vervolgt de agenten nu voor dood door schuld (art. 307), subsidiair voor het iemand in hulpeloze toestand laten (art. 255 Sr.), welke feiten de toepassing van voorlopige hechtenis uitsluiten.

Elke gewone burger, die een ander mishandelt, dertig uur opsluit en zodanig verwaarloost dat hij eraan overlijdt, wordt allicht van moord, doodslag of zware mishandeling verdacht en in afwachting van zijn proces opgesloten. De betrokken agenten zijn niet eens geschorst, hetgeen de uiterlijke schijn van partijdigheid op het hoofd van de burgemeester laadt. Een veroordeling van de verdachten is onwaarschijnlijk, omdat de betrokken agenten intussen heus wel weten welke verklaringen ze bij de rechter-commissaris moeten afleggen en de bewaking in het cellencomplex te Venlo aan een particulier bedrijf was overgelaten (de Volkskrant, 26.1.1993).

Nu kan een samenleving als de onze met incidenten als deze wel leven, maar het zijn helaas geen incidenten meer. Afgaande op berichten in de krant (want elke officiële registratie ontbreekt) sterven per jaar naar schatting zo'n tien personen in politiecellen. Ondanks dat men daar van veters, broekriem en andere zelfmoordmiddelen wordt ontdaan en men in beginsel 24 uur per dag door gespecialiseerd personeel wordt bewaakt, komen mensen in de relatief korte tijd die ze in een politiecel doorbrengen, om het leven. Voor een deel vallen deze sterfgevallen toe te schrijven aan een combinatie van slechte lichamelijke conditie van arrestanten en verwaarlozing van de dienstinstructies door de betrokken ambtenaren.

Niet bekend

Maar ook onder optimale materiële en rechtspositionele omstandigheden kunnen zich "ongelukken' als in Venlo voordoen. Als justitie nationaal en internationaal geloofwaardig wil blijven moet het onderzoek naar dit soort feiten drastisch veranderen: het moet sneller, onafhankelijker en opener worden. Men zou de Engelse Coroners Act als voorbeeld kunnen nemen van hoe het anders en beter kan. Elk op het eerste gezicht niet natuurlijk overlijden wordt in het kader van een contradictoire ("tegensprekelijke') procedure door een onafhankelijke magistraat, de Coroner, onderzocht. De behandeling van dat soort zaken is, evenals de uitspraak, openbaar. Het is hier niet de plaats om alle voors en tegens van die uit de middeleeuwen stammende procedure te bespreken. Hier wordt volstaan met enkele op die Britse aanpak geïnspireerde suggesties.

Bij twijfel over de doodsoorzaak van personen die zich tijdens hun overlijden in de macht van justitie bevonden of die gewelddadig contact met de politie hadden, zou een rechter-commissaris die met de behandeling van strafzaken is belast telkens ambtshalve een gerechtelijk vooronderzoek moeten openen. De rijksrecherche, die op dit moment onder gezag van het openbaar ministerie dit soort affaires onderzoekt, zou bij dergelijke sterfgevallen moeten werken onder regie van de rechter-commissaris. Getuigen worden zo snel mogelijk door deze rechter gehoord, in aanwezigheid van de officier van justitie en van de advocaat van de nabestaanden. De rechter-commissaris legt zijn bevindingen in een eindverslag neer, zonder zich daarbij over de schuldvraag uit te laten. Zowel het openbaar ministerie als de nabestaanden krijgen alle processen-verbaal (ook dat van de rijksrecherche) en van het eindrapport van de rechter-commissaris. Op basis van die gegevens beslissen zij over eventuele strafrechtelijke of civielrechtelijke acties.

"Venlo' maakt pijnlijk duidelijk dat de consequenties uit de zaak-Hans Kok nog steeds moeten worden getrokken.