Gesluierd en tevreden

Wat betekent emancipatie voor een moslimvrouw: het recht om een hoofddoek te dragen of het recht om die hoofddoek zo ver mogelijk weg te gooien? Als Mohammed de vrouw veertien eeuwen geleden al gelijkstelde aan de man, wie geeft de een dan het recht de baas te spelen over de ander? Als een moslim zijn vrouw slaat, volgt hij dan de koran of de lokale traditie? Talloos zijn de misverstanden en vooroordelen over vrouwen en de islam, vinden de moslimvrouwen in Nederland. "Moslimvrouwen zitten met heel andere dingen dan Nederlanders denken. Het belangrijkste voor hen is dat zij in Nederland niet worden geaccepteerd en daarom in de verdediging gaan.' Gesprekken met vrouwen met en zonder hoofddoek.

De Pietje Bell van de klas draagt een te grote spijkerbroek, een slobbertrui en een rood hoofddoekje. Ze mist twee voortanden. Ze heet Halima, is zes jaar oud en door de Surinaamse juffrouw tot de donderstraal van de klas gebombardeerd. Daarom zit ze apart in een bankje voor in het lokaal en ze zit geen seconde stil. Slim is ze wel en haar vinger priemt steeds in de lucht als er een som moet worden opgelost. Daarbij kijkt ze voortdurend trouwhartig mijn kant op en lacht haar fietsenrek bloot.

De El-Amienschool in Amsterdam-Osdorp is een van de twintig islamitische scholen, die Nederland sinds kort rijk is. De school is in augustus vorig jaar opgericht en telt nu 197 leerlingen, bijna uitsluitend Turken en Marokkanen. De klassen zijn gemengd, maar op het speelplein zijn jongens en meisjes gescheiden, evenals in de gymles en de wasgelegenheid voor het middaggebed, de Salat.

Hanan, Soead, Naima, Latifa en Jehad dragen hoofddoeken, zijn rond de tien jaar oud en komen uit Marokko. De nieuwe school bevalt uitstekend. ""De Nederlandse school was raar, je moest er met de jongens gymen en douchen,'' zegt Hanan en haalt haar neus op. ""Je wordt er uitgescholden, ze pesten je en roepen: doe die rare doek weg, hij maakt je lelijk! Je krijgt veel straf, want de juffrouwen houden alleen van Nederlandse kinderen,'' zegt Soead. ""Ik vind het prettig om een hoofddoek te dragen, je voelt je veiliger, ze trekken je niet aan je haren. Als je je hoofddoek afdoet, sta je voor schut,'' zegt Naima. ""Het ramadan-feest is veel leuker dan sinterklaas, dat is toch nep, die man is allang dood!'' zegt Latifa. De meisjes willen graag leren en slim worden. Ze weten dat ze achter lopen op de Nederlandse kinderen en dat ze daarom harder moeten werken. ""Er wordt hier beter op de zwakkeren gelet,'' zegt Naima wijsneuzig. De kinderen krijgen godsdienstles, over de profeet en de engelen. Op de vraag wat de islam is, antwoordt Jehad heel serieus: ""Islam is de overgave aan de wil van Allah.''

Directeur Abdoellatief van Landewijk (38) heeft de wind eronder. De kinderen moeten netjes twee aan twee in de rij, geen getrek en geduw, geen geschreeuw. Ook bij het middaggebed, waarvoor de kinderen zich in lange rijen op blote voeten richting Mekka buigen, houdt hij een oogje in het zeil. De islamitische scholen vallen onder de wet op het bijzonder onderwijs. Ze zijn volledig gesubsidieerd en hebben hetzelfde vakkenpakket als het gewone lager onderwijs, uitgebreid met godsdienstles en koranstudie. Omdat de kinderen een taalachterstand hebben, staat de Nederlandse taal in het middelpunt. Er wordt op school alleen Nederlands gesproken, het Jeugdjournaal kijken is verplicht en alle kinderen hebben een moeilijke-woordenschrift. Maar alles staat in het teken van de islam, een levenswijze, die het dagelijks leven totaal moet doordringen.

