MAMMON

Achter de beurs. Reis door de wereld van het grote geld door Douglas Kennedy 223 blz., Nijgh & Van Ditmar 1992, vert. Niek en Theo Hendriks (Chasing Mammon 1992), f 34,90 ISBN 90 388 4001 2

Het is wellicht nog te vroeg voor een definitief oordeel, maar als er een symbool voor de jaren tachtig van de twintigste eeuw gezocht wordt dan maakt de beurs een goede kans. Het was de tijd van Thatcher, yuppies, de Maxwells en de Milkens. Een tijd waarin de maakbare samenleving haastig werd geprivatiseerd en waarin grenzeloze hebzucht weer onbeschaamd werd gepropageerd als motor van het algemeen belang. ""Greed is good', was het adagium van de hoofdpersoon in Oliver Stone's film Wall Street, en daarmee verwoordde hij puntig de tijdgeest.

Nu de stofwolken enigszins zijn opgetrokken en het ongebreidelde financiële enthousiasme plaats heeft gemaakt voor enige bezinning, kan de balans worden opgemaakt. Daarbij is het mogelijk een aantal invalshoeken te kiezen. De Amerikaanse schrijver Douglas Kennedy, gefascineerd door een aantal oude studievrienden die als ambitieuze twintigers hun fortuin hadden gezocht in de financiële wereld, koos voor een wel zeer fundamentele vraag: wat drijft de mens in de jacht op het grote geld?

In zijn boek Chasing Mammon, zojuist in vertaling verschenen als Achter de beurs, probeert Kennedy aan de hand van een aantal betrekkelijk willekeurig gekozen financiële markten over de hele wereld een antwoord op deze vraag te vinden. Wij volgen hem op zijn trektocht van een jaar langs beurzen van Casablanca tot Sydney en van Boedapest tot New York.

Dat geld niet gelukkig maakt, mag bekend worden verondersteld, maar het is Kenndy's verdienste dat hij korte metten maakt met het romantisch-mystiek getinte beeld dat bij de buitenwacht nog wel eens rond financiële markten wil hangen. Repeterend in dit boek zijn de troosteloze verhalen van totale werkverslaving, niet zelden eindigend in slapeloosheid, drankzucht, hartklachten en een sociaal leven als een woestijn. En voor de enkeling die de jacht heeft overleefd en als een gefortuneerde maar afgebrande dertiger vanuit zijn Ferrari het slagveld overziet, rest existentiële vertwijfeling en leegte. Waar was het allemaal goed voor en - nog problematischer - hoe nu verder?

Het zijn vooral de persoonlijke portretten die Achter de beurs tot een leesbaar boek maken. Hier en daar wat bonkig, maar over het geheel genomen met gevoel voor humor en een scherp oog voor details schetst Kennedy de levens van de mannen en vrouwen op de beursvloer. Jammer is alleen dat hij op zijn tocht ook een aantal culturen tracht te analyseren aan de hand van de sfeer op de plaatselijke markt. Op zichzelf is daar niets op tegen. De observatie dat de beurs van Casablanca een financiële afspiegeling van de soek vormt, is ongetwijfeld juist. En had Kennedy het Amsterdamse beursplein aangedaan dan had hij een aardig inkijkje gehad in de typisch Nederlandse compromissenzucht die steevast leidt tot de slechtst denkbare oplossingen. Maar vermengd met de zoektocht naar de individuele drijfveren van de handelaren maakt dit soort bespiegelingen een wat willekeurige en onevenwichtige indruk.

Niettemin zou het boek verplichte literatuur moeten zijn voor iedereen die een baan ambieert in de wereld van aandelen, opties en termijncontracten. Niet zozeer vanwege de technische uitleg, die blijft grotendeels achterwege, alswel vanwege de persoonlijke lotgevallen van de handelaren. Wie zijn ziel verkoopt aan de soek, moet nog maar afwachten wat hij er voor terugkrijgt.