Het einde van de gekleurde schijndemocratie in Zuid-Afrika; Parlement in ontbinding

Tot de eerste algemene verkiezingen van volgend jaar wordt de Zuidafrikaanse politiek beheerst door het drie-kamerparlement. Blanken, Indiërs en kleurlingen regeren het land, zwarten worden vooralsnog uitgesloten. Deze laatste constitutionele verdedigingslinie van de apartheid brokkelt langzaam af. Overlopende parlementsleden maken het drie-kamerparlement tot een politieke flipperkast, verhalen over corruptie en nepotisme steken de kop op. Ondertussen overleggen Inkatha en ANC met de regering over het nieuwe, democratische Zuid-Afrika. "Niemand zal rouwen als dit parlement weg is.'

De werkdag van een fractieleider in het parlement van Zuid-Afrika begint met koppen tellen. Hoe groot zou zijn fractie vandaag weer zijn? Of ze nu blank, kleurling of Indiër zijn, parlementariërs veranderen in hoog tempo van partij en vergeten de kleurstellingen van het verleden. Het positioneren voor banen in het nieuwe Zuid-Afrika is begonnen.

In de openingsweek van het nieuwe en waarschijnlijk laatste zittingsjaar, vorige week, liepen leden van de Arbeiderspartij (kleurling) en Solidariteit en Nationale Volkspartij (Indiërs) over naar de Nationale Partij van president De Klerk. Sommige Indiërs sloten zich aan bij de liberale Democratische Partij, die op haar beurt evenals de Nationale Partij een blank fractielid verloor aan Inkatha. De zwarte Zulu-partij is daarmee voor het eerst vertegenwoordigd in het parlement, ooit bedoeld als verboden terrein voor zwarten. Het ANC had sinds vorig jaar al vijf zetels, dankzij overgelopen Democraten. De winst in deze politieke flipperkast gaat naar de Nationale Partij. De ontwerpers van het drie-kamerparlement voor blanken, kleurlingen en Indiërs, de laatste constitutionele verdedigingslinie van de apartheid, hebben nu een meerderheid in alle drie de kamers.

Het ruikt, een parlement in ontbinding. Voormalige politieke vrienden, die tientallen jaren samenwerkten in dezelfde partij, beschuldigen elkaar nu van principeloosheid en corruptie. Een gekleurd parlementslid vertrouwt je zonder scrupules toe dat zijn ex-fractiegenoot zich heeft laten omkopen met de garantie van afbetaling van zijn huis. Anderen spreken van valse beloften voor posities in een onzekere toekomst. Amichand Rajbansi, voorzitter van de Nationale Volkspartij in het Huis voor Indiërs, zag zijn fractie door leegloop al teruggebracht tot ""vier of vijf'' leden. ""De overlopers handelen niet uit principe, maar uit eigenbelang. De Nationale Partij belooft ze dat ze op de lijst voor de eerste verkiezingen zullen komen. Maar zo veel plaats voor Indiërs zullen ze nooit inruimen. De overlopers zullen zeer teleurgesteld raken.''

Het is een passend einde van een parlement dat in de acht jaren van zijn bestaan nooit geloofwaardig werd omdat het de overgrote meerderheid van de bevolking, de zwarten, uitsloot. President De Klerk haalde in zijn laatste openingsrede het fundament onder het hele drie-kamerstelsel vandaan. Hij kondigde aan dat de eigen departementen van onderwijs, welzijn, volksgezondheid en huisvesting voor kleurlingen en Indiërs spoedig worden samengevoegd met de blanke departementen tot ministeries voor het hele volk. Intussen heeft de echte politiek buiten het parlementsgebouw in Kaapstad plaats. De regering en de zwarte partijen, vooral het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) en Inkatha, overleggen achter gesloten deuren over een snelle overgang naar een democratisch Zuid-Afrika zonder onderscheid naar ras. De bedoeling is begin volgend jaar de eerste verkiezingen voor alle Zuidafrikanen te houden, waardoor de zwarte meerderheid voor het eerst op nationaal niveau kan meestemmen.

De leden van de drie kamers van het parlement rest niets anders dan te wachten op de stemming over hun eigen opheffing. De uitslag staat vast. Intussen worden nog wat politiek ongevoelige wetsontwerpen behandeld. De stevige debattoon in het in de Britse Westminster-traditie gegoten parlement houdt de boel levendig. Hier kan het gebeuren dat een minister het betreurt dat de geachte afgevaardigde ""op jonge leeftijd al is geconfronteerd met een vermindering van zijn verstandelijke vermogens''.