""Dat blijkt uit alles, uit de manier van groeten, de hygiëneregels, de gebeden, de feestdagen. Wij werken ouderwets,'' zegt Van Landewijk. ""De school moet het verschil tussen thuis en de maatschappij verkleinen. We willen de kinderen zelfbewuster maken, zodat meisjes zich bijvoorbeeld niet schamen dat ze een hoofddoek dragen. Een kind met een hoofddoek wordt niet méér gepest dan een kind met een bril of rood haar. Het wordt pas een probleem als je er zelf mee zit. Alleen een positief zelfbeeld kan integratie bevorderen. Onze school werkt emanciperend. De kinderen zien in het gezin dat moeder thuis zit en vader naar buiten gaat. Wij leren ze dat dat geen voorschrift van de koran is. Dat leidt niet tot problemen met de ouders. Wij verkondigen geen revolutionaire ideeën, we leggen alleen uit wat er staat. Veel ouders zijn ongeletterd, ze kijken tegen de meester op. De kinderen moeten hun ouders vaak vertellen hoe het in de islam geregeld is.''

In het speelkwartier zingt Halima op het schoolplein met de andere meisjes een aangrijpend Nederlands lied over een wenend zigeunermeisje dat op een steentje zit. Het zigeunermeisje in de kring moet een kindje kiezen, maar Halima wordt door de meisjes niet uitverkoren, want ze is een donderstraal en ze heeft een vieze neus. Het lijkt haar niet te deren. Ze sjort haar rode hoofddoek recht, hijst haar broek op, grijpt mijn hand en vertrouwt me toe dat Abdoellatief de leukste meester is.

Emancipatie

In de meeste grote Nederlandse steden is de hoofddoek sinds jaar en dag niet meer uit het straatbeeld weg te denken. Steeds diverser wordt de groep moslim-vrouwen en steeds groter worden de onderlinge verschillen. Een Marokkaans meisje dat in Nederland geboren is, een gescheiden moeder van acht kinderen uit Casablanca, een Turkse vrouw die op haar veertiende is uitgehuwelijkt, een Marokkaanse die plat Zaans spreekt, een Turkse hodja die godsdienstles geeft in de moskee, een totaal geassimileerde Egyptische, een Nederlandse, die op haar zestiende moslim is geworden, ze hebben maar één ding gemeen en dat is de islam. Maar de verschillen zijn enorm.

Eind vorig jaar waren die verschillen duidelijk zichtbaar op het eerste landelijke congres over emancipatie van islamitische vrouwen, georganiseerd door de Islamitische Stichting Bevordering Integratie (ISBI) en het Nederlands Centrum Buitenlanders. Het congres ging over de verschillen tussen regionale culturen, die steeds veranderen, en de islam, die eeuwig is. Hoofddoek stond hier naast overdadige make-up en dat leidde tot enige onderhuidse spanningen. Voor de een betekent emancipatie immers het recht om ongestoord een hoofddoek te dragen, voor de ander het recht om diezelfde hoofddoek ver van zich weg te gooien. Voor de een betekent de islam alles, de ander weet niet hoe snel zij zich van zijn wortels los moet maken. Hülya en Najia zijn hiervan een prachtig voorbeeld.

