Opvolger van Craxi is man van de oude garde

ROME, 13 FEBR. De oude garde van de Italiaanse socialistische partij is nog lang niet uitgeteld. Giorgio Benvenuto, de opvolger van Bettino Craxi als partijleider, was háár man. Een paar dagen geleden had zij de voormalige vakbondsleider, onder een kopje koffie, gevraagd of hij nog lijken in zijn kast had. De 55-jarige Benvenuto, opgeleid bij de zusters, de paters Salesianen en daarna de jezuïeten, zwoer bij God dat het niet zo was, en toen sloten de rijen zich achter hem.

Maar de verdeeldheid in de partij kwam gisteren nog duidelijk naar voren. Tegenover de 306 stemmen voor Benvenuto in de partijraad stonden er 223 voor Valdo Spini, een voormalige vice-secretaris die de steun had van de vernieuwers. Ik zal de meningsverschillen niet proberen te verhullen, zei Benvenuto, maar we moeten wel proberen samen uit de problemen te komen. Voorop staat het voorkomen van een scheuring binnen de partij en het terugwinnen van de kiezers, die bij tussentijdse verkiezingen de partij massaal hebben verlaten.

Een grote schoonmaak, zoals de aanhangers van Spini wilden, zit er niet in. Benvenuto zei dat “het collectieve karakter van de verantwoordelijkheid binnen de partij” voor de corruptieschandalen voor iedereen zichtbaar was. Dat staat haaks op wat zijn premier Amato, zijn partijgenoot, onlangs zei: Ik wist niet dat het zo erg was.

Benvenuto is van 1976 tot vorig jaar leider van de socialistische vakbond UIL geweest. Hij heeft zich daar leren kennen als iemand met een harde hand van leiding geven. In de politieke strijd moet je niet genereus zijn, heeft hij eens gezegd. Dan komt je tegenstander weer op adem en slaat hij terug.

Zijn beschermheer in de partij, ex-minister Rino Formica, haalde hem vorig jaar als directeur-generaal naar het ministerie van financiën. Benvenuto heeft gezegd dat hij daarbij het spreken als vakbondsleider wel heeft gemist. “Ik ga bijna in trance naar de manifestaties. Dan zie ik niets meer, dan schreeuw ik. Ik speel de demagoog, dat vind ik leuk om te doen.”