Overgangsfase

Het parlement is afgeschreven: alleen de kosten van gouden handdrukken en pensioenen moeten nog worden bepaald. Het nadenken begint over de rol van het drie-kamerparlement in de Zuidafrikaanse geschiedenisboeken van straks. Was het een noodzakelijke overgangsfase van blanke overheersing naar democratie en bracht het een definitieve verwijdering tussen kleurlingen, Indiërs en zwarten? Was het een vorm van neo-apartheid waarin de kleinste minderheden zich even veilig wisten onder het baasskap van de almachtige blanken of een parlement dat daadwerkelijk begon de levensomstandigheden van niet-blanke Zuidafrikanen te verbeteren? David Dalling, achttien jaar parlementariër voor de blanke Progressieve Partij, de Democratische Partij en nu het ANC: ""Je kunt lang discussiëren over de vraag wat er goed en slecht aan was, maar zeker is dat niemand zal rouwen wanneer dit parlement weg is. Eindelijk kan ik een normale parlementariër in een normaal parlement worden''.

Het was wennen. De Afrikaner politici hadden wel ingestemd met het voorzichtig opgeven van hun exclusieve regeermacht - het was wat anders om die kleurlingen en koelies ineens de hele dag om je heen te weten. In de vergaderzaal hielden ze vervelende toespraken. De voorheen academische debatten over gescheiden ontwikkeling van bevolkingsgroepen die de blanke parlementariërs nauwelijks kenden, kregen plotseling ongemakkelijke menselijke proporties. De nieuwe collega's vertelden hoe hun families door de apartheidswetten waren gedwongen hun huisraad op een truck te laden om ver buiten de stad op een kaal terrein te worden gedumpt. Ze protesteerden tegen het verbod om een winkel te beginnen in een ""blank'' gebied of om met mensen van andere huidskleur te trouwen. En ze wilden het restaurant in.

David Dalling herinnert zich de opschudding, toen hij de Australische ambassadeur en twee Indiase collega's in 1985 uitnodigde voor de lunch in het parlementsrestaurant. ""Een paar uur tevoren kreeg ik te horen dat we niet welkom zouden zijn. Het restaurant was blank. Ik heb me in het parlement verontschuldigd tegenover mijn niet-blanke collega's en aangekondigd dat mijn fractie het restaurant voortaan zou mijden. Een week later was het voor iedereen geopend. Later volgden de bibliotheek en de snooker-kamer.''

Breuk

Zo verkruimelden vooroordelen in de dagelijkse omgang. ""Het was een volledig nieuwe ervaring voor de blanke Afrikaners'', zegt David Welsh, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Kaapstad. ""De simpele ervaring dat er anderen dan blanken rondliepen, brak het idee af dat alles blank moest blijven. Bovendien was er de breuk in de Nationale Partij, die leidde tot het ontstaan van de Konservatieve Partij (in 1982, naar aanleiding van de nieuwe grondwet, red.). Op een hele subtiele manier kregen de Nats een spiegel voorgehouden van hun apartheidsdenken tien jaar daarvoor. Een aantal van hen heeft me bekend dat dat een zeer ontnuchterende ervaring was.'' Met deze theorie willen kleurlingen en Indiërs hun omstreden aanwezigheid in het drie-kamerparlement graag verdedigen: zonder deze politieke integratie op bescheiden schaal stond president De Klerk nog te treuzelen aan gene zijde van de Rubicon.

Als het drie-kamerparlement al de psychologische opstap is geweest tot zwarte politieke vertegenwoordiging, was dat zeker niet de bedoeling van oud-president P.W. Botha. Zijn grondwet van 1983, die door twee-derde van de blanken in een referendum werd goedgekeurd, beoogde alleen kleurlingen en Indiërs beperkte toegang te geven tot het systeem. Het moest de zwarten, die in getal (29 miljoen, 1991) wèl de blanke dominantie bedreigden, buiten de deur houden. De apartheidstheorie had voor hen immers de thuislanden voor etnische groepen geschapen, zodat voor nationale vertegenwoordiging geen reden was. Op lokaal niveau, in hun eigen townships, wilde Botha de zwarten enige vorm van zelfbestuur toestaan.

