Het witte boek

Er is in de loop van deze eeuw een aantal afspraken met ons gemaakt op het gebied van film. Die afspraken waren niet helemaal wederzijds, maar ze bleken unilateraal wel te werken, dus men begon zich er aan te houden.

Wat zijn die afspraken?

Ik noem er in willekeurige volgorde een paar op:

* Als we iemands huis in de gaten houden om te kijken waar hij of zij heen gaat als hij of zij weggaat, staan we gewoon met de auto in de straat en lezen de krant. (Heeft u in de straat waarin u woont ooit iemand een krant zien lezen in een geparkeerde auto? En wat denkt u dan?)

* Als degene op wie we letten uit het huis komt, rijden we er spoorslags achteraan. Het doet er daarbij niet toe of het licht of donker is. Degene die achtervolgd wordt, merkt dat in eerste instantie niet, hoogstens zijn vrouw (""Darling, er rijdt iemand achter ons aan'' ""Kom nou toch, Els, hoe haal je dat nou in je hoofd, kindje?'' ""Echt waar, Wim, kijk maar, die witte auto'').

* De achtervolging geschiedt meestal met een witte auto, anders moet Els zeggen: ""Kijk maar, Wim, die aubergine auto'' of ""Kijk maar, Wim, die zand-beige auto''.

* Als de man-in-het-huis kijkt of er iemand het huis in de gaten houdt, schuift hij voorzichtig even de vitrage opzij. Dat zien ze beneden nooit.

* Zodra de vitrage opzij geschoven wordt, weet de kijker zeker: er is een achteruitgang via tuinen en vele, vele hekken, en die vluchtweg eindigt in een nauw zijstraatje, en als je daaruit loopt komt Els er net met de auto aan. ""Vlug Wim, instappen'', roept ze, want Wim is daar te verbouwereerd voor. Wij ook.

* Als Wim toevallig op zijn eigen auto stuit, die hij toevallig achter het huis geparkeerd heeft, wil deze nooit starten. Wim slaat dan vertwijfeld op het stuur met zijn andere hand terwijl hij start en roept: ""Doe het nou, verdikkie-nog-an-toe!'' Andere krachttermen mag Wim niet roepen van de producent. We kunnen er echter bom op zeggen dat Wim net op tijd wegscheurt (wat natuurlijk heel slecht is voor de motor, maar ja).

* Als er bij de achtervolging op Wim geschoten wordt, sneuvelt sowieso de achterruit. Wim bukt zich dan, maar dat hoeft niet echt want Wim wordt, niettegenstaande de zestig kogels die er op hem worden afgevuurd, niet getroffen. Ja, hooguit in zijn linkerarm, bovenin, bij de biceps zo'n beetje, maar het is slechts een vleeswond, gelukkig.

* Mocht Wim in het ziekenhuis terecht komen, omdat Els dat zo graag wil, dan komt er een dokter of een verpleegster die tegen Wim zegt dat hij er voorlopig niet aan moet denken uit bed te kunnen, en ze hebben hun kont nog niet gekeerd of Wim schiet zijn jasje al moeizaam met één hand aan, sjort zijn broek om, schoenen aan en weg, de gang op. Wim heeft namelijk nog een rekening te vereffenen, en niet die met het ziekenhuis.

* Let nu eens goed op: Wim zit nooit te hannessen met de schoenveters. Nooit.

* Als de dokter een bekend gezicht heeft uit andere films, een bekende bijrol dus, dan moeten we gaan opletten, want dan zien we hem terug. In de meeste gevallen is hij dan helemaal geen dokter.

* Tegen de zuster die hem op de hoogte stelt van zijn conditie, maakt Wim immer grapjes. Of hij zegt: ""In bed blijven? Dat is uitgesloten!'' en dan legt de zuster hem (en ons) nog eens duidelijk uit wat er allemaal mis is, dat hij geen stap kan verzetten, dat hij tegen de grond zou slaan, etc.

* Mocht Wim ooit verderop tegen de grond slaan, dan staat hij altijd weer op.

* Als Wim aan het eind van de film - nooit eerder - door een agent voor de misdadiger wordt aangezien, dan mept hij die agent natuurlijk nooit dood, nee, Wim geeft hem een flinke optater waardoor de agent onderuit gaat en Wim agents pistool kan pakken dat op de grond valt (Wim pakt het zelden uit de holster).

* Als nu de echte misdadiger opduikt kan Wim hem natuurlijk meteen neerknallen. Dat mag Wim echter niet. Wim moet, volgens de afspraken, wachten tot de misdadiger hem dodelijk bedreigt, dus niet alleen zijn oor omdraait, en dan pas mag Wim hem met een gericht schot neerleggen.

* Meestal gaat dit de producent nog te ver, dus Wim schiet hem vleugellam, de misdadiger rent een trap op en stapt, eenmaal op het dak aangekomen, mis waardoor hij vierhonderd verdiepingen naar beneden valt en Wim er dus eigenlijk niks aan kan doen.

* Het geld dat de misdadiger bij zich heeft, heeft deze nooit in de zak. Zelfs als het om vijfentwintigduizend dollar gaat, dan ligt dat geld, in bundeltjes van minstens honderd biljetten, in zo'n lelijk attaché-keesje. Hoe dat mogelijk is, wordt niet uitgelegd, tenzij het om één-dollar-biljetten gaat - niet erg voor de hand liggend. Honderd biljetten van honderd dollar, toch geen echte grote coupures, vormen bij $ 25.000 slechts twee-en-half pakje, en als ze er twee duizendjes bij doen, kan dat gemakkelijk in de zijzak. Maar dat mag kennelijk niet.

* Het door de lucht strooien van het geld is ouderwets, en uit de regels geschrapt. Vroeger moest dat, vanwege het feit dat niemand geld mocht overhouden, maar dat mag tegenwoordig wel.

* En u moet één ding goed onthouden: het komt allemaal goed. De tijd dat het niet goed kwam is gelukkig echt voorbij sinds het om ons heen altijd fout gaat.