FERRARI

Mag het een Ferrari zijn? door Rob de la Rive Box 143 blz., geïll., Elmar 1992, f 29,50 ISBN 90 6120 955 2

"Voor vele, meestal Engelse automobilisten geldt de Rolls Royce als de beste auto die er bestaat. Ik heb alleen maar met oude en heel oude Rolls te maken gehad en mijn mening is dat ze net zo onbetrouwbaar zijn als alle andere wagens uit de jaren twintig en dertig.' Het klinkt in de oren van de bescheiden liefhebber nogal achteloos en dat is het ook. Rob de la Rive Box, tot 1980 handelaar in klassieke auto's maakt zich in Mag het een Ferrari zijn? niet bepaald druk over het feit dat hij nu tientallen malen miljonair had kunnen zijn als hij zijn raspaardjes gehouden had tot een jaar of twee geleden. De stoet van oude schoonheden die door zijn handen is gegaan, stemt de lezer nu tot verbijstering. Waar nu op veilingen en beurzen tonnen zo niet miljoenen voor worden betaald, kon hij in de twintig jaar dat hij in Zwitserland in oldtimers handelde soms geen zonderling voor interesseren.

Tegenwoordig is het aantal beurzen en veilingen van oude auto's nog nauwelijks bij te houden. Hoewel de woekerprijzen van eind jaren tachtig, begin negentig niet meer aan de orde van de dag zijn, taant het fanatisme waarmee oude auto's van stof en roest worden ontdaan geenszins. Neem de Techno Classica, die eind deze maand in Essen wordt gehouden. In veertien hallen, die bij elkaar 80.000 vierkante meters omvatten, presenteren alleen al 120 oldtimerclubs hun auto's. Vorig jaar werd de beurs door meer dan 100.000 mensen bezocht. De organisatie schat dat er jaarlijks wereldwijd voor 1,4 miljard wordt omgezet in klassieke auto's. Vooral de klassen tussen 10.000 en 150.000 gulden is buitengewoon populair. Het wegvallen van de Europese grenzen, waardoor geen BTW en BVP meer behoeft te worden betaald op auto's die ouder dan acht jaar en vier maanden zijn, zal die handel alleen nog maar verder aanwakkeren.

Het is een fenomeen dat pas de laatste vijf jaar tot volle wasdom lijkt te komen, hoewel Nederlanders al heel lang geleden allerhande ouwetjes over de grens sleepten. Maar De la Rive Box mag toch we als pionier worden gezien. Begin jaren zestig vestigde hij zich in Zwitserland en nam zich voor een Bugatti te kopen. Via de reguliere handel was dat te duur, dus hij trok naar het voor de oorlog zo rijke en nadien zo arme Tsjechoslowakije. Via de Tsjechische ambassade in Bern werden hem er in eerste instantie zes exemplaren aangeboden. Hij dacht er vijf van door te verkopen, zodat hij van de winst die ene gratis had. De transacties liepen via het staatsbedrijf Tusex en voor hij het wist was hij medefirmant van Classic Cars Ltd en zou nog twintig jaar in de business blijven.

Mag het een Ferrari zijn? is misschien bedoeld als memoires, maar het is vooral een foto-album geworden, voorzien van commentaar en anekdotes. Gemakshalve heeft de auteur de merken maar alfabetisch gerangschikt en niet naar chronologie van de aankoop. De reeks wordt er niet minder indrukwekkend op. Zeldzame Alfa Romeo's, Aston Martins, Bentley's (""Na er een trekhaak aangelast te hebben, deed de auto een tijd lang goede diensten als sleepauto'), BMW's, Bugatti's, Cadillacs en Cistalia's, er komt geen eind aan. En dat alles zonder het stootvaste respect van de bewonderaars van nu.

Over de Cord bijvoorbeeld, een tegenwoordig onbetaalbare Amerikaan, schrijft De la Rive Box: ""In 1928 bouwde Errett Lobban Cord, toen eigenaar van Auburn en Duessenberg, de eerste auto die zijn naam droeg. Het was de eerste Amerikaanse produktie-wagen met voorwielaandrijving en hoewel de Cord L 29 meer fouten had dan een hond vlooien, behoorde hij in 1965 al tot de verzamelstukken.'

De Ferrari's die hij heeft gehad, beslaan ongeveer een derde van het boek en het valt op geen tien miljoen na te becijferen hoeveel hij daar vandaag de dag voor gekregen zou hebben. Dat wil niet zeggen dat De la Rive Box droog brood moest eten, zo veel valt wel op te maken uit de schaarse teksten: ""Nadat ik in Engeland een Maserati had afgeleverd kocht ik een MG TA van 1936 om mee naar huis te rijden. Na honderd kilometer besloot ik een omweg te maken, de wagen in Holland te verkopen en van Schiphol naar huis te vliegen, wat ik ook heb gedaan. De MG TA was misschien geen slechte auto maar niet iets om twee dagen achter elkaar in te rijden.'