Opus One is plezierig oh-lala entertainment

Dans: gezelschap Opus One, produktie Take 5, choreografie Rob Brown, regie Billy Wilson, muziek onder andere Kurt Weill, Morton Gould en John Kander, decor Kimbel Bouwman, kostuums Karina Hermans. Gezien 10/2 Cultureel Centrum Amstelveen. Toernee t/m mei.

Vijf jaar geleden besloten de dansers Rob Brown, Frans Schraven en Maarten Voogel, leden van de toen net opgeheven Theatre Dance Workshop, het werk van deze workshop in eigen beheer voort te zetten. Hun nieuwe groep noemden zij Opus One. Het doel was verschillende soorten dans, jazz, modern, klassiek en tapdans te combineren met gezongen fragmenten tot voorstellingen met een musical-achtig karakter.

Hoewel de produkties van de afgelopen jaren direct bij een breed publiek aansloegen, vooral door de flair en vaart waarmee ze gebracht werden, was het niveau ervan zeer matig. Het enthousiasme waarmee gewerkt werd kon niet verhullen dat de artistieke pretenties de prestaties verre overtroffen en dat de uitvoerenden aan de eisen die tot een werkelijk goede musical-stijl leiden, niet konden voldoen.

De jubileumproduktie Take 5 laat een positiever beeld achter. De acht medewerkenden kunnen wat zij moeten doen beter aan en werken dus exact. De kostuums zijn smaakvoller en de indruk wordt minder gewekt dat men veronderstelt grote artistieke daden te verrichten. Take 5 is plezierig entertainment.

Spil in de voorstelling is een wat verfomfraaide man die droomt van een ander leven. Hij zit achter twee kokette meisjes aan, voelt zich aangetrokken tot een verleidelijke dame die een spelletje met hem speelt, en wordt door haar trawanten beroofd. Uit wraak vermoordt hij haar, maar aan het eind blijkt alles zich in zijn fantasie te hebben afgespeeld.

Andere steeds terugkerende figuren in Take 5 zijn een bruidspaar, een verleider en een piccolo in een hotel. Bovendien is er steeds een levensgrote toneelkoffer met kostuums aanwezig, die eenmaal opengeklapt als een kleine kleedkamer kan dienen. Die koffer behoorde eens tot de bagage van het echtpaar Ebbelaar-Radius dat er de wereld mee rond trok.

Het verhaaltje rammelt dramaturgisch van alle kanten en de verschillende scènes hangen als los zand aan elkaar. Choreografisch is er niets interessants te beleven. Het ene cliché rijgt zich aan het andere en het bewegingsmateriaal is al even clichématig. Veel hoog opzwaaiende benen, veel heupwiegend getrippel, een charlestonpasje hier, een klassieke draai daar, wat hoge sprongen en een bescheiden tapnummer. De enkele zangnummers zijn net op de rand van het kunnen, maar verder is het plezier en het elan dat de uitvoerenden ten toon spreiden overtuigend, al gingen al die overbodige gilletjes en lachjes en het nadrukkelijke oh-lala gedoe mij op den duur wel irriteren.

Frans Schraven die de hoofdrol vervult is een evident theatertalent. Hij beweegt goed, heeft een behoorlijke stem en beschikt over een scala aan expressie. Jammer, dat hij de kwaliteiten niet wat meer in toom houdt. Nu laat hij zijn acties vaak gepaard gaan met het uitstoten van woeste kreten. Geheel onnodig, want hij overtuigt zonder die overdrijvingen toch wel.