Ook psychologische aspecten gaan in Eindhoven rol spelen; Blessuregolf bij PSV een mysterie

EINDHOVEN, 13 FEBR. Erwin Koeman speelt die dag zijn eerste partijtje op de training van PSV. De middenvelder, herstellende van een knieoperatie, zwoegt zich tegen de youngsters van de Eindhovense ploeg in het zweet. Een paar strakke passes bereiken feilloos de voet of het hoofd van zijn vriend Wim Kieft. Toch staat zijn gezicht na afloop niet vrolijk. “Ik heb nog steeds pijn bij het trappen van lange ballen”, zegt hij ongerust voor de kleedkamer op Sportpark De Herdgang. “Ik wil tegen Ajax geen risico's lopen. Het heeft geen zin dat ik op de bank ga zitten.” Op dat moment komt clubarts dr. Cees-Rein van den Hoogenband naderbij. “We gaan gewoon door Erwin”, praat hij hem wat moed in. “Die pijn is niet verontrustend.”

Erwin Koeman mag zich dit seizoen tot een van de vele patiënten rekenen in de spelersgroep van PSV. Het is in de ziekenboeg een komen en gaan geweest van geblesseerden. De situatie van dit moment geeft hetzelfde beeld. PSV zal in de topper tegen Ajax met een gereduceerde ploeg moeten aantreden. Romario meldde zich aanvankelijk met een bronchitis af, maar bleek gisteren hersteld en oefende weer lichtjes mee. Hans van Breukelen trainde wel elke dag, maar zijn vinger die uit de kom raakte is nog niet hersteld. Hij wordt weer vervangen door Wim de Ron. Juul Ellerman zal het beladen duel vanaf de tribune met een voetblessure bekijken. Gica Popescu heeft nog steeds last van spierblessures, maar kan spelen.

Ook Berrie van Aerle kampt met wat ongemakken. Hij zal waarschijnlijk toch van de partij kunnen zijn, zij het niet voor honderd procent. En Koeman is dus zelfs als reserve niet beschikbaar. Over hem zegt Van den Hoogenband: “We zijn geschrokken van Erwins knieblessure. Ik heb zelf de operatie gedaan. Hij had een forse kalkafzetting in het gewricht. Er kwam een potje kraakbeen uit. Dat heb ik hem als souvenir mee naar huis gegeven. Vorige week kreeg hij op de training een pijnscheut door zijn knie. Binnen een half uur stond Erwin bij mij op de stoep. Begrijpelijk, maar het was niet ernstig.”

Algemeen chirurg Van den Hoogenband staat aanvankelijk afkerig tegenover een interview. Hij wil de blessureproblemen niet overbelichten. Pas na overleg met trainer Hans Westerhof geeft hij opening van zaken. “We hebben de situatie een maand geleden nog eens grondig geëvalueerd. Per blessure werd gekeken naar het ontstaan, wat er aan gedaan is in de vorm van diagnostiek en behandeling en hoe de trainingshervatting is geweest. Nadat we al die dingen eens op een rijtje hadden gezet kwam er geen grote gemene deler uit. Het ligt ook niet in de sfeer van de training. Toch vragen we ons af: wat doen we goed en niet goed? Maar eerlijk gezegd komen we er niet uit.”

De medische staf van PSV, die verder bestaat uit algemeen chirurg Van den Brekel, fysiotherapeut Monne de Wit en verzorger Mart van den Heuvel, maakt vaak gebruik van externe deskundigen. Zo werd Popescu onlangs binnenste buiten gekeerd van kruin tot teen door een internist. De Roemeen heeft in beide benen regelmatig hinder van spierblessures. Zijn bloed en urine werden onderzocht, maar dat leverde niets op. “Je hebt weleens last van bedrijfsblindheid. Echter, in negen van de tien gevallen worden onze eigen ideeën toch bevestigd. Ook voor Juul Ellerman gaan we iemand zoeken die fris tegen zijn blessure aankijkt. Daarbij is de naam van professor Marti al gevallen. Hij heeft last van een voetwortel waarbij de bouw van de voet een rol speelt. Met lapmiddelen hebben we dat steeds onder controle kunnen houden. Na jaren van grote belasting gaat bij dit soort spelers de sleet zich openbaren.”

