EEN LUSTHOF VOOR INEZ; Jury Sarah Hart en Lien Heyting

"Je zou deze onbekende mensen toch graag blij willen zien in hun tuintje!' Dit citaat geeft de geest weer van vele inzenders op de Buitenlustprijsvraag van dit jaar.

Tot onze volledige verrassing hebben niet minder dan bijna 450 mensen zich grote inspanning getroost om voor een onbekend echtpaar een tuin te ontwerpen waar zij gelukkig mee zullen zijn. Dit geeft ons het wat beklemmende gevoel dat deze prijsvraag, immers bedoeld als een informeel onderonsje voor amateur-tuiniers, aan haar opzet is ontgroeid - de prijzen staan in aantal en in hoogte eigenlijk niet meer in verhouding tot de omvang en de kwaliteit van de respons. Met zoveel talentvolle ontwerpen gedoemd onbekroond en ongenoemd te blijven werd het jureren niet alleen een zware maar ook een bezwarende opgave; vandaar dat wij er een week langer over hebben gedaan.

Zo is het welzijn van baby Inez uitgegroeid tot een nationale preoccupatie; haar tuin werd gevuld met zandbakken, konijnehokken, vogelbadjes en vlinderstruiken; ze kon ronddwalen en de vrucht des wijnstoks plukken, en die van de aardbeiplant en de braam. Als haar dat vermoeide kon zij rondjes rijden langs paden nauwkeurig berekend op driewielerbreedte terwijl haar kleertjes te drogen hingen op de wasmolen en haar moeder haar in de gaten kon houden waar zij ook stond - of zij beschikte integendeel juist over een kleine geheime tuin waar zij kon spelen zonder gezien te worden.

Zo Inez al niet werd beschouwd als iemand die problemen kon hebben met de buren en die onbezorgd kon ravotten onder hun ramen, haar ouders daarentegen werden soms verondersteld op openlijke voet van oorlog met hen te staan: zoniet voordat de tuin werd aangelegd, dan wel tenminste daarna. Hoe wenselijk het ook mag zijn zich te beschermen tegen indiscrete blikken, het kan moeilijk door de beugel om dan maar vlak voor iemands keukenraam een het licht onderscheppende schutting of afscherming te plaatsen. Na eenmaal de gedachte van zo'n afscherming (soms een pergola, al of niet met tralies) toegelaten te hebben en inziend dat het toch wel wat te dicht bij het raam stond, schoven velen het verder de tuin in, zonder zich verder te bekommeren om het sinistere niemandsland dat er achter ontstond.

Een andere mogelijkheid was het "levende' scherm, in de meeste gevallen een tweeëneenhalf meter hoge bamboeheg (Arundinaria misanthropica) vlak onder dat raam. Nu is bamboe ontegenzeggelijk mooi en ontegenzeggelijk groenblijvend, maar het is - ik heb het nog eens in onze eigen tuin gecheckt - bepaald ondoorzichtig. Zoiets kan nog als het je eigen raam is, maar de jury besliste dat het een te groot beroep op de verdraagzaamheid van de buren zou zijn hun het licht zo radicaal te ontnemen. Een andere overweging, die ook door een aantal inzenders werd genoemd, is dat je, wat je ook onderneemt, toch zichtbaar blijft voor de bovenburen.

Ook het plaatsen van een vijver of zandbak voor buurmans deur leek ons niet erg sportief; een compostvat in de hoek ernaast, dat kon er nog net mee door. Intussen was het verbazend te zien hoe weinig mensen in dit ecologische tijdsgewricht een compostvoorziening incalculeerden, hoewel er wel een paar waren die ruimte openhielden voor een vuilnisbak. Het probleem van het recht van overpad voor de buren werd in veel gevallen ingenieus opgelost door een pad door de achterzijde van de tuin of in sommige gevallen recht naar het tuinhek te projecteren. In enkele gevallen was ook dit pad nogal buuronvriendelijk, bijvoorbeeld door hen te dwingen in een woud van torenhoge struiken van de ene steen op de andere te springen, of zich door een uitzonderlijk nauw kronkelpaadje te moeten worstelen als in een doolhof.

Het eigen pad van de bewoners naar de achterdeur was soms ook flink ingewikkeld; sommige trajecten waren met een kind, een wandelwagen en een tas boodschappen vrijwel onbegaanbaar. Een geringe verhoging van de bloembedden leek ons toelaatbaar maar niet een hele cascade van niveauverschillen, zoals het ook niet verstandig leek om in een ruimte die toch al iets van een vochtige kelder heeft ook nog een verzonken terras te maken. Veel inzenders schreven lyrisch over "speelse effecten' maar in niet weinig gevallen leken dat voornamelijk voorwendsels om de bamboe tot nog misantropischer hoogten te verheffen.