Hülya (27) is geboren in Ankara. Ze kwam op haar twaalfde naar Nederland. Najia (27) komt uit een klein grensstadje in Marokko. Ook zij was twaalf toen haar vader, die bij de spoorwegen werkte, zijn zeven-koppige gezin naar Nederland haalde. Hülya en Najia zaten bij elkaar in de klas. Ze zijn nu getrouwd en hebben elkaar niet uit het oog verloren. Ze zitten naast elkaar op de bank bij Hülya thuis in Amsterdam-Noord en een groter contrast is nauwelijks denkbaar. Hülya's haar is bedekt door een beige gebloemde hoofddoek, ze draagt een wijde pofbroek en gouden kettingen op een crèmekleurige trui. Ze is mooi en ingetogen. Najia draagt een zwarte coltrui en een geklede broek, ze heeft een overdaad aan ravenzwarte krullen en opgemaakte ogen. Ze spreekt accentloos plat Zaans. Ze is mooi en modern.

""Alle jongens op school keken altijd naar Hülya,'' zegt Najia, ""maar zij zag ze niet staan. En opeens kwam ze met een hoofddoek op en ging ze in de pauze de koran lezen!'' Met Nederlandse jongens praatte Hülya nooit. ""Als je een beetje met ze omgaat, dan gaan ze meteen intiem doen. Ik vermeed het contact, ik heb een heel sterk karakter. Van de Turkse meisjes op school was ik de enige die niet rookte.'' Hülya verloofde zich op haar veertiende vrijwillig met een neef. Haar enige voorwaarde was, zegt ze, dat ze door zou mogen leren. Iedereen om haar heen vond het idioot dat ze akkoord ging, maar zij vond het heel normaal en is nog steeds gelukkig getrouwd.

In Najia's geboortestad was uithuwelijken niet gebruikelijk. Maar ook zij kan zich een leven met een Nederlander niet voorstellen. ""Nederlandse jongens zijn veels te lief, ze zetten je op een voetstuk, ze nemen heel gauw een onderdanige houding aan. Maar een Marokkaan zou ik ook niet willen. Die zijn eerst heel romantisch, maar zodra het serieuzer wordt gaan ze regels stellen met wie je wel en niet mag omgaan.'' Dus trouwde ze een Amerikaan.

Hülya is gelovig opgevoed, maar gaandeweg werd ze strenger in de leer dan haar ouders. De islam bepaalt haar hele dag. Vóór zonsopgang doet zij haar ochtendgebed, compleet met rituele wassing. Het maakt haar rustig en het is heerlijk om daarna aan je tweede slaap te beginnen. Naast de koran en de geschiedenis van de islam leest ze Turkse romans. ""Nederlandse romans heb ik op school wel gelezen, maar ik vind er niets aan. Ik begrijp de humor er wel van, maar Harry Mulisch is niet mijn cultuur. Nederlanders hebben moeite met ons, zij veranderen heel snel. Maar ik ben net als mijn grootmoeder, in bepaalde dingen ben ik traditioneler dan mijn ouders. Dat komt omdat ik meer van de islam weet dan zij. Toch voel ik me hier op mijn gemak. Turkije is veel onverdraagzamer dan Nederland. Omdat het geloof gescheiden is van de staat, mocht je tot voor kort op Turkse universiteiten geen hoofddoek dragen.''

IJsmuts

Hoewel Najia's ouders niet streng gelovig zijn, heeft ze menige ruzie met haar vader moeten uitvechten. Als laatste redmiddel greep hij meestal in wanhoop naar de koran, maar het mocht niet baten. ""Toen mijn vader zag hoe snel ik verwesterde, werd hij opeens strenger. Ik moest ook een hoofddoek gaan dragen. Ik zei: mag het ook een ijsmuts zijn?'' Hoewel iedereen uit Najia's grote familie goed terecht is gekomen - iedereen heeft werk, niemand is het criminele pad opgegaan - ziet ze om zich heen hoe de gespletenheid bij velen leidt tot psychosomatische klachten. ""Ik kreeg last van gevoelloosheid en pijn in mijn linkerarm en later ontdekte ik dat dat een veel voorkomende klacht is. Bij mij had het alles te maken met mijn man. Dat ik trouwde met een niet-Marokkaan ging tegen alle regels in. Door te kiezen voor mijn gevoel kwetste ik mijn familie. Daar kreeg ik enorme schuldgevoelens van.''

