DOMWEG GELUKKIG IN HET GETTO

Slim's Table. Race, Respectability, and Masculinity door Mitchell Duneier 192 blz., geïll., University of Chicago Press 1992, f 44,30 ISBN 0 226 17030 6

"See your food' luidt het motto van de cafetaria Valois, waar Griekse eigenaren de klassieke Amerikaanse volkskeuken in ere houden. Valois is een plek waar culturen elkaar ontmoeten, waar zwarten en blanken komen, waar arbeiders en studenten tot de stamgasten behoren. De cafetaria ligt in de rafelrand van de South Side van Chicago, waar het getto en de universiteitscampus elkaar raken. Het grootste deel van de dag wordt de lokalitiet beheerst door mannen, die zich in min of meer vaste groepjes verzamelen rond de formica tafels om te eten, koffie te drinken, maar ook om elkaar te zien, bij te praten, de politiek en het honkbal door te nemen. Voor velen, vooral oudere alleenstaande mannen, is Valois een huiskamer en vormen de stamgasten een plaatsvervangend gezin.

Mitchell Duneier is een socioloog die zich vier jaar lang begroef in de multiraciale mannengemeenschap van Valois. Er kwam ten slotte een proefschrift over zijn participerend onderzoek en het recent verschenen Slim's Table is daar de bewerking van. De eerste hoofdstukken zijn vlot geschreven situatieschetsen uit Valois, vol cross-talk en one-liners. Het tweede deel is een theoretische reflectie op de structuur van de zwarte gemeenschappen in de Amerikaanse binnensteden.

Slim, een 65-jarige zwarte automonteur, geboren en getogen in Chicago, is de centrale figuur van het verhaal. Hij komt al meer dan tien jaar elke dag in Valois cafetaria en aan zijn tafel verzamelt zich elke dag een groepje zwarte regulars. Zoals Harold, zelfstandig ongediertebestrijder, Ted, die films ontwikkelt voor Playboy, en Earl, die bij Dienst Onderwijs van de gemeente werkt. Het is een heel divers gezelschap. Earl heeft een universitaire opleiding en behoort duidelijk tot de middenklasse. De meeste regulars zijn echter arbeiders of "werkende armen'. Ze wonen in kleine appartementen of hotelkamers in Hyde Park of in de getto's eromheen. Enkelen, zoals Slim, hebben een eigen woning.

De mannen aan Slims tafel spraken over Bart als ""the gentleman'. Bart was 75, blank, droeg een pak, een das en een voorname Dobbs hoed. Bart at niet aan Slims tafel. Hij stamde uit Virginia en uit een tijd dat je niet met negers aan één tafel zat. Bart was een loner. Hij kwam binnen, hij at. Soms zat hij er gewoon en keek voor zich uit. Hij zei niks.

De mannen aan Slims tafel plaagden hem aanvankelijk een beetje. Ze maakten een gekscherende opmerking als hij voor de zoveelste keer op zijn das keek of hij er niet op had gemorst. Het duurde maanden eer ze iets meer te weten kwamen over hem. Dat kwam in het begin door Hughes, een blanke aannemer die net als Bart uit het zuiden kwam, maar lossere omgangsvormen had en op goede voet stond met enkele van de zwarte stamgasten. Het was Hughes opgevallen dat de oude man 's avonds alleen naar huis liep. Hij bood hem een lift aan. Sindsdien reed Bart elke dag mee met Hughes.

BAND

Toen Hughes een paar weken laat moest werken, liep Bart weer naar huis. Zwijgend en alleen. Slim maakte zich daar zorgen over: de buurt rond Valois is gevaarlijk 's avonds, zeker voor een oude man in zijn eentje. Hij bood Bart aan hem naar huis te rijden. Het was het begin van een band tussen beide mannen die voortduurde tot Barts dood. Op den duur sprak Bart zelfs over Slim als zijn vriend, hoewel hij een neger was.

In de zwarte gemeenschap waaruit Slim stamt, zijn kerngezinnen minder stabiel dan in de hoofdstroom van de Amerikaanse samenleving. Mensen ontwikkelen dan ook vaak familievervangende sociale banden. Wanneer een man als Slim een oudere man mocht, was hij dan ook geneigd allerlei dingen voor hem te doen die normaal diens zoon op zich zou nemen. De zwarte vrouwen achter het buffet van het Valois verwezen soms naar Bart als Slims pappy.

