Overlevenden ramp in Faro worden toch bij onderzoek betrokken

AMSTERDAM, 13 FEBR. Passagiers van de op 21 december in het Zuidportugese Faro verongelukte DC 10 mogen hun verhaal doen aan de Rijkspolitie Dienst Luchtvaart. J. Biemond, de door minister Maij (verkeer en waterstaat) benoemde vooronderzoeker, heeft dat gisteren officieel bekend gemaakt.

De verklaringen van de passagiers worden ter beschikking gesteld aan de onderzoekers in Portugal. Ze worden ook in het Nederlands onderzoek door de Raad voor de Luchtvaart betrokken. Het formele onderzoek van de onafhankelijke Raad kan echter pas een aanvang nemen zodra het Portugese onderzoek is voltooid en aan Nederland is overhandigd.

Met die beslissing wordt tegemoet gekomen aan de wens van een groot deel van de passagiers om gehoord te worden. Volgens R. Sötemann, een van de inzittenden, hebben zij dingen waargenomen die niet op een cockpitvoice- of een flight datarecorder kunnen staan. En “de ervaringen van passagiers zijn van essentieel belang.” Een aantal passagiers heeft verklaard dat de rechtermotor voor de ramp in brand heeft gestaan.

Een groep van 92 passagiers heeft gisteren op een persconferentie zijn ergernis uitgesproken over de houding van Martinair. Volgens een van de passagiers, V. van der Elst, heeft de verklaring van de luchtvaartmaatschappij, dat ze maximaal een kwart miljoen schadevergoeding biedt aan de slachtoffers en nabestaanden, het wantrouwen van de inzittenden gestimuleerd. “Ze wilden er vanaf wezen.” Ook andere passagiers zijn daardoor enigszins achterdochtig geworden. J. Zutt: “Waarom willen zij niet dat er een goed onderzoek gebeurt?”

Söteman heeft alle nijpende vragen van passagiers over technische, praktische en gevoelsmatige aspecten van de vliegramp vastgelegd in een brief die is gestuurd aan vooronderzoeker Biemond en aan de vliegmaatschappij Martinair. De brieven werden ondertekend door 95 procent van de overlevenden, aldus Sötemann.

Voor het uit de doeken doen van hun ervaringen hebben de passagiers de keus gekregen tussen het beantwoorden van een vragenlijst, een telefonisch onderhoud, of huisbezoek. De gesprekken hebben in de komende drie weken plaats.