Hülya kent het ook, schuldgevoel, maar zij pakte de bestrijding op school al radicaal anders aan. ""Ik zei tegen mezelf: ik kan geen Nederlander worden, dus moet ik Turkser, meer moslim worden. Ik zocht en vond het antwoord op alle vragen in de koran. Trouwens, je mag best met een Amerikaan trouwen, als hij maar moslim wordt!'' Nu protesteert Najia. ""Daar gaat het toch niet om. Ik volgde gewoon mijn hart, dan ga ik hem toch niet vragen om moslim te worden? Dat heeft er niets mee te maken!''

Voor Hülya zijn de dingen veel eenvoudiger. Ze voelt zich maar over één ding schuldig: dat ze niet vaker de koran leest. Haar vader zegt weleens: overdrijf je niet een beetje, maar dat komt, zegt Hülya, omdat hij de koran niet kent.

Najia gaat niet veel met Marokkanen om. Ze letten te veel op elkaar. ""Jij wordt hier beter geaccepteerd dan ik,'' zegt Hülya, die voornamelijk Turken ziet. ""Ja, jij wordt op een afstand gehouden omdat je een hoofddoek draagt.'' ""Mensen reageren vooral heel raar als ik met hoofddoek om achter het stuur zit. Soms schelden ze me uit. Als ze me dingen vragen, kan ik het gewoon uitleggen. Iemand vroeg me eens op de markt: jullie hebben zulk mooi haar, waarom hebben jullie dan een hoofddoek om? Ik antwoordde: omdat we zulk mooi haar hebben.''

De houding tegenover buitenlanders wordt er niet beter op, daarover zijn Hülya en Najia het eens. Najia beschouwt het meer als een algemene verruwing van zeden. ""De mensen worden steeds onbeleefder tegen elkaar, ze zijn intolerant, helpen elkaar niet meer. Amsterdam is ruwer dan Rotterdam. Ik voel me de laatste tijd minder op mijn gemak. Voor het eerst merk je dat je in winkels met tegenzin geholpen wordt. Mensen gaan je als buitenlander bekijken. Dat heeft te maken met de spanningen in Europa.''

Tot ze trouwde werkte Najia (""ze was altijd al een beetje jongensachtig,'' lacht Hülya) bij de politie. Mensen helpen vindt ze het leukste dat er is. Nu hebben beiden hun hoop gevestigd op de oosterse markt, die dit najaar aan de Amsterdamse IJ-oever moet worden geopend. Het diploma "ambulante handel' hebben ze al op zak. Hülya heeft inmiddels ook een middenstandsdiploma en het diploma AGF (Aardappels, groente, fruit), waarvoor ze 32 soorten aardappels uit het hoofd moest kennen. Als ze wil kan ze nu een groentezaak beginnen. Maar toen ze over de sociale academie begon, werd het haar man te gortig. Dan heb je een hogere opleiding dan ik, zei hij grappenderwijs, waarop zij antwoordde: dat heb ik al!

Hülya's twee kinderen (6 en 5 jaar) komen uit school. Ze zijn beeldschoon en afgezien van hun pikzwarte haar zien ze er uit als Nederlandse kinderen. ""Mijn dochter is net als ik,'' zegt Hülya. ""Ze zegt niks en iedereen voelt zich tot haar aangetrokken. Ik begrijp haar niet. Soms kijkt ze me aan en zegt: die kleren passen niet bij elkaar.''

