Nervositeit is een teken van angst. Ik ben op dit moment niet bang; "Ik had beter niet kunnen zeggen dat ik eerlijk ben'; "Ik heb geen last van vriendjessfeer, van een vijfde colonne'

Visie, voetballogica en de voordelen van autoritaire uitstraling. Onderwerpen die passen bij LOUIS VAN GAAL (41). De trainer van Ajax verder over de stokkende doorstroming en het chronische gebrek aan verdedigers. Er moet iets fout zijn gegaan.

Eerst is er de afstandelijkheid, met alleen die functionele blik in zijn ogen. Dan volgt de glinstering, het plezier en de trots. Hij wijst dan naar rechts, naar het trainingsveld. En naar links, naar het wedstrijdveld. Daar ligt het bewijs. Soms verstrakt zijn gezicht, gewapend tegen de aanval. Hij blijft cool, calm and collected. Maar de dialoog krijgt altijd kans.

Hij zou nerveus kunnen zijn, een paar dagen voor de topwedstrijd van Ajax tegen PSV. De gevaarlijke euforie versus de geladen depressie. Zijn verweer is niet verrassend. “Ik ben over het algemeen niet zo nerveus. Ik heb natuurlijk een brok gezonde spanning. Maar het is niet zo dat ik nerveus ben. Nervositeit is een symptoom van angst. En ik ben op dit moment niet bang omdat ik weet dat we bij Ajax goed bezig zijn. Maar dat wil niet zeggen dat je daardoor altijd wint. Mijn beleid valt of staat niet met een nederlaag. Daardoor is de stress minder groot.”

Waarom wordt een man aangevallen omdat hij eens heeft gezegd eerlijk te zijn, zegt zich kwetsbaar op te stellen? Wat is daar zo vreemd aan? Misschien is het de wereld van de voetballers, van de kerelscultuur. Daarin staat een masker je beter, als wapen en afweermechanisme. Vooral geen angst tonen. Cynisme als bindmiddel. “Ik laat heel veel zien van mezelf”, zegt Van Gaal zonder twijfel in zijn stem. “Maar misschien had ik toen beter niet kunnen zeggen dat ik eerlijk ben. Een foutieve inschatting. Ik vind het jammer dat het zo heeft gewerkt. Ik vind dat het moet kunnen.”

Vooral tegenover zijn spelers is het gevaarlijk je ware gezicht te camoufleren, beseft hij. Ze tasten je af, als kinderen die zoeken naar grenzen. “Ze prikken zo door allerlei aspecten van het functioneren van een coach heen. Als hij nerveus is, zien spelers dat. Dan werkt dat door. Ik denk dat de spelersgroep dat vertrouwen dat ik heb ook uitstraalt. Ze kennen mijn visie.”

Om zelfvertrouwen niet te laten ontsporen blijven prikkels noodzakelijk. De recente doelpuntenhausse zou net als bij de aanhang gemakkelijk kunnen leiden tot de logica dat de ruziënde tegenpartij klaar is voor de slacht. Daarom blijft hij waarschuwen. “Het is meer een bevestiging van jezelf, dat je attent bent. We zijn al anderhalf jaar bezig met een bewustzijnsverbetering bij trainers, spelers en het bestuur. Dan zou dat een gevolg moeten hebben in de wedstrijd tegen PSV. Maar zo zeker mag je nooit van jezelf en elkaar zijn.”

Zonder overdrijving, bijna diplomatiek, stelt hij onweerlegbaar vast: “Ik vind over het algemeen dat we goed bezig zijn. Qua veldspel dan. Niet over het benutten van kansen.” Ook al is die zwakte getuige de recente scores aan verbetering onderhevig. “Scoren kun je heel moeilijk verbeteren. Dat type spelers heb je of heb je niet. Ik vind dat PSV een groter scorend vermogen heeft. Iedereen scoort. Wij komen meer in kansrijke situaties. Dat heeft met het veldspel te maken.”

De reputatie van Bergkamp wordt te groot. Als hij niet scoort, is er niemand die zijn taak overneemt. Van Gaal probeert dat te verbeteren door positiewisselingen. “Verleden jaar hebben we dat ook gedaan. Maar als er spelers weggaan, moet je weer nieuwe inpassen. Nu lijkt het dan te lopen. Maar je mag je niet vastpinnen op drie, vier wedstrijden. Zoals met Vink, die nu vijf keer in drie wedstrijden heeft gescoord. Ik ben eerder blij dan Vink. Omdat ik zei: "Jij gaat scoren.' Dat zie je. Omdat hij er steeds tegen aan hikte.”