De afmetingen van de tuin waren een groot probleem: 7.30 bij 6.00 meter is echt heel klein, hoewel het op onverklaarbare wijze op de foto groter leek. Als men aanneemt, zoals veel mensen deden, dat de meest logische plaats voor het terras de zonnigste plek is (dat is de rechter benedenhoek - gaat u schamen, gij die de zonnestand verkeerd hebt geduid en dacht dat het aan de andere kant was, onder de noordmuur!), dan is er in die hoek niet veel ruimte meer over voor iets anders, maar op een tekening kan het er uitzien alsof dat wel het geval is. Sommige inzenders propten hele tuinen van Versailles in hun ontwerp en als we gingen meten, bleken er terrassen van minder dan 1 vierkante meter te zijn en zandbakken van 50 bij 50 cm.

Dit waren de min of meer objectieve criteria; voor de rest was de jury aangewezen op subjectievere. Voor de beplanting geldt eventueel nog dat planten werkelijk ongeschikt kunnen zijn voor de gekozen plek, zoals lavendel onder de muur op het noorden, een kruidentuin onder de Leylandcypressen of iets zeer vergiftigs binnen kindbereik, maar verder is het een kwestie van smaak. Gras of geen gras, bijvoorbeeld; hoewel we het in principe eens waren met de inzendster die het gekkenwerk noemde om in zo'n klein tuintje een gazon aan te leggen, zou het niet juist zijn geweest alle inzendingen die er een hadden te elimineren.

Geen tuin is compleet zonder een boom, en de meest populaire keuze, een Prunus subhirtella "Autumnalis' zou prachtig zijn, maar waar moet hij staan? In het midden is een elegante oplossing, daarmee een soort binnenplaats creërend (en we hebben lang geaarzeld over een ontwerp met een boom in het midden en gras er omheen, op zijn beurt weer omgeven door tegels), maar als er een terras is wordt dat er weer vrij effectief door verduisterd. Misschien zou bij het tuinhek een betere plaats zijn; er waren ook inzendingen die dit voorstelden, maar daar was steeds iets anders mis mee zodat geen ervan de eindstreep gehaald heeft.

De hele ruimte betegelen is ontegenzeggelijk praktisch, en dat is dan weer op te vrolijken met allerlei planten in potten. Dergelijke ontwerpen zouden dakterrassen kunnen zijn, maar het is nu eenmaal een tuinprijsvraag. Het scheen ons ook toe dat zo'n kleine tuin geen ruimte bood aan twaalf verschillende klimplanten. In veel gevallen waren de ontwerpen prachtig en zouden er schitterend hebben uitgezien, als de tuin drie keer zo groot was geweest.

Zij die kunnen tekenen, bijvoorbeeld beroeps-tuinontwerpers en -architecten (waarvan er enkelen waren), hebben een onrechtvaardige voorsprong; we hadden al onze verbeeldingskracht nodig om ons voor te stellen hoe sommige minder goed getekende ontwerpen er uit zouden zien. Er waren in totaal 433 inzenders, van wie sommigen meer dan een ontwerp hebben ingestuurd; na ze allemaal bekeken te hebben was de jury rijp voor een rustkuur. Na het ontwerp op de lay-out te hebben beoordeeld lieten we het aankomen op de planten (soms was het hartverscheurend een mooie plantenkeuze te moeten verwerpen omdat er in de lay-out iets niet deugde). Het volgende criterium was oorspronkelijkheid - en ten slotte, dat kan nu eenmaal niet anders, wat we zelf in die tuin zouden willen; gelukkig waren in het winnende ontwerp deze twee aspecten verenigd.

Onder de 433 inzenders waren 259 vrouwen, 70 mannen en 104 anderen (d.w.z. initialen). Zelfs als die 104 allemaal mannen waren, hetgeen niet aannemelijk is, zijn de vrouwen nog in de meerderheid. Dit is interessant in het licht van de legende dat mannen ontwerpen en vrouwen planten (maar misschien doen vrouwen vaker mee aan prijsvragen). Er waren ook tien kinderen tussen zes en zestien - de meesten wilden gras, geen tegels, en ze hadden veel vlijtig liesjes; een paar van hen hebben duidelijk een tuinontwerperstoekomst - verder twee inzendsters genaamd Inez en een met een dochter van die naam. Inzendingen kwamen uit heel Nederland, en ook uit Duitsland, Zwitserland, Engeland en Amerika. Vele inzenders zeiden dat zij genoegen hadden beleefd aan het maken van de ontwerpen en dat geldt ook voor het jureren. Een tuin transformeren is niet gemakkelijk, zeker niet de lelijkste van Nederland, en we hebben een diepe waardering voor alle inspanning en moeite die iedereen zich heeft getroost. In dergelijke competities, vooral met zoveel deelnemers, is het niet te vermijden dat veel goede inzendingen onbekroond blijven: ook nu, met onze excuses. Een woord van dank ook van de eigenaars: wie heeft ooit 433 ontwerpen voor zijn tuin mogen ontvangen.

De prijswinnaars

Er zijn twee winnaars van eerste prijzen, die beiden een plantenbon van ƒ 250,- ontvangen; de eerste is die van de jury en gaat naar Riet van Manen, Amsterdam. Een symmetrische lay-out is in deze ruimte heel moeilijk te verwezenlijken en dit was de enige inzending waarin dat zo elegant is opgelost. Van waar je ook kijkt uit het huis zie je planten, het pad van de buren is een harmonieus deel van het ontwerp, in de twee bloembedden worden enkele van dezelfde planten herhaald. Behalve de bloembedden is alles betegeld en het is een echte bloementuin, in mooie ingehouden kleuren, goed passend voor zo'n kleine ruimte. Het enige wat de jury zich afvroeg is of de trosroos wel tevreden zou zijn met een plaats zo dicht bij de noordmuur.