Groei

De moslimgemeenschap in Nederland groeit snel. In 1960 telde zij 1400 leden, nu zijn het er 450.000; 46 procent is Turks, 38 procent Marokkaans. Zo'n achtduizend moslims zijn van Nederlandse afkomst. De Nederlandse Sajidah Abdus Sattar is lid van de Nederlandse Moslimraad, de onlangs opgerichte progressieve concurrent van de Islamitische Raad Nederland, die nog sterke politieke banden heeft met de thuislanden. Ze werd op haar zestiende moslim, trouwde later met een islamitische man en is adviseur van de Islamitische Stichting Bevordering Integratie. Ze schreef onder andere een boek over de positie van de vrouw in de islam, waarin ze aan de hand van koranteksten uitlegt dat de islam vrouwen en mannen veertien eeuwen geleden al een gelijke positie heeft gegeven. Helaas heeft de "mannelijke' interpretatie van de koran van die gelijkheid niet veel overgelaten, maar dat moet volgens Abdus Sattar op het conto van hardnekkige tradities worden geschreven.

Abdus Sattar maakt zich erg kwaad over de negatieve houding jegens moslims in Nederland, die ook voortdurend in de kranten doorklinkt. De wereld is inmiddels zo ver dat je joden en negers niet meer mag discrimineren, maar tegen de islam mag iedereen straffeloos aantrappen. Daarbij maakt men steeds de fout godsdienst en traditie door elkaar te halen. De Moslimraad is begonnen met een onderzoek naar anti-islamitische uitlatingen. Voor VVD-leider Frits Bolkestein heeft Abdus Sattar geen goed woord over. ""Ik vind Bolkestein een opportunist. Hij gooit er een aantal slogans uit, maar weet absoluut niet waarover hij het heeft. Hij stapt overal met zijn Hollandse klompen doorheen. Vrouwenbesnijdenis is nergens in de islam terug te vinden. En polygamie, dat overigens aan strenge voorwaarden is gebonden, was oorspronkelijk bedoeld om vrouwen rechtsbescherming te geven. Het komt trouwens nauwelijks meer voor. Zolang moslims geen wetten overtreden en een ander geen kwaad doen, moeten ze gewoon zichzelf kunnen zijn.''

In Nederland wordt het beeld van de moslim bepaald door de "eenzijdige selectie', die gemaakt is bij het werven van gastarbeiders. ""De moslims in Nederland komen bijna zonder uitzondering uit de onderste laag van de thuismaatschappij. In Engeland vind je moslims in alle lagen van de bevolking, advocaten, artsen, succesvolle zakenlui. Dat geeft een heel ander beeld van de islam. De Engelsen hebben ondanks hun koloniale verleden toch een gedifferentieerder houding ten opzichte van moslims.''

Abdus Sattar is jarenlang als een Turkse behandeld omdat ze op straat een hoofddoek droeg. ""Ik kan je verzekeren dat dat niet zo fraai is. Ik begon het al gewoon te vinden. Toen ik ouder werd en mijn grijze haren niet meer hoefde te verbergen, heb ik hem weer afgedaan en toen viel me opeens op hoe aardig de mensen deden! Ze hielden de deur voor me open! Moslimvrouwen zitten met hele andere dingen dan Nederlanders denken. Ze tobben niet dag en nacht dat ze door hun man worden onderdrukt. Natuurlijk komt het voor dat hun echtgenoot ze dingen verbiedt, maar het allerbelangrijkste voor hen is dat ze in Nederland niet geaccepteerd worden en daarom in de verdediging gaan. Als een man zijn vrouw slaat, wil dat niet zeggen dat die vrouw dat ervaart als een gevolg van de islam. Het zijn uitzonderingssituaties, die door de eigen gemeenschap als verontrustend worden beschouwd, maar in de pers gebruikt men dit voortdurend om de islam als onderdrukkend en verstikkend af te schilderen. Bedenk wel dat dit ontheemde gezinnen zijn, je kunt ze niet met Nederlandse gezinnen vergelijken.''

