Nederlandse transportsector komt steeds meer in buitenlandse handen

AMSTERDAM, 13 FEBR. De afgelopen vijf jaar zijn 209 Nederlandse wegtransportondernemingen overgenomen. Ruim een derde van de transporteurs is gekocht door buitenlandse, met name Amerikaanse, Britse en Duitse, bedrijven.

Dit blijkt uit een onderzoek van management adviesbureau Van der Geer & Van Hasenbroek, dat gespecialiseerd is in de transportsector. Bij de acquisities waren in totaal zo'n 14.500 werknemers (gemiddeld 70 personen per bedrijf) betrokken, bijna 15 procent van het totale aantal mensen dat bij het wegvervoer werkt.

De buitenlandse kopers kochten de grotere en gespecialiseerde bedrijven: 55 procent van de betrokken werknemers werkt bij transporteurs die in buitenlandse handen zijn overgegaan. Nederlandse bedrijven kopen juist kleinere wegvervoersbedrijven die zich bezig houden met stukgoed.

Volgens transportconsulent J. van Hasenbroek van het adviesbureau wordt gemiddeld vijf tot acht keer de jaarwinst voor een bedrijf betaald. “Dat is beduidend minder dan een paar jaar geleden.” Bij de meeste acquisities gaat het om bedragen tussen de 2,5 en 5 miljoen gulden. “Er zitten een paar uitschieters tussen, waarbij tussen de 20 en 35 miljoen op tafel is gelegd”, aldus Hasenbroek, die bij een aantal overnames betrokken is geweest.

“Buitenlandse ondernemingen kopen Nederlandse bedrijven vooral vanwege de ligging van Nederland. Het heeft voor een Britse ondernemer weinig zin om een wegtranporteur in Zuid-Zweden te kopen.”

Amerikaanse concerns waren de grootste kopers. De afgelopen vijf jaar kochten de Amerikanen 23 bedrijven. BFI (afvallogistiek) was erg actief. Dit concern kocht onder andere Zegwaard, Spitman, Omega en een aantal huisvuilophalers. “BFI heeft nu circa 40 procent van de afvalmarkt”, aldus Van Hasenbroek.

De Britten staan op de tweede plaats met de 21 acquisities. “Een aantal Engelse bedrijven kocht in 1989, toen de markt op zijn top was, veel Nederlandse wegvervoerders. Enkele komen daar nu op terug. Met verlies stoten ze die bedrijven weer af”, zegt Van Hasenbroek. De Britten zijn sterk vertegenwoordigd in het ferryvervoer en hebben bovendien belangstelling voor bedrijven die logistieke dienstverlening (magazijnen, distributie) kunnen leveren.

Met 12 overnames bezetten de Duitsers de derde plaats. Het Duitse Reederei und Spedition Braunkohle (RSB) is door overnames de afgelopen drie jaar gegroeid tot een van de grootste tank- en koelvervoerders op de Nederlandse markt met 700 werknemers.

Ondanks het grote aantal overnames en de concentratietendens is het aantal wegtransporteurs de afgelopen drie jaar gestegen van 7500 naar 8800 zelfstandige ondernemingen. Bij 35 procent werken slechts één- à twee mensen. Volgens Van Hasenbroek is het aantal ondernemingen zo sterk gestegen omdat veel bedrijven gebruik maken van zogeheten subcontractors. Ze huren kleine zelfstandige wegtransporteurs in, die daarvoor in loondienst waren. Op die manier kunnen grote ondernemingen makkelijk inspelen op schommelingen in de markt.

De groei van het aantal bedrijven vlakt nu af omdat het grensoverschrijdende wegtransporteurs het moeilijk hebben sinds de valutacrises. “In sommige landen zijn Nederlandse vervoerders opeens 20 procent duurder geworden.” Als het economisch minder gaat, vallen de eerste klappen bij de ingehuurde bedrijven.