Een golf van blessures kan in een spelersgroep "besmettelijk' werken. Een psychologische bijkomstigheid. Een probleem dat Van den Hoogenband onderkent. “In een klimaat van veel kwetsuren zullen sommige spelers sneller zeggen: "Hé ik heb ook een pijntje in mijn knie.' Dan zijn er jongens die daar door in de put kunnen raken. Als je al zo lang aan het tobben bent als Berry van Aerle, die ook in de persoonlijke sfeer veel heeft meegemaakt, kan ik me best voorstellen dat je het af en toe niet meer ziet zitten. Ik ken hem zo langzamerhand als mijn broekzak. Daarnaast houd je altijd een categorie spelers dat zich nergens wat van aantrekt. Adri van Tiggelens instelling is bijvoorbeeld net zo hard als hij voetbalt. Klaagt nooit. Onlangs had hij pijn aan zijn knie maar ik kon niets vinden. Dan gooit Adri net zo makkelijk de beuk er weer in.”

“Maar zo'n harde als Stan Valckx (ex-PSV, nu Sporting Lissabon, red.) heb ik nog nooit meegemaakt. Die belde me een paar weken geleden op met de mededeling: "doc, ik heb twee deuken in mijn hoofd en gebroken jukbeenderen, kan ik daar mee spelen?' Ik raadde hem dat ten zeerste af. Hij moest geopereerd worden en dat kostte zeker drie, vier weken. Maar dan zou de positie van trainer Bobby Robson in gevaar komen. Die belde mij ook nog op. "Kan Stan wel spelen, want zijn hoofd wordt steeds dikker?'. Ik zei: "jij bent de coach, jij moet beslissen.' Valckx speelde die zondag. Een paar weken later kwamen we hem tegen in Porto. Zijn jukbeenderen waren vanzelf aan elkaar vastgegroeid. Een beetje scheef natuurlijk. Maar dat deerde hem niet, want "voor de schoonheid hoef ik het toch niet meer te doen', zei hij.”

De suggestie wordt weleens gewekt dat Romario daarentegen een niet al te hoge pijngrens heeft. Van den Hoogenband neemt het op voor het Braziliaanse zorgenkind . “Ik begrijp heel goed dat Romario zegt dat hij zich geremd voelt door een blessure. Dan kan hij net niet die ene frivole actie maken. Van Tiggelen is gewend om uit te delen en te incasseren. Romario krijgt alleen maar schoppen.”

Van den Hoogenband constateert dat de situatie bij PSV niet uniek is. “Die Johnny Hansen van Ajax heb ik bijvoorbeeld nog nooit zien spelen. Ook Petersen en Pettersson hebben bij die club voortdurend klachten. Het blessureprobleem lijkt me algemeen.” Een verklaring zou kunnen zijn, dat het hedendaagse voetbal steeds meer eist van het menselijk lichaam. Het spel wordt sneller en fysiek harder. “Je ziet het bij de nieuwkomers. Zo'n René Klomp bijvoorbeeld moest afgelopen zaterdag bij zijn debuut echt wennen aan het tempo en de hardheid. Hij speelde supergeconcentreerd, maar waar hij vier stappen kon zetten bij de jeugd voor het afspelen van de bal, kan hij er op dit niveau slechts twee maken. Anders heeft hij een jens te pakken van een tegenstander. Ik denk dat de gemiddelde leeftijd van een voetbalprof ook steeds lager wordt. Zo'n Van Tiggelen met zijn 35 jaar behoort echt tot een uitstervend ras. Conditioneel worden er steeds hogere eisen gesteld. Vroeger waren er nog fases van verslapping. Maar zelfs bij Cambuur zag je vorige week dat ze bleven pompen.”

Meer rust in de winterperiode zou heilzaam werken. Laat competitieleider Jan Huijbregts het maar niet horen. “En ook onze manager Kees Ploegsma niet. Want ik kan me voorstellen dat hij een lucratief contract voor een toernooi in Italië tijdens de winterstop niet laat lopen. Wij balanceren nu altijd op de rand van het toelaatbare bij de revalidatie van blessures. Kan het wel, kan het niet? In geen enkele sport is de voorbereidingsperiode op een belangrijke gebeurtenis zo kort als in het voetbal. Ik ben ook teamarts van de waterpoloploeg. Daar heeft bondscoach Ivo Trumbic een half jaar de tijd om zich voor te bereiden op het EK.”

Het is een gegeven waar trainer Westerhof weinig mee opschiet. Van hem worden resultaten verwacht, al is het zijn eerste seizoen bij PSV. Van den Hoogenband heeft te doen met de oefenmeester. “Die man moet er zo langzamerhand simpel van worden. Soms was hij voor een positie twee spelers kwijt. De medische staf krijgt er ook een sik van. Ik kom liever naar De Herdgang om een kopje koffie te drinken, maar er is altijd wel wat. Ik moet zeggen dat Westerhof zich nooit heeft verscholen achter al die blessures. Het pleit verder voor die man dat hij ook nimmer met de verwijtende vinger richting de medische staf heeft gewezen.”