De Nederlandse Moslimraad heeft integratie hoog in het vaandel staan. Volgens Abdus Sattar moeten de banden met de thuislanden, die jarenlang heel sterk zijn geweest omdat iedereen ervan uitging dat het verblijf in Nederland tijdelijk was, zo snel mogelijk worden verbroken. Het is niet goed dat imams, bij gebrek aan een opleiding in Nederland, nog grotendeels uit het moederland komen. Islamitische scholen vindt ze alleen acceptabel als ze op hoog niveau staan. ""Een snelle groei van die scholen juich ik niet toe. Als ze slecht zijn overspoelen ze kinderen met regeltjes waar ze in de maatschappij niks mee kunnen. De islam heeft veel meer regels voor het dagelijks leven dan het christendom. Het westerse denken verdeelt alles in het sacrale en profane, maar het leven is één.''

Welkom

In een saai rijtjeshuis in een saaie Tilburgse straat achter ondoorzichtige vitrages woont Amina met haar kinderen. De woonkamer verraadt haar geschiedenis. Naast een hoge Marokkaanse ligbank staan diepe Brabantse eikenhouten leunstoelen, in een Hollands wandmeubel pronkt een koperen theeservies, aan het Hollandse behangetje prijken Arabische koranspreuken. Amina spreekt uitstekend Nederlands en draagt een corduroybroek. Maar als ze de deur heeft opengedaan voor de verzekeringsagent, keert ze plotseling terug met een hoofddoek om.

Amina werd op 17-jarige leeftijd uitgehuwelijkt aan een jongen van 24. Zij woonde in Casablanca en hij in Eindhoven en ze hadden elkaar nog nooit gezien. Ze vond het doodnormaal. Een jaar na het huwelijk haalde hij haar naar Eindhoven, waar ze met open armen werd ontvangen. Dat was vijfentwintig jaar geleden. ""Ik was de eerste Marokkaanse vrouw in Eindhoven. Buitenlanders waren toen heel welkom.'' De eerste domper op de feestvreugde: haar man had verzwegen dat hij geen huis had, maar een piepklein kamertje in een vrijgezellenpension. Opgevoed met het idee dat een zedige vrouw zich verre dient te houden van ongebonden jongens, durfde Amina vier maanden lang geen stap in de gang te zetten. Ze deed 's ochtends de deur achter haar man op slot en ging pas weer naar de wc of naar de keuken als hij thuiskwam van zijn werk. En maar huilen.

""Ik was bang voor jongens. Je broers zijn de baas in huis. Ze hoeven niets te zeggen, ze kijken naar je en je weet al wat je moet doen. Toen mijn vader stierf, heeft mijn oudste broer me van school gehaald. Hij wilde niet dat ik met mijn tijd mee ging. Dat neem ik hem nog steeds kwalijk. Ik kom uit een heel traditioneel gezin. Fietsen mocht ik niet, of broeken dragen. Toch heb ik in mijn herinnering een plezierige jeugd gehad met veel liefde, ook van mijn broers. Als je maar luisterde!''

In Nederland veranderde alles, want Amina's man wilde modern leven. De hoofddoek ging af, ze mocht mee naar het café en naar de bioscoop. Ze bad niet meer. Er waren te veel nieuwe indrukken. Voor haar familie verzweeg ze dat ze ging werken, bij Philip Morris, bij Bata, bij een schoonmaakbedrijf. Ze zette een internationaal kinderdagverblijf op. Toen kreeg ze astma en belandde ze in de WAO. En ondertussen kwamen de kinderen. Amina is nu 42 en ze heeft er acht. Zeven jongens en een meisje, de oudste is 23, de jongste 3 jaar.