De grondwet was zo ontworpen, dat de kleurlingen (3,2 miljoen, 1991) en Indiërs (0,9 miljoen) nooit een bedreiging konden vormen voor de politieke heerschappij van de vijf miljoen blanken. Het blanke House of Assembly telt 178 zetels, het House of Representatives (kleurlingen) 85 zetels en het House of Delegates (Indiërs) 45 zetels. Mochten de twee "gekleurde' huizen samen met de oppositie in het "blanke' huis al tot een meerderheid komen, dan heeft de president de bevoegdheid het parlementaire besluit ter vernietiging voor te leggen aan een Presidentiële Raad van zestig leden. Daarin heeft de meerderheidspartij in het blanke huis (de Nationale Partij) een gegarandeerd overwicht. Verder gaf de grondwet de president een nauwelijks begrensde macht, die wel ""het keizerlijk presidentschap'' is genoemd. Juist deze ""winner-takes-it-all''-formule willen de blanken nu in hun onderhandelingen met het ANC uitbannen.

Het was dus tevoren duidelijk dat elke poging van de nieuwe parlementariërs om de apartheidserfenis op te ruimen, bijvoorbeeld de rassen-klassificatie, de groepsgebiedenwet of het gescheiden onderwijs, zou stuklopen op een blanke overmacht. De huizen mochten besluiten nemen over zaken die hun groep aangingen - de eie sake. Ze kregen hun eigen ministers en departementen, een nieuwe bureaucratie waar de belastingbetaler miljarden aan kwijtraakte. "Algemene zaken' waren onderworpen aan de goedkeuring van alle drie de huizen. De president bepaalde wat een "eigen zaak' of een "algemene zaak' was. Watervoorziening en irrigatie, toch een zaak van algemeen belang, werd bij voorbeeld een "eigen zaak', om te voorkomen dat de Indiërs en kleurlingen iets te zeggen kregen over de landbouw, die vrijwel geheel in blanke handen is.

De tegenreactie was enorm. De zwarte bevolking kwam onder de vlag van het Verenigd Democratisch Front in opstand, de townships veranderden in chaos en de noodtoestand werd afgekondigd. De wereld wendde zich af en kondigde economische en financiële sancties aan. De waarde van de munt, de rand, zakte in. De zwarte jeugd groeide op met geweld en dood, wat de kiem legde voor het politiek geweld en de criminaliteit die nu Zuid-Afrika beheersen. ""Het systeem bracht een enorme polarisatie teweeg tussen de zwarten en de rest van de bevolking en in de kleurlingen- en Indiër-gemeenschappen zelf'', zegt Dalling. ""Het ruïneerde de economie en verwoestte de geloofwaardigheid van de politie en het leger. Als de Nats in die tijd genereuzer waren geweest, hadden ze een veel betere deal voor hun mensen kunnen bedingen. Nu zijn de getallenverhoudingen in hun nadeel veranderd en standpunten verhard.''

Proefkonijn

Wat bewoog de kleurlingen en Indiërs proefkonijn te worden voor schijn-integratie in een nog steeds raciaal bestel? Dominee Allan Hendrickse kostte het vrijwel alle aanzien, die zijn Arbeiderspartij in de jaren zeventig onder zwarten had verworven met haar verzet tegen pogingen van regeringswege om de kleurlingen in een adviserende rol te lokken. Nu heette hij een sell-out of ja-broer. Hij verwierf de absolute meerderheid in het kleurlingenhuis (69 van de 85 zetels), zat het kabinet van kleurlingenministers voor en maakte als afgevaardigd minister deel uit van het blanke kabinet-Botha. Zijn partij is inmiddels teruggezakt tot ""ongeveer 25'' zetels. De meerderheid is overgelopen naar de Nationale Partij.

""Wij besloten deel te nemen om het systeem van binnenuit te veranderen'', zegt Hendrickse, gezeten onder een portret van zichzelf. ""Maar van het begin af aan hebben we duidelijk gemaakt dat we de nieuwe grondwet niet accepteerden. We zagen onszelf als zwart en als vertegenwoordigers van alle zwarten in Zuid-Afrika in het parlement.'' Amichand Rajbansi, ooit leider in het Indiër-huis en ook minister in het kabinet-Botha, zag vooral een mogelijkheid om de kleine Indiër-gemeenschap te helpen. ""Het merendeel van de Indiërs is arm. Je hoort nu ook de hele tijd over de positieve discriminatie van zwarten. Waarom discrimineren? Het is hier zwart of blank en de rest kan naar de hel lopen. We hebben in die paar jaar meer bereikt voor onze gemeenschap dan de Nats in de dertig jaar daarvoor.''

De afzonderlijke huizen leden onder het verzet in eigen kring. Magere opkomstpercentages van twintig tot dertig procent in de twee verkiezingen maakten de positie van het parlement niet sterker. Verhalen over corruptie, nepotisme en bevoordeling - afgekeken van de blanke politiek in Zuid-Afrika - beschadigden het imago verder. Het huis voor Indiërs raakte verstrikt in een kluwen van politieke ruzies en gekonkel en bleef voor de buitenwereld even doorzichtig als de markt van Calcutta. Rajbansi moest aftreden als kabinetsminister na een juridisch onderzoek naar beschuldigingen van ontvoering en chantage van overgelopen fractieleden.