Mitchell Duneier raakte als sociologiestudent gefascineerd door de symbiose van Slim en Bart. Door zijn jarenlange dagelijkse aanwezigheid in Valois leerde hij alle stamgasten persoonlijk kennen en observeerde hun wederzijdse beïnvloeding. Immigranten die naar Amerika komen, schrijven de sociologen Thomas en Znaniecki in hun monumentale studie The Polish Peasant in Europe and America, veranderen door de samenleving waarin ze terechtkomen, maar veranderen die samenleving op hun beurt ook een beetje. Duneier constateert in Slim's Table een soortgelijk effect in de relatie tussen Slim en Bart: een vanouds veel voorkomend cultuurpatroon in het getto - de plaatsvervangende familieband - kon een alternatieve vorm van eerzaamheid tonen, een manier om te laten merken dat men een nette zwarte man was.

ACTUELE DEBATTEN

Dit concept van de nette zwarte man uit het getto staat centraal in het tweede deel van het boek, waarin Duneier de etnografische beschrijvingen van de bezoekers van Valois plaatst in de actuele debatten over de positie van de arme zwarte bewoners van de Amerikaanse binnensteden. Een centrale figuur in dat debat is de laatste jaren William Julius Wilson, hoogleraar sociologie aan de universiteit van Chicago. Zijn sociaal-economische verklaring voor de deplorabele toestand in buurten als de South Side heeft tegenwoordig wetenschappelijk en politiek de wind mee.

Wilsons verklaring komt in het kort hierop neer. Door het wegtrekken van de industrie uit de binnenstad, verdween er veel werkgelegenheid voor laaggeschoolde zwarten. Hierdoor verpauperden de zwarte buurten razendsnel. De geslaagde bewoners namen de wijk naar betere buurten. Daarmee verdwenen tevens de traditionele rolmodellen voor de opgroeiende jeugd. Jongens zagen geen mannen meer om zich heen met een stabiele baan en gezin. De overblijvende succesvolle voorbeelden waren drughandelaren en criminelen. Met het vertrek van de middenklasse zakte ook de economische basis weg onder de wijken: winkels en restaurants vertrokken. En de hoge werkloosheid had bovendien een destabiliserende werking op gezinnen.

Duneier bekritiseert de centrale rol die Wilson toekent aan het vertrek van de middenklasse. Zeker, de middenklasse belichaamde een manier om als respectabele zwarte te leven, maar niet de enige manier. Duneier laat aan de hand van de mannen aan Slims tafel zien dat er een authentieke zwarte arbeiderscultuur bestaat, met hoge morele maatstaven en diep geworteld in het getto. Het is een cultuur waar men meestal maar weinig van terugvindt in sociaal-wetenschappelijke en journalistieke beschrijvingen van hedendaagse zwarten. Uit die beschrijvingen krijgt men licht de indruk dat er alleen maar underclass en middle class zwarten bestaan, met daartussen een diepe kloof.

EXTREMEN

Wat Duneier schrijft over het ontbreken van een duidelijk zicht op de stabiele arbeidersklasse van de zwarte gemeenschap in Amerika, geldt ook in bredere zin. In het algemeen is veel meer bekend over de extremen in een samenleving, en vooral over categorieën mensen die problemen veroorzaken, dan over "gewone' mensen. Ook in Nederland schrijven sociologen en journalisten zelden over het modale, gelukkige gezin in zijn doorzonwoning te Nieuwegein.

Valois vormt niet alleen een huiskamer, maar ook een morele gemeenschap, een plaats waar je een eerzame zwarte kunt zijn en kunt laten zien dat je dat bent, een plaats waar de oude normen van het getto in ere worden gehouden. Duneier bestrijdt in Slim's Table dan ook dat waarden als volharding en fatsoen het onderscheid vormden tussen degenen die uit het getto zijn vertrokken, en degenen die zijn gebleven. Het vertrek van de middenklasse ontnam volgens hem de buurten niet hun morele basis.

Toch heeft de zwarte jeugd in de Amerikaanse getto's tegenwoordig geen boodschap aan de moraal van Slim en de zijnen. De vraag is echter waarom ze dan wel boodschap zouden hebben gehad aan de moraal van de vertrokken middenklasse. Het belangrijkste probleem is echter volgens Duneier waarom, nu blijkt er wel degelijk een respectabel rolmodel voor zwarten in de getto's voorhanden is, dat sociale voorbeeld de jeugd niet meer aanspreekt. Dat is een moeilijk te beantwoorden vraag want de grondstof voor meer duidelijkheid dienaangaande ligt niet bij het bureau voor statistiek opgeslagen.