ENGELSE EXCESSEN

Edgehill and Beyond. The People's War in the South Midlands 1642-1645 door Philip Tennant 305 blz., geïll., Alan Sutton 1992, f 61,70 ISBN 0 7509 0049 0

The Civil War in the Midlands 1642-1651 door Roy Sherwood 208 blz., geïll., Alan Sutton 1992, f 34,35 ISBN 0 7509 0167 5

De Engelse Burgeroorlog geldt als een schone oorlog. Doorgaans wordt de militaire strijd tussen koning en parlement beschreven als een opeenvolging van grote campagnes. De gewone bevolking zou weinig onder het oorlogsgeweld geleden hebben. Tekenend voor deze interpretatie is de vaak verhaalde anekdote over de boerenjongen op het veld van Marston Moor, die stomverbaasd was over de twee grote legers die hem stoorden bij zijn werk.

In een zeer gedetailleerd onderzoek probeert Philip Tennant aan te tonen dat de burgeroorlog wel degelijk diep ingreep in het leven van tal van gewone mensen. Hij onderzocht de invloed van de oorlog op het gebied tussen Oxford en Birmingham, de overgang tussen het economisch hoger ontwikkelde zuid-oosten van Engeland, dat in overgrote meerderheid voor het Parlement gekozen had, en het noorden en westen, dat koningsgezind was. Voor beide partijen belangrijke wegen die het gebied doorkruisten en de keus van de koning voor Oxford als hoofdkwartier betekenden dat de South Midlands gedurende de hele burgeroorlog op grote schaal militaire aktiviteit meemaakten.

Tennant weet in zijn Edgehill and Beyond inderdaad aannemelijk te maken dat dat voor de burgers niet aangenaam was. De Midlands waren politiek zeer verdeeld, en vrijwel de hele hoge en lage adel werd gedwongen voor de ene of de andere partij te kiezen. Er ontstond een lappendeken van versterkte plaatsen met kleine garnizoenen, die elkaar met plotselinge overvallen bestreden. Tal van landhuizen werden geplunderd, verbrand of geconfisqueerd.

Men zou kunnen betogen (Tennant doet dat overigens niet) dat een politieke elite tijdens een burgeroorlog een dergelijk lot kan verwachten. Het is niets anders dan de keerzijde van haar gebruikelijke privileges en de heerschappij over het eigen lot die ze in normale tijden uitoefent. Zoiets geldt niet voor de gewone boerenbevolking. Die leed onder de verstoring van handel en verkeer, en onder de oorlogsbelasting die de partijen aan de gebieden onder hun gezag oplegden. In de Midlands was de grens vaak niet duidelijk, zodat dorpen aan beide partijen belasting moesten betalen. Het ongelukkige Milcote, op de grens van Gloucestershire en Warwickshire, werd zelfs aangeslagen door twee parlementaire en twee koninklijke belastinggaarders.

Erger was de inkwartiering van troepen, die voorzien moesten worden van eten, drinken en van gras en hooi voor de paarden. Dat trof grote groepen mensen. Zelfs de relatief kleine legers van de Engelse burgeroorlog - zelden groter dan zo'n twintigduizend man - waaierden wanneer ze optrokken over een breed front uit. Inkwartiering ging vaak gepaard met diefstal en afpersing. Soms leidde het tot ziekten en epidemieën.

Toch bleef het gebruik van geweld tegen de burgerbevolking beperkt. De plundering van Birmingham door prins Rupert in 1643, en van Leicester in 1645 door de koning, waren voor de bewoners zeer onaangenaam, maar toch van een andere schaal dan de massale moordpartijen die elders wel voorkwamen, zoals bijvoorbeeld tijdens de Nederlandse opstand bij de inname van Mechelen, Naarden en Zutphen. Het gebruik van geweld tegen de boerenbevolking is al helemaal niet te vergelijken met wat in deze zelfde jaren in Duitsland tijdens de Dertigjarige Oorlog gebruikelijk was.

Waarschijnlijk was dit het gevolg van het feit dat het grotendeels een oorlog tussen landgenoten betrof. Het is opvallend dat juist buitenlanders, zoals Hans Behr en Prins Rupert, die het oorlogshandwerk in Duitsland geleerd hadden, vaak verantwoordelijk gehouden worden voor wreedheden. Omgekeerd gaven de Engelse soldaten vreemden geen genade. Bij het beleg van Beoley House joegen de belegeraars enkele tientallen Ierse verdedigers zonder meer over de kling. Het is een voorloper van de gruwelen die de legers van het Parlement in de jaren 1650 in Ierland zouden begaan.

Maar in Engeland bleven de excessen doorgaans beperkt tot het stelen van paarden of het afdwingen van voedsel en drank. Het is juist de geduldige opeenstapeling van dergelijke details door Tennant die zijn stelling dat de burgeroorlog voor de grote meerderheid van de bevolking een buitengewoon traumatiserende gebeurtenis was ongeloofwaardig maakt. Roy Sherwoods The Civil War in the Midlands, dat in een korter bestek een iets groter gebied en een langere periode behandelt, biedt een veel uitgewogener beeld. Zijn werk, een heruitgave uit 1974, behandelt niet alleen de gevolgen voor de bevolking, maar zet ook de manier waarop de Midlands voor oorlog georganiseerd werden helder uiteen. Het is de betere koop.