De andere eerste prijs, die van de eigenaars van de tuin en het ontwerp dat ook werkelijk zal worden uitgevoerd, is van Laurien Sneep uit Zaandam. Dit is ook een bevredigend symmetrische lay-out, bijna een gemeenschappelijke tuin, als een hofje, met een centraal bloembed afgezet door buxus (er zijn ook kruiden in geplant maar het is de vraag of die genoeg zon krijgen). Zoals in het andere winnende ontwerp groeit ook hier een klimroos langs de schutting en achterin een grote hydrangea, maar er zijn ook klimplanten tegen het huis zelf. In plaats van de bamboe voor het raam van de buren zou er iets lagers moeten komen, maar afgezien van een enkele modificatie is dit hoe de lelijkste tuin van Nederland er over een of twee jaar uit zal zien.

De tweede prijs (ƒ 150,-) gaat naar Meike Heerkens-Van Zon uit Tolbert. De bamboe staat hier op een aanvaardbare afstand van het raam van de buren en laat niettemin ruimte over voor een niet te klein terras. De planten zijn voornamelijk schaduwplanten en omvatten een bos van niet minder dan zes verschillende soorten hosta, drie ervan in potten. Er zijn twee skimmia's, een mannelijke en een vrouwelijke rechts, verschillende soorten varens, drie verschillende soorten klimop en wilde aardbeitjes voor Inez. De borders zijn licht opgehoogd. De taxushaag geeft veel privacy. Meer een bladtuin dan een bloementuin, en heel rustgevend.

De twee derde prijzen van ƒ 100,- zijn voor twee diametraal tegengestelde maar allebei zeer utopische denkbeelden. De ene gaat naar F. van der Boon uit Utrecht, voor een tuin zonder enige steen of tegel. Het ontwerp staat vol met planten, veel ervan inheems, met inbegrip van een paar parasieten als maretak en blauwe bremraap; er is een zwarte moerbei, een hazelaarheg, knotwilgen en een soort zwam groeiend op een schutting van wilgestammetjes achteraan. Een "fantasie inventaris' noemt de inzender het en dat is het inderdaad; er is zelfs een pad van loopkamille door het gras.

De andere is voor Bram Breedveld uit Hilversum voor zijn "drieluik': links bamboe en varens in een zee van geel grind, rechts een grote vijver met irissen en hosta en daarachter de schuur, volkomen getransformeerd tot een soort parodie van een boerderij; in het midden een "buitenkamer' met een pergola erover en een "prikbord voor dierbare objecten'. Het is hoogst excentriek maar je ontkomt niet aan de suggestie dat het er prettig zitten zou zijn met het uitzicht op de vijver. Overigens niet een tuin voor iemand met een groene duim.

Eervolle vermeldingen (ƒ 50,-): Nanne Schreuder uit Hilversum wier ontwerp een Gleditsia tricanthos "Sunburst' heeft in het midden, een vierkant bed met schaduwplanten eronder, ligusterhagen om de schuur en de deur van de buren aan het oog te onttrekken en een terras van 3 bij 3 meter. Inez krijgt een grote zandbak waar ""later eventueel een vijver van gemaakt kan worden''; iets dat meer mensen hebben bedacht maar in dit geval lijkt het niet zo'n goede plek voor een vijver.

Ted Koster uit Reeuwijk, die de aangenaamste plek om buiten te zitten heeft bedacht van allemaal: een tuin in de tuin. Zij is omgeven door buxushagen van 1.80 meter hoog en binnenin staan twee banken en een tuinvaas vol regenwater. Daarbuiten is een "weelderige buitentuin' met gras vol madeliefjes en borders aan alle vier zijden. Er is ook een sierkers tusen de schuur en het terras. Helaas is deze ruimte er vermoedelijk te klein voor maar het is een prachtig idee en je zou je heel beschut voelen tussen die buxushagen.

M.R. Range uit Schouwerzijl heeft de schuur uitstekend gecamoufleerd door er een schutting voor te plaatsen, hetgeen ook een beschut terras maakt. De zandbak ligt in de zon; later ""kunnen er een paar felgekleurde zitjes van metaal gemaakt worden voor de peuter als deze iets ouder is''. Een rij heesters verbergt de achterschutting en het pad van de buren, terwijl de planten in de border ook plezierig zijn voor de buren om naar te kijken.

Monique van As uit Rotterdam heeft een "pluimentuin' bedacht; bijna alle planten hebben gepluimde bloemen, van pampasgras tot schildersverdriet via astilbe, wisteria, geitebaard, vlinderstruik en schoenlappersplant. Hoewel zij niet allemaal tegelijk in pluim zouden staan heeft het de charme van het monomane; je kan ook nog rookpluimen creëren wanneer het tijd wordt het pampasgras in brand te steken.