Nederlandse aanpak drugs wint terrein; Amsterdam leent arts GG&GD uit voor project in Frankfurt

De afgelopen jaren kon het Nederlandse beleid van methadonverstrekking aan verslaafden rekenen op een mengeling van internationale hoon en kritiek. De aanpak, ooit tot ontwikkeling gebracht door de Amsterdamse GG & GD, begint terrein te winnen. Duitse steden als Frankfurt, Hamburg en Bremen zijn met soortgelijke programma's begonnen.

FRANKFURT, 13 FEBR. Een koude winteravond in het centrum van Frankfurt. Rode lampjes werpen hun schijnsel op het troosteloze beton en het asfalt in de straten rond het Hauptbahnhof. In een portiek, half op straat achter een zwart-glanzende Porsche, staat een jongen zonder veel omhaal een Spritze in een van de aderen van zijn arm te steken. De voorbijgangers kijken niet op of om.

Even verderop hangt een omwisselautomaat voor spuiten aan een buitenmuur. De stoep rondom een half verteerd bankstel is bezaaid met de wit-plastic verpakkingen van injectienaalden. “Hij is zeker leeg”, zegt Gerrit van Santen, terwijl hij tevergeefs op een knopje van de automaat drukt. “Anders zou het hier ook een stuk drukker zijn.”

Frankfurt telt enkele duizenden verslaafden. "Die Szene' groeit nog altijd en trekt zich steeds minder aan van haar omgeving. Bij politici, hulpverleners en justitie is daarom in korte tijd brede steun ontstaan voor de vanaf 1984 in Amsterdam ontwikkelde aanpak van methadonverstrekking aan chronisch verslaafde gebruikers. Sinds eind vorig jaar heeft de Amsterdamse GG & GD de arts Van Santen op verzoek van de gemeente Frankfurt voor een jaar uitgeleend bij het helpen opzetten van het project.

Van Santens polikliniek ligt in een verlaten gasfabriek op een industrieterrein aan de rand van de stad. Tegenover de kliniek, waar de methadon wordt verstrekt, staat een opvanghuis voor verslaafden. Tachtig junks vinden er onderdak, van wie het grootste deel de methadonkuur volgt. Andere verslaafden benutten de kantine van de gasfabriek als warme en droge plek om een slaapje te doen, wat te drinken en bij te praten.

De zaken kwamen in Frankfurt deze zomer in een stroomversnelling door de vrijwel onhoudbare toestand die ontstond in de Taunus Anlage, een park in het centrum van de stad. Na de afgelopen jaren langs verschillende lokaties in de binnenstad te zijn gejaagd, was een groep van enkele honderden verslaafden min of meer permanent neergestreken in het park. Onder het toeziend oog van Schiller en Goethe en in de schaduw van het hoofdkantoor van de Deutsche Bank werd publiekelijk de spuit gehanteerd. Op hoogtijdagen verstrekte de gemeente zo'n vierduizend injectienaalden per etmaal.

Na verloop van tijd groeide het park uit tot een gebied waar de politie weinig meer te vertellen had. Aan het einde van de zomer, toen de voorbereidingen voor de nieuwe drugsaanpak in gang waren gezet, werd de Taunus Anlage met harde hand schoon geveegd.

“De Szene is de laatste jaren erg veranderd. De mensen worden steeds jonger en agressiever. Er bestaan nauwelijks scrupules meer”, meent Jupp (36). Hij behoorde tot de vaste bewoners van de Taunus Anlage, maar woont nu intern in de opvang van de gasfabriek. In de kantine van het gebouw lepelt hij op zijn gemak een kopje soep leeg. Een leven van zeventien jaar verslaving heeft zijn sporen achtergelaten op zijn ingevallen gelaat en zijn met blauwe plekken overdekte armen. Jupp heeft echter niet het jachtige van de verslaafde en in zijn gezicht staan levendige ogen. “Ik heb geluk gehad dat ik in het programma terecht ben gekomen.”