Vijfentwintig jaar geleden verdiende Amina's man vijftig gulden in de week, daar konden ze makkelijk van rondkomen. ""We hadden een auto, we gingen uit, het was een luxe tijd, veel beter dan in Marokko.'' Op zijn 38ste werd haar man afgekeurd op een voetbalknie, ook hij kwam in de WAO terecht. Ze besloten terug te gaan naar Marokko, met behoud van uitkering en kinderbijslag. Toen begonnen de problemen. ""Hier vond mijn man alles goed, maar daar schakelde hij opeens om. Hij wilde niet onderdoen voor zijn vrienden. Ik mocht niks meer, geen auto rijden, niet meer alleen de straat op. We hadden een groot huis in Casablanca. Er waren veel leuke dingen, mijn familie, de moskee, maar van hem begreep ik niks meer. Hj was de modernste van ons twee, hj heeft me uit de traditie gehaald en nu moest ik opeens weer alles terugdraaien. Hij werd agressiever, strenger tegen de kinderen. Hij heeft me veel pijn gedaan.'' Na ruzie over de kinderbijslag, die hij opsoupeerde door een paar keer per jaar naar Nederland te gaan, besloot het gezin na acht jaar terug te keren. Maar goed kwam het niet meer.

Ze gingen in Tilburg wonen. Amina's man deed inmiddels alles wat God verboden heeft: hij rookte, dronk, vergat zijn gebeden en verwaarloosde de ramadan. Hij had een Nederlandse vriendin en sloeg zijn vrouw. Toen zij de politie belde, kreeg ze te horen dat ze geen woonvergunning had. ""Dat had ik van de politie niet verwacht! Dat een stukje papier belangrijker is dan een blauw oog!'' Gelukkig trof ze het met haar Nederlandse buurvrouw. Die gaf haar de sleutel van haar huis en zei: als je problemen hebt, kun je dag en nacht hier terecht. Amina is nu gescheiden. In Marokko is dat een grote schande. Haar man betaalt haar geen cent en met haar acht kinderen moet ze van ƒ 1500,- in de maand rondkomen.

Voor Amina is de islam van levensbelang. Over de koran wil ze geen kwaad woord horen. ""De koran heeft vrouwen juist gelijke rechten gegeven. Dat je je vrouw mag slaan staat niet in de koran, het zijn de Marokkaanse tradities, die niet deugen.'' Polygamie is in Marokko niet meer gebruikelijk. Haar oudste broer heeft nog twee vrouwen. Amina heeft er wel begrip voor. ""Het is beter dan dat hij het buiten de deur doet. Kijk, als een vrouw acht kinderen heeft en je de hele dag moet rennen, terwijl hj rustig op de bank zit, dan ben jj 's avonds doodop, terwijl hij nog boordevol energie zit. Dan moet je hem zeker ook in bed nog terwille zijn!''

Nee, een man hoeft ze niet meer, Amina leeft voor haar kinderen. Ze probeert ze gelovig op te voeden en dat is moeilijk genoeg met zo'n vader als voorbeeld. De oudste zoon is 23 en wil niet werken. Hij leeft van een uitkering en woont op kamers. ""Ik ben bang voor het crimineel circuit, hij is al met de politie in aanraking geweest, meestal voor vechtpartijen. Hij voelt zich gediscrimineerd.'' Met haar tweede zoon dreigde het ook mis te gaan. Door alle ruzies liep hij van huis weg toen hij 16 was. Het JAC heeft hem vier maanden verborgen gehouden. ""Ze geven de kinderen meteen gelijk en laten de ouders in de kou staan. Hij was bang voor zijn vader, maar ze hadden mij moeten vertellen waar hij zat. Ik heb vier maanden in de zenuwen gezeten, toen belde hij. Hij is veranderd, hij ging niet meer naar school, terwijl hij heel goed kon leren. Nu zit hij in militaire dienst. Daar gaat het prima, hij komt in de weekends thuis. Na dienst wil hij terugkomen, maar ik kan hem niet meer aan. Hij is nerveus, vlug kwaad, hij speelt de baas, blijft eindeloos in zijn bed liggen. Hij is helemaal in de war.''