Het kleurlingen-huis was jarenlang getekend door de absolute heerschappij van Hendrickse, die zijn zoon en schoonzoon de fractie binnenhaalde. Het echte politieke talent, zoals dominee Allan Boesak en ANC-topman Valli Moosa, bloeide buiten het parlement, in het verzet. ""Het waren niet bepaald gedistingeerde parlementariërs'', meent de politicoloog Welsh. ""De meerderheid was tamelijk hopeloos. De kwaliteit van debatten was verschrikkelijk laag.'' Hendrickse geeft dat toe: ""We hebben een fout gemaakt door alle zetels te willen halen. Daar hadden we het materiaal niet voor. Dat zijn precies de mensen die nu weglopen: wij hebben ze boven hun grassroots-niveau uitgetild en nu vergeten ze hun geschiedenis.''

Huisvesting

De kleurling- en Indiër-gemeenschappen hebben ontegenzeggelijk geprofiteerd van het drie-kamerparlement, zoals een zwarte elite heeft geprofiteerd van het thuislanden-systeem. Door de directe politieke invloed kregen ze meer gedaan op het gebied van huisvesting en toewijzing van land. In overheidsfuncties zijn ze geen uitzondering meer, terwijl een zwarte achter het loket nauwelijks voorkomt. Het onderwijs is er veel beter aan toe dan dat van de zwarten: waar vorig jaar slechts 43,8 procent van de zwarte leerlingen in het voortgezet onderwijs slaagde voor het eindexamen, deed 80 procent van de kleurlingen en 94,7 procent van Indiërs dat. ""Het onderwijsniveau van de kleurlingen aan de universiteit is nu hetzelfde als dat van de blanken. Dat was twintig jaar geleden niet zo'', zegt Welsh. Voor de afschaffing van de belangrijkste apartheidswetten moesten de parlementariërs echter wachten op de bekering van F.W. De Klerk.

Met dit soort succesjes legitimeren de politici van de gekleurde huizen zich. Ze zijn trots dat ze wetgeving voor de noodtoestand en amnestie voor overheidsfunctionarissen tegenhielden - om overvleugeld te worden door de Presidentiële Raad. Er werden enkele apartheidswetten geschrapt in de jaren tachtig. En ze bleven de Nats prikken waar mogelijk. Rajbansi herinnert zich een overwinning op het gebied van staatspensioenen, de enige overheidsuitkering die Zuid-Afrika kent. Blanken krijgen (nog steeds) meer dan kleurlingen en Indiërs, die weer meer krijgen dan zwarten. ""De minister van financiën kwam naar ons toe en stelde een verhoging voor van zes procent voor de zwarte pensioenen, twaalf procent voor kleurlingen en Indiërs en zestien procent voor de blanken. Uiteindelijk kregen we een verhoging van twaalf procent voor alle bevolkingsgroepen. De verhoging was dus non-raciaal.'' Allan Hendrickse viert zelfs financieel wanbeheer als politieke overwinning: ""De administratie van ons huis is volgens de regering een puinhoop. Natuurlijk. Dat is onze schuld. We hebben bewust elk jaar ons budget overschreden, ondanks alle instructies van de top.''

Na acht jaar in het laatste raciaal-politieke bastion is de rol van de oud-ministers Hendrickse en Rajbansi uitgespeeld. De peilingen wijzen erop dat Indiërs en kleurlingen uit angst voor de overmacht van zwart, het aloude swart gevaar, in groten getale op president De Klerk zullen stemmen. Nu schurken beide groepen aan tegen de machthebbers van straks. Hendrickse is bereid zijn partij over te doen aan het ANC. ""We hebben een gaatje gevonden binnen de bevrijdingsbeweging. De uitdaging is nu de kleurlingen mee te nemen het ANC in. Ik heb een zeer nauwe relatie met Nelson Mandela, zijn telefoon staat altijd voor me open. Hij is gewoon een fantastische vent.'' Rajbansi schermt met aanbiedingen van andere partijen - nee, niet de Nationale Partij - die in hem een grote stemmentrekker zouden zien. ""Ze weten dat ik de stemmen van de Indiërs kan binnenhalen. Ik heb een geweldige invloed op de Indiase gemeenschap. Ik zal een bijzonder grote rol spelen.''

Twee dagen later heeft Rajbansi nog één fractielid over. Zichzelf.