Onder druk van de omstandigheden zette het stadsbestuur van Frankfurt een aantal vaste poliklinieken op waar de methadonverstrekking plaatsvindt. Bij het opzetten van het hulpprogramma is direct gebruik gemaakt van de Amsterdamse ervaringen. “Het methadonprogramma was hier tot voor kort een uitvinding van de duivel, terwijl het in Amsterdam al jaren vanzelfsprekend is”, verklaart Margarethe Nimsch, Frankfurts wethouder van volksgezondheid.

De contacten tussen Amsterdam en Frankfurt vloeien voort uit een in 1990 gehouden conferentie van Europese steden met een drugsprobleem. Hieruit kwam een netwerk voort van meer dan dertig Europese steden die regelmatig ervaringen uitwisselden.

Afgezien van de inmiddels opgebouwde kennis heeft Amsterdam zich veel problemen bespaard door al tien jaar geleden met het methadonprogramma te beginnen, meent Werner Schneider, hoofd van het ambtelijke Drogenreferat van de gemeente Frankfurt. “In onze stad heeft zich een proces van Verelendung van de verslaafden voltrokken. Dat is de prijs die we hebben betaald door de jaren durende politiek van repressie die in Duitsland werd gevoerd.”

Het verkrijgen van methadon voor chronische verslaafden is - anders dan bijvoorbeeld in Amsterdam - allerminst een eenvoudige aangelegenheid. Het grootste deel van de gevestigde artsenstand in Duitsland moet weinig hebben van de verstrekking. "Immenses Suchtpotential, giftiger als Morphium', schreef nog vorige maand het boulevardblad Welt am Sonntag boven het artikel van een internist. Bijkomend probleem is dat de verstrekking van methadon behalve een verantwoordelijkheid van de arts ook sterk afhankelijk is van het lokale ziekenfonds, dat per geval uitmaakt of de behandeling wordt vergoed.

Het afgelopen jaar beoordeelde de commissie meer dan 800 aanvragen voor methadonbehandeling. Daarvan werden 750 gevallen, merendeels seropositieve verslaafden, toegewezen. In praktijk worden de tijdrovende procedures al niet meer afgewacht en verstrekken de artsen op eigen gezag de methadon.

Terwijl de grensoverschrijdende controles van de Duitse drugs-politie in oost Nederland het nog vers in het geheugen liggen, is de Duitse drugpolitiek bezig met een inhaalmanoeuvre die de Nederland praktijk hier en daar zelfs passeert. Zo staat het instellen van gebruikersruimten - in Amsterdam na ettelijke mislukkingen van agenda geschrapt - in Frankfurt weer ter discussie.

Tevens wint de gedachte terrein dat ook de verstrekking van heroïne mogelijk moet worden. “Er is een groep die al langer dan tien jaar verslaafd is, die krijg je niet zo makkelijk meer aan de methadon”, meent Nimsch. “Ook bij aids-patiënten en zwangere vrouwen gaat het toedienen van heroïne met minder problemen gepaard dan de overschakeling op methadon.”

Giel van Brussel, hoofd van de drugafdeling van de Amsterdamse GG & GD, wijst de verstrekking van heroïne af. “Van de langdurige druggebruikers is er toch altijd een aantal dat er na verloop van tijd mee ophoudt. Heroïnegebruik geeft een kick en dat maakt de kans op stoppen er niet groter op. Methadon is voor verslaafden een vrij suffe aangelegenheid, je wordt er niet high van. De Amsterdamse praktijk leert dat ze het vooral gebruiken als het hun slecht gaat en hele periodes ertussen niet.”

Wat betreft het eerder gehouden pleidooi van de Amsterdamse wethouders Wildekamp en Saris voor een legalisering van soft drugs op Europees niveau zit de Frankfurtse wethouder Nimsch echter weer op een lijn met haar collega's. Het initiatief op stedelijk niveau ervaringen met de aanpak van drugs uit te wisselen zal volgens Nimsch in Europees verband alleen maar groter worden. Nimsch: “De invloed van dit soort overleg is nu nog klein, maar je moet ergens beginnen. In Bonn begrijpen ze onze problemen niet, laat staan in Brussel. De grote steden staan het dichtst bij de gevolgen van een politiek die elders wordt gemaakt.”