Haar derde zoon is nu 18, met hem gaat het goed op school. Hij wil iets met toerisme gaan doen. Laatst had hij verkering met een Nederlands meisje, maar haar vader was ertegen. ""Hij vond het heel erg, hij zegt: ik bèn geen buitenlander. Ik zei tegen hem: ja, maar je bent geen blanke! De houding tegenover buitenlanders is heel erg veranderd. Vroeger waren wij welkom, nu denk je: uitkijken! Vroeger had je geen buitenlandersstichtingen, maar toen voelden we ons thuis. Nu praat iedereen over de islam, maar we voelen ons stukken beroerder. Wij kunnen het niet helpen dat Marokkaanse jongens zo'n slechte naam hebben. Maar als je problemen thuis hebt, kun je je kinderen niet alle aandacht geven. Dan kunnen ze hun verhaal niet kwijt. Ik heb vaak zitten denken: als ik alles van te voren had geweten, was ik daar gebleven. Het was armoe, maar hier ben je alle menselijke warmte kwijt. Terug kan ik niet, want de oudsten willen niet mee en die kan ik hier niet met een gerust hart achterlaten.''

Godsdienstjuf

In buurthuis De Rietwijker is de naailes in volle gang. Buitenlandse vrouwen zwoegen achter de naaimachine, kinderen kruipen over de grond. Gülderen (24) kwam tweeëneenhalf jaar geleden uit het Turkse Konya naar Nederland. Haar man heeft hier een goedlopende slagerij. Op maandag en dinsdag volgt ze de naaicursus, op woensdag en zaterdag geeft ze koranles in de moskee.

Gülderen is hodja, godsdienstjuf, want ze heeft in Turkije zeven jaar op de imam hatib gezeten, de middelbare school met speciale nadruk op godsdienstige vakken. Ze durft in Nederland niet alleen de straat op, ze is bang voor gekken of dronkelappen, maar toch voelt ze zich hier beter thuis dan in Turkije. ""Met Nederlanders omgaan is veel makkelijker,'' zegt ze via een tolk, ""je bent veel vrijer. Juist in de Turkse gemeenschap moet je voortdurend oppassen wat je doet en wat je zegt. In Turkije mocht ik op school geen hoofddoek dragen, hier zegt niemand er wat van.'' Bekeren doet de islam niet, maar door haar levenswijze hoopt Gülderen wel het goede voorbeeld te geven. Ze kan het goed vinden met haar Nederlandse buren. Dat zijn oude en eenzame mensen, die vinden zo'n Turks gezin wel gezellig.

Volgens de koran zijn man en vrouw gelijk, zegt Gülderen, al is de vrouw dan als rib uit de man genomen. Ze ziet dan ook wel degelijk verschillen. Vrouwen zijn vriendelijker, kunnen minder snel beslissingen nemen, mannen zijn de baas en zij voelt zich daar prettig bij. Maar ze laat niet over zich lopen. Onenigheid in het gezin gaat meestal over jaloezie. De slager heeft het druk en 's avonds heeft hij weinig tijd en aandacht voor Gülderen. Hij doet een schriftelijke cursus economie en handelswetenschappen. Naar het café gaat hij niet, want hij is een godvruchtig man.

Veel vertier heeft Gülderen niet. Aan de bioscoop heeft ze geen behoefte. De tv gaat uit wanneer er bloot in beeld verschijnt. Soms danst ze met haar man, maar alleen als niemand het ziet. Ze mag graag recepten uitproberen, Turkse romans lezen, muziek draaien en dansen met andere vrouwen. Maar gesprekken voeren over de koran, zingen in de moskee, filosoferen over je eigen gedrag, dat doet ze eigenlijk het liefst. ""Ik praat met jou omdat ik wil dat de mensen beseffen dat wij niet dom en onwetend zijn. Wetenschap en studie is belangrijk, ook voor vrouwen. De koran is onze handleiding in het leven. Alles wat we doen in dit leven wordt ergens genoteerd en vormt een examen voor het hiernamaals.''