Gekroond terugdenken aan weken lang leren hoesten als een koning

Voorstelling: Gewoon ingewikkeld van Thomas Bernhard door Stan. Vertaling en bewerking: Jolente de Keersmaeker, Damiaan de Schrijver, Julien Schoenaerts; spel: Julien Schoenaerts. Gezien: 10/2 Toneelschuur Haarlem. Tournee in België.

De oude acteur in Gewoon ingewikkeld van Thomas Bernhard is een eenzaam en teleurgesteld mens, net als Bruscon, die andere acteur die Bernhard portretteerde in De theatermaker. De twee mannen zijn aan elkaar gewaagd. Ze hebben in hun leven veel grote rollen gespeeld en ze waren beroemd. Die tijd is nu voorbij. Bruscon treedt nog wel op, maar altijd in achterafzaaltjes in de provincie. De acteur in Gewoon ingewikkeld heeft zelfs definitief een punt achter zijn carrière gezet. Hij is dan ook 82.

Toch blijkt hij in de voorstelling van toneelgroep Stan niet helemaal uitgespeeld te zijn. Voor het podium hangt een smal maar weelderig gedrapeerd toneeldoek. De 82-jarige ex-acteur hijst zelf het gordijn op. We zien zijn kamer: een tafel, een stoel en daarnaast op de grond een emmer, een po, een fles vruchtensap en een hoedendoos. Aan de vleeshaken erboven hangen brood, kaas en worst. De man loopt heel huiselijk op pantoffels. Alleen zijn gezicht valt uit de toon: dat is wit geschminkt met zwart omlijnde ogen. Hij speelt, waarschijnlijk voor het laatst, een rol: die over zijn eigen leven.

Thomas Bernhard schreef Gewoon ingewikkeld in 1985 ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van de beroemde Duitse toneelspeler Bernhard Minetti. Een paar jaar geleden heeft Minetti de monoloog hier tijdens het Holland Festival voorgelezen. Nu, in de enscenering van Jolente de Keersmaeker en Damiaan de Schrijver bij Stan, speelt Julien Schoenaerts de rol van de bejaarde acteur. Met zijn trage bewegingen, zijn beverige handen en slepende dictie lijkt Schoenaerts zich volkomen te vereenzelvigen met zijn personage.

Het feit dat hij een paar keer gesouffleerd moet worden door Damiaan de Schrijver die achter op het toneel steeds zichtbaar op een stoel zit met een tekstboek op schoot, of het feit dat hijzelf af en toe in het script kijkt en regieaanwijzingen opleest doet daar niet aan af. Het versterkt zelfs het idee dat hier een acteur staat die zijn laatste rol doorneemt.

Uit zijn deels tegen zichzelf, deels tegen het publiek gerichte verhaal blijkt dat hij een teruggetrokken leven leidt en niemand meer ziet behalve zijn nichtje dat twee keer per week melk komt brengen. Tegen beter weten in noemt hij zichzelf een genie en ter herinnering aan zijn gloriejaren in het theater bewaart hij in de hoedendoos de kroon uit Richard III die hij kreeg toen hij zeventig werd. Hij zet de kroon op, een grapje dat hij zich elke tweede dinsdag van de maand veroorlooft. Dan denkt hij terug aan de tijd dat hij zijn koningsrol instudeerde: “Acht weken lang leren hoe een koning hoest.”

Net als Bruscon haat deze man zijn vak. Tegelijkertijd zijn ze beiden geobsedeerd door toneelspelen en kunnen ze eigenlijk niet zonder. Die ambivalente gevoelens weet Julien Schoenaerts meesterlijk uit te drukken. Zijn toon is cynisch en spottend, maar ook melancholiek en vriendelijk. Moeilijk te zeggen waar ik meer van heb genoten: van de momenten waarop hijzelf zuurzoet lacht om zijn eigen genadeloze opmerkingen, of van de momenten waarop hij ontroert door zijn naïeve, kinderlijke openhartigheid.