Ajax als eeuwige kweekvijver. Het moet deprimeren telkens weer de beste spelers te zien vertrekken. Vooral voor een trainer met een lange termijn-visie. “Als het anders zou gaan, zouden we het niet goed doen”, is zijn pasklare antwoord. “We staan nu in de belangstelling door ons Europees succes van vorig jaar, de manier waarop we voetbalden. Dat is de tol die we betalen. Dat zal altijd zo blijven.

“Het is aan Ajax om te zorgen dat we meteen het gat kunnen dichten als een sterke speler weggaat. Ondanks de verkoop van zoveel spelers draaien we gewoon weer aan de top mee, nationaal en internationaal. Terwijl Ajax in het verleden altijd in een dip kwam. Dat vind ik zéér knap van deze spelersgroep.”

Curieus was de aankoop van Ronald de Boer, ruim twee jaar geleden nog verkocht aan FC Twente. Van Gaal kon er niet omheen, zegt hij. “Ik heb dit seizoen constant vier of vijf spitsen gehad. Maar het is alsof de duvel er mee speelt. Je laat er een paar gaan en er raken er een paar geblesseerd. Dan is er ineens een gat. Ajax pretendeert een topclub te zijn. Dan zul je ook genoeg spelers moeten hebben. Omdat wij ons niet kunnen permitteren met minder kwaliteit op het veld te komen. Dat heb ik voorkomen door de aankoop van De Boer.”

De suggestie dat Ajax aan kapitaalvernietiging doet, deed de doorgaans onverstoorbare Van Gaal tegenover de pers zowaar in woede uitbarsten. Een individuele berekening aan de hand van in- en uitgaven past niet in de voetballogica, beweert hij. “Op het moment dat je spelers opstelt worden zij meer waard, ongeacht of zij nu goed of slecht spelen. Als je degene die ernaast stond erin zet, wordt hij meer waard. En andersom minder. Je zou dus nooit een speler naast het elftal kunnen zetten, want dan doe je aan kapitaalvernietiging.”

Toen De Boer nog bij Ajax was, was hij vijfde of zesde spits, memoreert Van Gaal. “De Boer zou dus nooit in kapitaal verhogen, omdat hij niet speelde. Had je hem wel opgesteld, dan had dat kunnen inhouden dat Bergkamp niet aan de bak had kunnen komen. Dat had kunnen betekenen dat Bergkamp nu geen twintig miljoen waard was geweest. Misschien was de volgorde van de spitsen destijds verkeerd. Maar Beenhakker werd wèl kampioen en twee jaar later ben ik wèl Europees kampioen en is Bergkamp wel zoveel waard dat je De Boer er gemakkelijk voor kunt terugkopen.”

Waarom dan toch die woede-uitbarsting in plaats van deze geduldige analyse? “Omdat je er op een gegeven moment moe van wordt. Omdat ze eerst vijf maanden vragen waarom Van Gaal niet koopt. Dat vind ik een probleem creëren. Eigenbelang van de pers. Maar je hebt gelijk: het is beter rustig te blijven, het kan zich tegen me keren. Maar dáárom ga ik mijn persoonlijkheid niet veranderen. Ik heb lang genoeg geduld opgebracht. Op een gegeven moment houdt het op.”

Het imago dat om hem heen is gebouwd, dat hij altijd gelijk heeft, roept weerstanden op. Daar is hij van doordrongen. “Maar als ik ongelijk heb, geef ik dat heus wel toe. In voetbalzaken heb ik meestal gelijk. Dat is mijn kracht. Het is geen zelfbehoud. Want ik ben degene die zich altijd kwetsbaar opstelt. Ik geef mijn mening. Dat er andere wegen naar Rome leiden, weet ik ook. Ik ben altijd voor de dialoogvorm.”

Hij geeft toe dat het Ajax aan verdedigers ontbreekt, aan rechtsbenige met name. “Zoiets mag een club als Ajax niet gebeuren. Het is wel zo dat Hansen al anderhalf jaar geblesseerd is. Maar dan nog kun je stellen dat er geen doorstroming is. Daarnaast leidt Ajax zijn eigen verdedigers niet op. Hansen is ook gekocht. Ajax heeft altijd verdedigers moeten kopen: Vasovic, Blankenburg, Spelbos, Larsson, Blind, Hansen, Silooy is teruggekocht.”

Dat heeft te maken met de kwaliteit van de Ajax-jeugd, ervaart Van Gaal. “Die is gewend op de helft van de tegenstander te spelen. Die komt nooit onder druk te staan. Daardoor leiden we minder verdedigers op. De Ajax-jeugd wint altijd te gemakkelijk. Na de invoering van de landelijke B-jeugdcompetitie is het beter geworden. Nu moet er nog een landelijk C-jeugd komen. De jongens moeten eerder met weerstand worden geconfronteerd.”

Ajax heeft het probleem proberen op te lossen door elke leeftijdscategrie een jaar op te schuiven. Maar daardoor werden de fysieke verschillen te groot en kwamen de Ajax-jongens niet meer aan voetballen toe. “Als je C1 tegen B2 laat spelen, zijn door de puberale overgang de verschillen in postuur en kracht te groot. Er moet een landelijke C-jeugd komen.”

Het scouting-beleid van Ajax is niet alleen afgestemd op technische maar ook op tactische kwaliteiten. “Wij proberen die spelers er uit te halen die vooruit denken, die aanvallen. Dan wordt al een groot deel dat misschien andere kwaliteiten heeft, meer verdedigende, niet selecteerbaar. Je zou je kunnen afvragen of we dat zo zouden moeten houden. Ik denk toch wel. We moeten spelers opleiden die met een hele grote ruimte achter zich kunnen spelen.”

Alle gegevens van alle spelers worden opgeslagen. “Maar toch moet er iets mis zijn gegaan in het verleden”, geeft Van Gaal toe. “We hebben nu zes linksbenige middenvelders. Te veel. En te weinig rechtsbenige verdedigers. Het is zaak balans aan te brengen. Dat kan door een overschot te verkopen.”

Mentaliteit is doorslaggevende betekenis in topvoetbal. Tegen de algemene opinie in zegt Van Gaal dat hij over de huidige generatie tevreden is. Hij vindt juist dat de jeugd géén slechte mentaliteit heeft. “Zelfs beter dan vroeger. Beter dan ik vroeger. Omdat ik ook niet in die richting begeleid werd. Ik ben er wel gekomen, omdat ik door mijn trage loopsnelheid tactisch moest gaan nadenken. Ik heb mezelf aangeleerd hoe ik moest spelen. Dat weet ik nu, achteraf.

“De spelers die ik ken willen meedenken. Ze willen alles voor het vak doen. Vroeger speelde je op hoog niveau naar aanleiding van je kwaliteit. Het zijn geen jongens meer van de straat. Er is een ander soort intelligentie. Ze hebben ogen en oren open, misschien ook door hun schoolopleiding. Ze hebben een mening, denken mee. Dat past ook in mijn visie.”

Zijn achtergrond als onderwijzer telt mee. Vast en zeker. “Maar ik heb me nooit autoritair opgesteld, ook niet als onderwijzer. Ik ga er altijd van uit leerlingen, spelers, mensen te overtuigen met argumenten. Niet door er boven te staan. Ik wil ze eigen verantwoordelijkheid meegeven.”

Maar autoritaire uitstraling heeft hij zeker. “In deze omstandigheid heb ik er geen moeite mee. Mensen blijven daardoor op een afstand. Ik heb geen last van vriendjessfeer, een vijfde colonne, een heel circuit van mensen om me heen, wat veel bekende mensen wel hebben.”

De bal in de voet houden, Louis van Gaal was er goed in, hij liet zich de bal nooit afpakken. Dat was zijn grote kracht als voetballer. Een metafoor? Nou ja. ,Ik ben een echte winnaar. Dat wel. Ik win meestal. Ik wil elk spelletje graag winnen. Dat is een hele goede eigenschap van een topspeler. Toen ik bij Sparta voetbalde, speelde in een trainingspotje de tegenpartij altijd tegen Louis van Gaal. Ten eerste omdat ik een grote mond had.''